Flirten met Stalin

Moderne bars in Moskou krijgen namen als CCCP en zijn ingericht als een gevangenenkamp van de Goelag Archipel. Zijn ze een uiting van nostalgie naar de Sovjet-Unie waar het simpel en goed, warm en knus was? Of is sprake van een sluipende sovjetrestauratie op vrijwillige basis? `Verleiden met sovjetassociaties luistert nauw.'

Dansen in de Goelag, waarom niet? Voor de deur van Zona, Moskou's grootste discotheek, spelen militairen met herdershonden voor portier. Er volgt een gang van prikkeldraad, houten wachttorens en zoeklichten, een bewaker in lange leren jas op een loopbrug, een Lenin die in de sneeuw naar de stralende toekomst wijst. De discotheek zelf is daarna bijna een anticlimax. Standaard-Europees, met boven een technozaal vol blonde dansmeisjes en stroboscopen en beneden rustige dansmuziek in rood schemerlicht. Al gaat het personeel gekleed in gestreepte gevangenispakken, dineer je achter tralies en hollen onder de vloer ratten paniekerig rondjes door glazen kooien.

Discomanager Jevgeni vindt het een heel geslaagd concept. Zona ligt buiten het centrum van Moskou, dus moest hij aandacht trekken. ,,En dat is met ons Goelag-thema aardig gelukt.'' Is het niet wat cru, flirten met Stalins slavenrijk waarin tientallen miljoenen omkwamen? Misschien hebben Jevgeni's grootouders nog in een kamp gezeten? Welnee, je moet dat luchtig zien. ,,De gevangenen hebben de Goelag veroverd en bouwen nu een fantastisch feest, zoiets.'' Dat vinden ook Pavel en Ksenia, voor het eerst in Zona. ,,Heel grappig idee'', meent Pavel. ,,Mijn opa was bewaker in een kamp voor Duitse krijgsgevangenen, die zal dit ook wel leuk vinden.''

Het lijkt een trend: uitgaansgelegenheden met een thema uit de oude Sovjet-Unie. In de Moskouse bar Zjigoeli domineert een lichtbak waarop partijleider Brezjnev in grauw technicolor een toast uitbrengt. Het voorste deel van Zjigoeli oogt als een sovjetkantine, compleet met dames in werkjassen die nors voedsel op borden kwakken. In de Petersburgse bar CCCP draagt het personeel T-shirts met hamer en sikkel, Papanin heeft als thema de poolverkennersheroïek uit de Stalintijd. In restaurant Propaganda is de inrichting rood, tankgroen en metaal met dikke bouten. ,,Industrieel constructivisme is ons visitekaartje en gedenkt onze onfortuinlijke en zeer hardwerkende grootouders'', laat het management weten. In Poerga vieren ze elke avond oud en nieuw in sovjetstijl, met om twaalf uur zoete champagne, sterretjes en een stotterende speech van Brezjnev.

Restaurant Sov Illitsa – Lenins bronst-roep – gaat nog iets verder. Bij de entree loeit Lenin de bezoekers toe, binnen hangen beeldschermen waar softporno wordt afgewisseld met enthousiast klappende partijcongressen. De klant kiest uit een communistisch en anticommunistisch menu, wordt bediend door meisjes in krappe pionierspakjes. ,,Dit weerspiegelt mijn innerlijke chaos'', vertelt eigenaar Igor Joerevitsj, een gewezen blindenpsycholoog, ons met dikke tong, terwijl hij een schaal kaviaar wegspoelt met `gouden wodka'. De veertiger kijkt met vertedering terug op de Sovjet-Unie. ,,Natuurlijk, want toen was ik jong! Vrijheid is prachtig, maar zij volgde op onze nederlaag in de Koude Oorlog, een bitterzoet geschenk. We verloren ook onze onschuld, als het ware.''

Het moet niet veel gekker worden, schreef het blad Afficha bij de opening van `Lenins bronst-roep'. ,,Wat volgt? Restaurant Sachsenhausen, met toiletten ingericht als gaskamers?'' De recensent slaat de spijker op de kop: niemand kan zich een Duitse discotheek met een Dachau-thema voorstellen of een restaurant dat porno combineert met Leni Riefenstahl. Het is een vraag die de Britse schrijver Martin Amis recentelijk in zijn roman Koba the Dread opwierp: ,,Is dat dan het verschil tussen de kleine snor en de grote snor, tussen Satan en Beëlzebub? De een ontketent spontane woede, de ander een spontane lach.'' Het is de lach van het vergeten, foetert Amis, van minachting voor de twintig miljoen slachtoffers van Stalin. ,,Waarom gedraagt die lach zich niet als een heer, excuseert zich en verlaat de kamer?'' Schrijfster Annie Applebaum voelde een soortgelijke walging toen ze in 1993 westerse toeristen in Praag grinnikend sovjetprullaria zag kopen, voor haar een inspiratie om de prachtige studie De Goelag te schrijven.

Sinterklaas

Waarom is communisme grappig en nazisme niet? Het antwoord op die vraag is eerder gegeven: het is een weemoedige lach om de verloren onschuld, zowel in Rusland als in het westen. Westerlingen hadden meer sympathie met het `verlichte' doel van het communisme – gelijkheid en solidariteit met verdrukten – dan met het nazi-ideaal van racisme en het recht van de sterkste. Toen de Muur viel en de omvang van de communistische gruwelen niet meer te ontkennen viel, voelden voormalige fellow travellers zich geen medeplichtigen die boete moesten doen, maar kinderen die niet langer in Sinterklaas geloofden.

Bij Russen zit die vertedering nog wat dieper. Het communisme kreeg namelijk alle tijd om oud, zwak en belachelijk te worden. De laatste herinnering aan het nazisme zijn bergen uitgemergelde lijken, bij communisme denkt men aan Brezjnev met een borstkas vol medailles, aan induttende grijsaards die vanuit hun grafkist de Sovjet-Unie regeerden. Zoals bij elke revolutie tegen een ancien regime werd het communisme in 1991 in zekere zin omver gelachen. Niemand kon het nog werkelijk serieus nemen, zelfs de machthebbers niet. In de jaren tachtig was bij jongeren een typisch soort stjob (spot) in trek: terwijl de macht slechts formele gehoorzaamheid aan versleten formules eiste en woorden als `klassenstrijd' en `communisme' stilletjes uit het vocabulaire schrapte, poseerden zij juist als bloedfanatieke bolsjewieken. Kunstenaars ridiculiseerden sovjetsymbolen door ze te combineren met heel andere symbolen: Stalin met Mickey Mouse, Lenin met Coca-Cola.

Generatie-Pepsi, zo doopte schrijver Viktor Pelevin de laatste generatie Russen die onder het communisme opgroeide. Alles wat uit de Sovjet-Unie kwam verwierpen zij als absurd en belachelijk. Generatie P. droomde tijdens vakanties aan de Zwarte Zee met een flesje lauwe Pepsi-cola in de hand ,,dat zij eens deel zouden uitmaken van die verre verboden wereld aan de overkant van de zee.'' Tot na 1991 die verboden wereld plots binnen bereik kwam, maar er niets meer te dromen viel. Over de straten hing een ,,beangstigende, wezenloze onzekerheid'', leven werd overleven.

Na tien jaar chaos, verpaupering en criminalisering onder Jeltsin ziet bijna de helft van de Russen de Brezjnevjaren als het beste tijdperk van de afgelopen eeuw. Je had niet veel, maar ook geen zorgen. Het zijn niet alleen bejaarden die rozig terugkijken op de verloren idealen en zekerheden, voor jongeren geldt dat evenzeer, al koesterden zij heel andere illusies. Afgelopen oud en nieuw was `Back to the USSR' hét feest van Moskou. Nieuwe rijken schuifelden er voor 500 dollar op schlagers van bejaarde sovjetartiesten en lepelden schalen zwarte kaviaar naar binnen. Aan het hoofd van elke tafel zaten acteurs verkleed als leden van het Politburo. Anderen keren op oudjaarsavond voor de buis terug naar de goede oude tijd: sinds 1999 zendt staatszender RTR weer Goloeboi Ogonjok (Blauw Vonkje) uit, een avond variété voor een studiopubliek van modelburgers. Onder Brezjnev waren dat studenten, arbeiders en kosmonauten, nu vooral ministers, zakenlui en bekende Russen. Een groot succes was ook de recente cd-serie `liedjes van onze eeuw', die de sovjetjeugd met de gitaar rond het kampvuur zong tijdens hun trektochten door de bossen.

Zelfs slachtoffers van het sovjetregime ontkomen niet aan nostalgie. Toen ik onlangs een gewezen Petersburgse dissidente interviewde, sprak ze met glanzende ogen over het kat-en-muisspel met de KGB, over de verhoren en de huiszoekingen waarbij ze verboden lectuur met succes verborg onder een stapeltje vieze luiers. De KGB? In haar herinnering een soort Comedy Capers. Een andere dissident, christen-pacifist Vladimir Poresj, was in 1979 zes maanden achtereen vijf uur per dag door de KGB ondervraagd en daarna zes jaar in een werkkamp bij Perm verdwenen. Poresj moest indertijd in het openbaar schuld bekennen, maar als `koppige hippie' weigerde hij, ook toen de KGB iconen en bijbels naar zijn cel sleepte om maar te bewijzen dat er wel degelijk godsdienstvrijheid bestond in de Sovjet-Unie. Uiteindelijk debatteerden de dissident en zijn vermoeide ondervrager – Poetins boezemvriend Viktor Tsjerkessov – uit armoede maar over Poesjkin, Dostojevski en de avant-garde. ,,Als ik nu rondkijk, denk ik: was het allemaal de moeite waard? Was het in die tijd zoveel slechter?'', zuchtte Poresj, starend naar een grauwe horizon van woonkazernes en modderveldjes.

Moeder-Heldin

Is dit onschuldige jeugdsentiment vergelijkbaar met de Nederlandse jaren-zeventigtrend en het succes van verfilmingen als `Pietje Bell' en `Ja Zuster, Nee Zuster'? Nostalgie naar de tijd dat het leven nog simpel en goed, warm en knus was? Of is er iets duisters gaande, een sluipende sovjetrestauratie op vrijwillige basis?

President Poetin opereerde niet in een vacuüm toen hij in 2000 besloot de rode vlag bij het leger en het volkslied van de Sovjet-Unie in ere te herstellen. Onze grootouders hebben toch niet hun hele leven voor niets gezwoegd, vroeg Poetin retorisch. Onderdrukking is in Rusland van alle tijden, maar de Sovjet-Unie, dat was niet alleen Stalin en Goelagkampen, maar ook de muziek van Sjostakovitsj, de ruimteraketten van Koroljov. ,,Wij kunnen niet permanent radicale oppositie voeren tegen onze eigen geschiedenis.''

Bezorgde Russische liberalen waarschuwen sinds Poetins aantreden voortdurend voor de tekenen des tijds. De schijndemocratie, de gebreidelde pers, de journaals die dagelijks openen met tien minuten president, Poetins eenheidspartij `Verenigd Rusland', de nieuwe zelfcensuur, geslotenheid en hypocrisie, het geforceerde patriottisme, de pro-Kremlin jeugdbeweging `Samen op Weg', pogingen om militaire training op scholen en de cultus van modelarbeiders op fabrieken terug te brengen: voorbeelden te over van een sovjetrestauratie. Na de afgelopen Doemaverkiezingen, een enorme `nationaal-socialistische' zege, klinkt het refrein ook in de westerse pers: de Sovjet-Unie is terug. Onafwendbaar, want Russen voelen zich toch niet thuis in een liberale democratie, zo heet het.

Daarbij zijn kanttekeningen te plaatsen. Inderdaad, ruim zeventig procent van de Russen waardeert Poetin, vooral omdat hij `een normale kerel' is en hij althans een schijn van orde heeft hersteld na de volstrekte chaos van de late Jeltsinjaren. Identificeren zij dus democratie met chaos en corruptie? Zeer gedeeltelijk. De gewoonte van president Jeltsin om alleen zijn eigen aanhang `democraten' te noemen heeft het respect voor de democratie niet bevorderd. Maar vraag je Russen specifiek of het land moet worden geregeerd door gekozen leiders en of een scheiding van machten gewenst is, dan blijkt volgens peilingen ruim tachtig procent vóór. Rusland bevindt zich in een fase van consolidatie, maar totalitair of zelfs een politiestaat is het land niet en dat zal het, gezien het ideologische vacuüm waarin Poetin en zijn partij opereren, ook niet snel worden.

Schrijfster Masja Lipman wijst deze week in de New Yorker ook op een wezenlijk verschil tussen de persoonlijkheidscultus van communistische leiders en van Poetin. Naar bolsjewieken werden straten, steden, stuwdammen en bibliotheken vernoemd. Verheven zaken. En Poetin? Hij is onderwerp van bubblegum-liedjes als Ik wil een vent als Poetin van het meisjestrio `Samen Zingen'. Zijn portret prijkt sinds kort op pakjes tandenstokers van de firma Prospirity, samen met zijn hond Koni, die een nest puppies wierp op de dag van de Doemaverkiezingen en daarom voorzien wordt van de tekst `Koni is een Moeder-Heldin', de eretitel voor kinderrijke moeders in de Sovjet-Unie. ,,In tegenstelling tot de ideologische communistische staat, waar de leider een icoon was, is in het hedendaagse Rusland de president, net als zijn hond, gewoon een beroemdheid. En beroemdheden zijn goede brands'', constateert Lipman.

De geschiedenis herhaalt zich hooguit als farce, luidt het cliché. In het nieuwe Rusland is sovjetnostalgie ook een ironisch marketingconcept. Hoewel reclamemakers er in directe zin spaarzaam gebruik van maken. Zo verwerken weinig landen meer geschiedenis in televisiereclames dan Rusland, maar het `goede oude Rusland' is vrijwel altijd tsaristisch en nooit communistisch. De heilige huisjes van het communisme worden hooguit bespot. Zo was er onlangs een reclamespotje waarin Lenin per trein naar Sint Petersburg reist om de revolutie te ontketenen. ,,Maar wat als onze mobiele telefoons toen al hadden gewerkt?'', vraagt een stem. Een treinwachter krijgt een telefoontje en zet snel een spoorwissel om, waarna Lenin op zijn eindstation geen proletariërs maar joelende Zulu-krijgers aantreft. De communistische partij protesteerde tegen een spotje waarin Lenin op het Rode Plein een fles Sprite aan de lippen zet onder het motto `laat jezelf niet uitdrogen' – een verwijzing naar zijn mummie die daar in het mausoleum ligt.

Niet toevallig zijn deze spotjes op de jeugd gericht, zegt de Russische reclamegoeroe Artemi Lebedev. Jongeren vinden communisme irrelevant en koddig, iets waarover opa zich nog altijd zo opwindt. ,,Laatst kwam iemand van ons bureau met de slogan `de Good-Luck Archipel', zoiets is best bruikbaar voor een vakantiekamp.'' Cafés met een sovjetthema zijn in trek bij subculturen – jongeren, kunstenaars – ,,gewoon, omdat het exotisch is''. Maar de grootafnemers van sovjetkitsch zijn volgens Lebedev westerse toeristen. ,,Met name dat soort dat naar Moskou komt in de verwachting hier dronken beren over straat te zien waggelen, geschaduwd door KGB'ers.'' Als reclamemaker kun je verder niets met de Sovjet-Unie. ,,Wil je een product verkopen, dan moet je dat associëren met status, seks of hoge kwaliteit. Daarbij denkt niemand aan de Sovjet-Unie.''

Triomfpaleis

Bij de wat oudere Russen maakt de marketing wel gebruik van propagandabeelden die nog ergens in hun achterhoofd rondzwerven. Zo is Moskou in de greep van een neostalinistische bouwgolf. Het meest opvallend is het 285 meter hoge `Triomfpaleis', een kopie van de bizarre stalinistische `suikertaarten'. Deze wolkenkrabbers waren indertijd bestemd voor de sovjetelite: generaals, volkskunstenaars, wetenschappers. Vanwaar de comeback van deze beladen stijl? Neo-Stalingebouwen zijn er voor een `sub-elite', legt een Moskouse makelaar ons uit. Omhooggevallen provincialen, veertigers die het hebben gemaakt in de grote stad. ,,Een Stalingebouw associëren zij met kwaliteit, comfort en prestige. Ze voelen zich onbewust deel van de nieuwe elite als ze daarin mogen wonen.''

Maar verleiden met sovjetassociaties luistert nauw. Bouwbedrijf Dom Stroi legde het er aanvankelijk te dik bovenop bij de promotie van zijn Triomfpaleis. Brochures in de vorm van vergeelde sovjetdossiers, advertenties met marcherende pioniertjes, radiospotjes met de bolsjewistische pilotenmars: `steeds hoger, steeds hoger!' Woordvoerdster Jelena Zotova van Dom Stroi erkent dat het vooral boze reacties opleverde. ,,Miljoenen Russen hebben geleden in de Goelag en hun kinderen daarover verteld, dat effect hebben wij onderschat. Wij nemen afstand van het Stalinthema.'' Hoe ze nu dan haar Stalingebouw aan de man brengt? ,,Triomf!'', roept Zotova met stemverheffing. ,,Het gevoel dat het weer goed gaat met Rusland.'' In de nieuwe folders prijst Dom Stroi het Triomfpaleis aan als `prestigieus leven in een nieuw tijdperk', het gebouw staat opeens in een 19e-eeuws park met marmeren vazen en smeedijzeren hekken.

Ook Poetin kent de grenzen van zijn restauratieproject. Hij isoleert de vermeende positieve elementen uit de Sovjet-Unie, maar beweert niet dat de Sovjet-Unie goed was. Zo maakt niemand bezwaar tegen de cultus rond de vrolijke Joeri Gagarin, de eerste man in de ruimte. Maar toen het Moskouse stadsbestuur onlangs het standbeeld van `ijzeren' Feliks Dzerzjinski, de duistere aartsvader van de KGB, op het Loebjankaplein wilden terugzetten om Poetin te vleien, wuifde de president dat voorstel koeltjes weg. Het gaat tenslotte om eenheid, en zoiets zaait juist verdeeldheid. Poetin wil liefst gewoon over het verleden zwijgen. Tot 2017, zo stelt hij voor, als de Russische revolutie zijn eeuwfeest viert.

Zelf behoort Poetin ook tot de cynische generatie die niet meer in het sovjetsysteem geloofde, een nationalist die, zelfs toen hij nog in de KGB diende, het communisme verwierp omdat het Rusland achterlijk hield. Afgelopen zomer leidde de president Paul McCartney opgetogen rond in het Kremlin en verzocht hem die avond `Back to the USSR' voor hem te spelen op het Rode Plein. ,,De Beatles, dat was voor ons frisse lucht in een bedompte kamer'', zei Poetin. Rusland wil best dansen in de Goelag, maar dan wel met airconditioning, cocktails en techno.