De moeizame relatie van de Brit met het dier

Wreedheid jegens dieren is bij de Britten een constante;

toch zijn er nergens zoveel dierenbeschermers. Slijmerij met dieren gaat samen met een toenemende vraag naar van akelig geproduceerd vlees. De moeizame relatie van de Brit met het dier.

Fransen, Spanjaarden en andere Latijnse volken houden van dieren. Mits goed klaargemaakt. De Britse verhouding met hun dieren is dubbelzinniger. Geen land dat zo vrolijk de vos achtervolgt en dat, ook als sport, hazen en herten door windhonden laat verscheuren. Wreedheid tegen dieren is een constante, van het hanengevecht via gedrogeerde renpaarden tot batterijkip, -kalkoen en -varken, die geen Europees land in zulke hoeveelheden naar binnen werkt.

Maar geen land ter wereld ook met zoveel leden van de Dierenbescherming, militante dierenbevrijders en weduwes die hun vermogen nalaten aan hun poes of kanarie. Waar de verrichtingen van één collie met vijf schapen een tv-publiek van miljoenen trekt. Waar een actiegroep Spaanse ezels redt van de slager. `Children not welcome', staat op de deur van menige pub, maar een modderige labrador, die voor het turfvuur kwijlend gaat liggen winden, mag wel naar binnen.

,,De eindeloze slijmerij met huisdieren, je hond in je bed laten slapen en het zieke op de mond kussen – het gaat allemaal hand in hand met de stijgende vraag naar goedkoper en akeliger geproduceerd vlees'', schreef Joanna Briscoe, een vegetariër, vorige maand in The Guardian over de dubbelhartige Britse dierenliefde. ,,Ja, wormen lijden, maar dat doen ook de arme schepsels die vacuüm worden verpakt in blikjes Chum.''

Het toont de diepste aard van het volk dat oogcontact in de metro nog net geen aanranding vindt. ,,Honden en katten vormen het ideale gezelschap voor een emotioneel onbeholpen en intens schuw volk dat in eindeloze gesprekken met lievelingsdieren een substituut zocht voor de moeilijke omgang met mensen'', schreef Daan van der Vat, correspondent van De Tijd, al in de jaren zestig.

Honden en katten geven de Brit houvast op zijn eiland. Ze praten niet terug en verwachten eenduidige omgangsregels. Ze symboliseren orde en geborgenheid, zonder moeilijke gevoelens. Het is dan ook niet verbazend dat er altijd grote onrust ontstaat als de bestaande orde verstoord dreigt te worden. Vorige week nog, bijvoorbeeld. Toen berichtten verscheidene kranten dat steeds meer buitenlandse honden het land binnen komen dankzij de voorwaardelijke opheffing van de quarantaine, tot vier jaar geleden verplicht om het land te vrijwaren van hondsdolheid.

Dieren uit Europese landen met een paspoort (en een computerchip in hun nek en een ontwormingsverklaring en een reeks inentingen en nog zo wat voorwaarden) mogen nu het land binnen zonder eerst een half jaar in een naargeestig asiel bij Dover te wonen. Dat betekent niet alleen meer buitenlandse honden, maar vooral meer vreemde buitenlandse honden. Onder de honden die, zoals The Times schreef, ,,hun voordeel doen met het pet passport'' bevinden zich niet alleen vertrouwde terriers, collies en spaniels, maar ,,steeds meer continentale rassen'', zoals de eurasier, de azawakh, de Pyreneeën-mastiff en de Portugese podengo. Lieve dieren, schattig met kinderen en zo. Maar intussen.

De Britse hondencultuur staat juist deze week in het brandpunt van de belangstelling nu Cruft's, met 20.000 deelnemende dieren in 180 rassen de grootste hondenshow en -beurs ter wereld, in Birmingham zijn deuren heeft geopend. Morgen bereikt de show het hoogtepunt, met de verkiezing van Mr of Miss Cruft's, de zogeheten Best of Show-prijs, terwijl er ook een oorkonde is voor de beste jonge hond, in wat de Pup Idol-competitie heet.

Maar ook hier leek de orde van zorgvuldig gecoiffeerde en gemanicuurde poedels, pekinezen en andere pedigrees verstoord. Dat bleek uit het onverwachtse vertrek van jury-lid Joyce Mann en haar man Peter, tevens voorzitter van The Kennel Club, de landelijke hondenbond die Cruft's organiseert. Het duo stapte op ,,wegens stress'', na beschuldigdigingen dat zij in de jaren zestig een puppy farm te hebben gerund. Daar werden massaal jonge Yorkshire terriers gefokt. Alleen de diertjes die kans maakten later een prijs te winnen overleefden. ,,In die tijd lag het allemaal heel anders, maar sommige hondenbezitters denken er niet zo over'', zei een woordvoerster van The Kennel Club. Niet uitgesloten wordt dat de beschuldiging draait om een wraakactie van een eerdere deelnemer die dankzij Joyce niet in de prijzen viel. Een psycholoog zei dat ,,honden het ergste in de mens naar boven kunnen brengen''.