Forget about the hearts and minds

Saddam Hussein is gevangen, de massavernietigingswapens zijn onvindbaar. Tijd om de hearts and minds van de Iraakse bevolking te winnen.

Maar de realiteit is anders. De Amerikaanse soldaten treden keihard op tegen de Irakezen. 'Ik snijd je persoonlijk de strot af.'

'Meekomen jij!, stomme lul!' Een Amerikaanse soldaat pakt de magere Irakees hardhandig bij zijn jalabya en duwt hem een Bradley-pantservoertuig binnen. Na een helse rit van een uur steekt de Irakees zijn hoofd door een geopend bovenluik en wijst de soldaten de weg. 'Links, rechts, rechts, links...'

Als de colonne gevechtsvoertuigen tot stilstand komt, springen de soldaten nerveus naar buiten en nemen hun posities in. Een halve maan schijnt licht over een zandweg die kronkelend door een moeras naar beneden loopt. Aan het eind ligt een boerderij, verscholen in de mist. Het is een ideale plaats voor een aanval van het verzet. Kapitein Brown bereidt zich voor op het ergste, en stuift op de informant af. 'Als dit een hinderlaag is en ik overleef het, dan zweer ik dat ik je persoonlijk de strot afsnijd', sist hij de trillende man toe.

Kapitein Todd Brown en de mannen van het Eerste Bataljon van het Achtste Infanterieregiment hebben al eerder met dit bijltje gehakt. Geoefende soldaten weten dat informanten niet erg betrouwbaar zijn. Het zijn gedetineerden die hun huid proberen te redden, en vaak wijzen zij het huis aan van degene aan wie ze op school de grootste hekel hadden.

Brown en zijn mannen hebben de patrouille van gisternacht nog vers in het geheugen. Vanaf een kerkhof werden ze in een donkere straat met twee rpg's (rocket-propelled grenades) beschoten. De soldaten deden het in hun broek en vluchtten een gebouw in dat een moskee bleek te zijn.

Ook is de eenheid aangeslagen door het overlijden van soldaat Eric Paliwoda, 'Big Man', die 's ochtends werd gedood door een mortiergranaat. Hij had een enorm lichaam en een zacht karakter. Ondanks de angst voor een nieuwe hinderlaag besluit Brown de bad guy toch op te pakken. Met ingehouden adem en wapens in de aanslag sluipen de soldaten aan weerszijden van de weg naar de boerderij. In het groene licht van het nachtvizier wordt met één oog iedere beweging in struik en boom nauwkeurig waargenomen. De informant moet voorop in de vuurlinie meelopen. Als honden aanslaan, besluiten de soldaten de laatste 200 meter sprintend af te leggen.

Nachtjapon

Luitenant Jayson Hays trapt de stalen voordeur open en stormt samen met vijftien soldaten de boerderij binnen. 'Down, down, down!', schreeuwt Hays, gooit een dikke vijftiger tegen een muur en duwt hem op de grond. Hays draagt bruine suède handschoenen. Hij heeft een vinger aan de trekker van zijn m16 machinegeweer en zet de loop in de nek van de verbouwereerde boer. Andere soldaten bestormen de overige kamers en sleuren de daar gevonden mannen naar de woonkamer. Vrouwen en kinderen in hun nachtjapon staren met angst en verbijstering naar de zwaarbewapende mannen die hun nachtrust zo gruwelijk verstoren. Kasten en lades worden opengetrokken. Hays vindt een kalashnikov achter een kast waar de tv op staat.

Maar een geweer maakt deze familie nog niet tot verzetsstrijders, ieder huishouden in Irak heeft volgens een verordening van de tijdelijke coalitieregering het recht op een wapen. 'Vraag hem of hij Abu Karam is', zegt Brown tegen de Iraakse vertaler die een zwarte bivakmuts draagt om herkenning te voorkomen heulen met de Amerikaanse vijand wordt in Irak genadeloos afgestraft.

Als de boer antwoordt dat Abu Karam 4 kilometer verderop woont, wordt hij tot zijn verbazing direct gearresteerd. 'Hij weet waar we die terrorist kunnen vinden, arresteer hem!' De man, een Arabische sjaal om zijn hoofd, wordt voor de ogen van zijn vrouw en kinderen gedwongen op zijn buik te gaan liggen en met plastic strips geboeid. Als zijn zoon wordt ondervraagd, wil hij iets zeggen. Een soldaat rent op hem af en grijpt hem bij zijn kladden. 'Shut the fuck up, klootzak.' De man wordt zijn eigen huis uitgegooid. In de tuin duikt de soldaat bovenop hem en geeft hem twee harde klappen. In een andere kamer is soldaat D. aan een ondervraging begonnen.

'D. is gek, maar je hebt 'm wel nodig', zullen de andere soldaten later zeggen. 'Ik haat het wanneer hij dat moet doen.' D. weet altijd waar geweren of explosieven te vinden zijn en hij slaagt er meestal in belangrijke informatie uit terroristen te persen.

Dumb Ass

Soldaat D. staat met zijn pistool in de hand gebogen over een man die angstig naar hem opkijkt. 'Zo', zegt D. 'Jij bent dus fedayeen, een terrorist! Waar zijn de rpg's? Waar? Dumb ass! Je denkt zeker dat ik mijn pistool niet gebruik!' D. zwaait met zijn pistool voor het gezicht van de man. Het is duidelijk dat die geen woord Engels verstaat, maar de dreiging van D. begrijpt hij maar al te goed. Hij houdt zijn handen in de lucht en zegt 'Najaf, Najaf', duidend op de Shi'itische religieuze stad ten zuiden van Bagdad waar hij blijkbaar vandaan komt. 'O, jij bent een terrorist uit Iran!', zegt D., die geen idee heeft waar Najaf ligt.

Het is de andere soldaten intussen duidelijk dat dit niet het huis van de gezochte terrorist is. Hier zijn geen wapens en verzetstrijders verborgen, hier wonen boeren, vrouwen en hun kinderen.

De Amerikanen vertrekken, zonder excuses. Ze zijn kwaad op de informant. Soldaat D. pakt hem bij zijn schouder en loopt voor de andere soldaten uit in het donker een knollenveld in. D. vloekt en tiert, tweemaal stompt hij de man hard in het gezicht. Dan pakt D. de trillende Irakees bij zijn oor en draait het zo'n zes tellen keihard om. De informant huilt met een hoge jammerlijke klank, als een wolf in de nacht.

Betonnen loods Dit was maar een van de tientallen razzia's die dagelijks door verschillende units in regio's rond steden als Tikrit, Falluja, Bagdad, Mosul en Samarra worden uitgevoerd. Kapitein Brown zegt vanaf juli niets anders te hebben gedaan. Patrouilles en razzia's. Al 10 maanden lang riskeren deze soldaten dag in dag uit hun leven.

De militaire basis in Samarra is een betonnen loods, omringd door stinkende modder. Tientallen veldbedden staan er naast elkaar. Om de warmte in de koude winternachten enigszins binnen te houden, is er op twee meter hoogte plastic gespannen. De vloer is smerig en stoffig. Maandenlang leefde het bataljon op mre's, Meals Ready to Eat, het legervoedsel in de bruine zakken.

Nu is er een kok die hamburgers en kipnuggets bakt. Er zijn douches en toiletten geplaatst, maar de soldaten urineren in een pvc-buis die diep in de grond is geslagen. Er hangt een rioollucht en overal stinkt het naar zure pis. Er is hier bijna niets te doen, vandaag is de dag begonnen met een pornofilm. Met het geluid op tien keken 20 soldaten met de handen in de zakken gefascineerd naar het scherm. Als de acteur klaarkomt op de borsten en het gezicht van de vrouw, klappen en juichen de soldaten.

Verder werd er geslapen, darts gespeeld, de wapens werden schoongemaakt. Sommigen trainden met gewichten in een krachthonk.

De soldaten vinden dit de beste plek waar ze de afgelopen tien maanden verbleven. Maar ze voelen zich wel ondergewaardeerd, terwijl ze toch iedere dag hun leven riskeren. 'Bush heeft ons nog nooit met een kalkoen bezocht', klagen ze. Toch is het moreel goed, misschien komt het omdat de divisie eind april wordt afgelost. 'De nieuwe lichting zal een Samarra aantreffen zonder terroristen', zeggen ze trots.

Rupsvoertuig

De volgende avond zit de unit alweer in de Bradley. Als het rupsvoertuig zich in beweging zet, is de herrie onbeschrijfelijk. Tandwielen knarsen, rupsbanden ratelen, stof komt van alle kanten de nauwe cabine binnen. Het is aardedonker, als sardientjes in blik laten de soldaten zich dag in dag uit rondrijden. Tot het gepantserde luik opengaat: Clearrrr!

Het is middernacht en tot hun verrassing staan de soldaten midden in het centrum van Samarra. Een groen, fluorescerend buisje markeert een deur. Soldaten trappen de deur in. 'Everybody down!', schreeuwen ze. Vannacht heeft eerste luitenant Tumlinson de leiding.

De jacht begint in een hotel waar een vondst gedaan wordt: buitenlands geld, een baretta machinepistool, een afstandsbediening voor geïmproviseerde bommen, enkele kalashnikovs en een obscure brief van de 'militaire vleugel van de Voorhoede van het Islamitische Verzet'. De brief is gericht aan de troepen van de kruisvaarders en bezweert hen als sprinkhanen te verdelgen. Vijf theekopjes staan half leeggedronken op de keukentafel, maar slechts twee mannen worden aangetroffen. De 'terroristen' krijgen een label met gegevens strak op het hoofd geplakt. Als de tape later van het hoofd wordt gerukt, gaan de haren vanzelf mee. Als de soldaten het hotel met de aangetroffen wapens en documenten verlaten, is het of er een wervelwind door het hotel is getrokken. Deuren, kasten, laden, en bedden zijn omgegooid of gebroken, de vloeren liggen bezaaid met kledingstukken, foto's, pannen en schoenen.

Een van de arrestanten is de hotelmanager, een beer van een vent, zo'n 30 jaar oud. Toch zit hij buiten, geboeid en geknield bij een muurtje, te huilen. Een soldaat port zijn geweer af en toe in zijn rug. De arrestant is maar wat bereid om het huis van de hoteleigenaar aan te wijzen.

Onderbroek

In het huis van de hoteleigenaar staan al gauw vier mannen geboeid en in hun onderbroek naar de verrichtingen van de Amerikanen te kijken. De zoon, een joch van zestien jaar, met posters van Britney Spears op zijn kamer, ligt klappertandend van angst op de vloer. De jongen kreeg een laars in zijn rug toen hij geboeid werd, zijn oom kreeg een laars op zijn hoofd. Hij kijkt toe hoe zijn vader wordt aangepakt, terwijl een soldaat de slaapkamer van zijn moeder betreedt. De soldaat komt met de computer in zijn handen naar buiten. 'Bewijsmateriaal', zegt hij. Buiten slaat een soldaat een ruit uit de gezinsauto en trekt het luchtfilter uit de motor, achteloos gooien ze het ding in de tuin.

In zijn doodsangst verlinkt de jongen ondertussen een familielid. 'Ik arresteer meestal alle volwassen mannen', zegt luitenant Tumlinson, 'Je weet maar nooit of er een terrorist bij zit.' Ook deze vier mannen worden geblinddoekt afgevoerd. In het huis van het familielid blijkt niets te vinden. Dat wil zeggen er slapen zes kleine kinderen, de moeder huilt als de heer des huizes op de vloer onder schot wordt gehouden. De soldaten verlaten het huis zonder excuses.

Het is nu vijf uur in de ochtend, de soldaten willen voor zonsopkomst terug zijn op de basis. De zes arrestanten schuifelen met blinddoek en handboeien om naar de Bradley waarmee ze naar een geïmproviseerde gevangenis worden gebracht. Een van de gearresteerde mannen uit het hotel bloedt heftig uit zijn neus en mond. 'Gestruikeld', zeggen de soldaten. Er was blijkbaar niemand in de buurt om hem op te vangen. Van enig medeleven is geen sprake. Zo op het oog heeft de man zijn neus gebroken en is hij een tand kwijt. Ondanks de hevige pijn moet de man gehurkt en strak geboeid in de Bradley zitten. 'Doc', de pelotonverpleger, heeft weliswaar een verband om zijn hoofd gelegd, maar steekt verder geen hand uit. Als de man wordt afgevoerd, zegt een soldaat, 'Zo, feyadeen klootzak, nu lach je niet meer.'

In de vrieskou zitten de zes gevangenen gehurkt en geboeid bij de met prikkeldraad afgezette ingang van de gevangenis op de basis. Drie mannen zijn op blote voeten en dragen slechts hun pyjama. De gevangenis is een stoffige, kale, lege opslagplaats. Op een betonnen vloer zitten zo'n honderd mannen. Sommigen hebben een matras. De schuifdeuren staan wagenwijd open, het is er steenkoud.

De soldaten van kapitein Brown hebben alles al gezien, voor hen is overleven de eerste prioriteit. Als groep zijn ze zo dicht naar elkaar toegegroeid dat excessen amper nog worden bestraft. 'Wat kunnen ze met ons doen?', zeggen sommigen. 'Ons voor straf naar Irak sturen?'

Voor kapitein Brown gaat het allang niet meer om het winnen van harten. Het enige wat erop zit is intimidatie: 'Samarrans will never like you, so they must fear you'.

Geert van Kesteren is fotograaf.

Hij trok als 'embedded reporter' op met het Amerikaanse leger in Irak.