Franse wijnsector belaagd

In Frankrijk daalt de consumptie van wijn hard. De Franse wijnboer maakt zich zorgen en lobbyt voor soepeler wetgeving.

Negen uur heeft de Franse premier Jean-Pierre Raffarin deze week doorgebracht op de Salon de l'Agriculture in Parijs. Een record, zelfs voor een politicus van rechts, traditioneel de richting waar de boeren zich het best thuis voelen. De regionale verkiezingen van eind deze maand zijn één verklaring voor het eindeloze koeien-aaien en lekkernijen-snaaien van Raffarin. De onvrede onder de wijnboeren is een andere, onlosmakelijk met die verkiezingen verbonden reden. Maar vooralsnog had de premier niet veel meer te bieden dan zijn lijfelijke aanwezigheid, afgezien van een vage belofte over `aanpassingen'.

Die betreffen de roemruchte `loi-Evin', een wet uit 1991. De wet, die beoogt het alcohol- en tabaksgebruik terug te dringen, is de strengste in haar soort in Europa en stelt onder meer strikte eisen aan reclame-uitingen. Voor tabak mag in het geheel geen reclame worden gemaakt, en ten aanzien van alcohol is ongeveer alles verboden wat van reclame reclame maakt. Slechts de feitelijke gegevens, zoals herkomst, alcoholpercentage en verkooppunten, mogen worden vermeld. Verwijzingen naar welzijn of luxegevoel zijn taboe.

Gezien de vaagheid van dat voorschrift moet de wet het vooral hebben van jurisprudentie. Daaraan werd eind vorige maand een fataal hoofdstuk toegevoegd, door toedoen van de Association Nationale de Prévention contre l'Alcoolisme. Een klacht van de Association over een zeer ingetogen reclame voor Chablis werd gehonoreerd door de rechter. Over een tweede reclame, voor Bordeaux-wijnen, die al drie jaar geleden werd gelanceerd, buigt de rechter zich aanstaande maandag. Behalve door justitie wordt de Association geholpen door het succes van forse accijnsverhogingen voor tabak, waarvan de verkoop met 10 procent is afgenomen, en door dat van de verhevigde alcoholcontrole op de weg. Het gestaag afnemende aantal verkeersdoden en -gewonden is voor de regering-Raffarin zelfs een van de weinige lichtpuntjes in barre tijden.

De wijnsector denkt daar geheel anders over. Te oordelen naar de reacties op het vonnis gaat het om niet minder dan een genadeslag. Het ene alarmerende rapport na het andere wijst al jaren uit dat de export van Franse wijnen te lijden heeft van de concurrentie van wijnen uit de `Nouveau Monde': Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Chili, Australië en de VS. Daarbij neemt de binnenlandse consumptie al jaren af. Dronk de Fransman in 1961 nog iets meer dan 120 liter per jaar, rond de eeuwwisseling was die consumptie gehalveerd.

Dezelfde alarmerende rapporten dragen ook de oplossing aan: kwaliteit in plaats van kwantiteit, en samenwerking in plaats van ieder voor zich. Tot dusver is van het ene noch het andere veel terechtgekomen: `Bordeaux' levert weliswaar kwaliteit, maar laat zich niets gelegen liggen aan de marktbedervende reuzenproductie van middelmatige wijn van de Languedoc. Veel wijnboeren weigeren zich aan te sluiten bij grote coöperaties die de verwerking van hun druiven voor hun rekening nemen. Ook aan dovemansoren gericht is het pleidooi voor het bundelen onder merknamen van de duizenden verschillende wijnen van evenzovele domeinen en voor enige uniformiteit van de etikettering.

Eensgezindheid is er nu slechts in het protest tegen de loi-Evin, belichaamd door de overkoepelende vakbond Vin et Société. Die plaatste daags na het vonnis over de Chablis-reclame een paginagrote open brief aan de regering in de kranten, waarvan de inhoud werd samengevat met de vraag: `Is het verbod de enige toekomst voor de wijn in Frankrijk?' De Société wijst op de, in Europees perspectief, unieke striktheid van de wet en pleit voor een onderscheid tussen wijn en sterke drank, zoals Spanje dat maakt. Anderen hebben woedend gerept over de `demonisering' van de wijn.

Demonstraties hebben het protest kracht bijgezet, evenals een afgedwongen ontvangst op Matignon, het werkpaleisje van premier Raffarin, waarbij zonder omhaal het recht op `communicatie', dat wil zeggen op reclame, is opgeëist.

Er zit enig schot in de zaak. Premier Raffarin zit vooralsnog weliswaar klem in een spagaat tussen de in het vooruitzicht gestelde 'aanpassingen' en de 'door zorg om de volksgezondheid opgelegde doelen'. Een werkgroep moet soelaas bieden. Intussen weten talrijke parlementariërs hun minder grote politieke verantwoordelijkheid uitstekend te combineren met hun campagne voor de regionale verkiezingen. De onlangs wegens fraude veroordeelde oud-premier Alain Juppé, tevens burgemeester van Bordeaux én leider van Raffarins meerderheidspartij UMP, heeft ervoor gepleit de wijn, ,,als alcoholische drank door het Verdrag van Rome erkend als landbouwproduct'', uit de wet-Evin te halen. Ook François Bayrou, lijsttrekker van de dissidente rechtse partij UDF in Aquitaine, heeft gesteund door zijn socialistische, lokale rivaal Alain Rousset een lans gebroken voor het onderscheid tussen `zachte' en `harde' alcohol. Dat de wijn in Aquitaine bijna 60.000 arbeidsplaatsen genereert en een omzet van 3 miljard euro is een niet te veronachtzamen hard feit. Maar dat staat meer poëtische ontboezemingen over `tradities van eeuwen her' en 'de geschiedenis van mannen en vrouwen van hele streken' niet in de weg.