Groene specht

Langs het Himrikerpaed bij het Friese Beetsterzwaag zijn onrechtvaardig veel bomen gekapt. Waarom? Opeens hoor ik een schelle, gulle lach. Onmiskenbaar: dit is de voorjaarslach van de groene specht (Picus viridis). Voor zijn broedsel heeft de groene specht bomen nodig, en zeker oude en verdorde. Maar hij fourageert hippend op de grond. Het is een bodemspecht en houdt van rode bosmieren. Deze graaft hij op uit de nesten en verschalkt ze met zijn lange, kleverige tong. Soms verdwijnt het vogellichaam halverwege in het nest. Helaas wordt zijn voedsel schaarser, en dus ook het voorkomen van deze picus. Ook zijn korte roffel op dode boomtakken klinkt als een lentezang. De harde schedelbeenderen geven de specht weerstandsvermogen tegen de slagen met zijn beitelscherpe snavel. Hij heeft een karmozijnrode kruin en groen-schitterende bovenzijde; zijn vlucht is golvend. Ook heet de groene specht de `regenvogel'. Zijn lach klinkt het helderst en draagt het verst vlak voor een ruisende onweersbui.

(Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl