De baas als bankier

Mensen bij wie het water financieel tot aan de lippen staat, kunnen een beroep doen op hun baas. Tegen een lage rente en buiten het Bureau Kredietregistratie om helpen sommige werkgevers hun personeel kosteloos uit de brand. Maar er zijn ook valkuilen.

Wat doet u als u te veel hebt geleend of gekocht op afbetaling en de wasmachine gaat stuk? Of erger: uw huwelijk? Uw bestedingsniveau is te hoog, er is geen buffer en geldverstrekkers geven nul op het rekest. Extra inkomsten uit overwerk zitten er in deze slappe economische tijd niet in. Het geld is op en de schuldeisers worden ongeduldig. Er zit maar één ding op: bedelen bij de baas.

Hoewel officiële cijfers ontbreken, wijst de praktijk uit dat lenen bij de baas steeds vaker voorkomt. ,,Pc privé-projecten of een voorschot op het salaris zijn natuurlijk ook – heel gangbare – leningen'', zegt een woordvoerder van de FNV Vakcentrale. ,,Maar daarbuiten is het in eigenlijk elk bedrijf wel eens aan de orde dat een werkgever geld leent aan een personeelslid. Dat zegt wel iets over de omvang. Het zijn altijd onderhandse overeenkomsten. Omdat die nergens worden geregistreerd, valt er niets te zeggen over de aantallen.''

Lenen van de baas lijkt ideaal. Werkgevers zijn geen officiële kredietverstrekkers, dus hoeven zij leningen niet aan te melden bij het Bureau Kredietregistratie (BKR). Het BKR houdt namens de financiële dienstverleners een centraal kredietinformatiesysteem (CKI) bij over leen- en aflosgedrag van consumenten. Wie een nieuw krediet of lening aanvraagt bij een geldverstrekkker, wordt meestal doorgelicht bij het BKR: een negatieve uitslag betekent dat het moeilijk wordt krediet te verkrijgen. Een lening bij de werkgever verschijnt niet in de CKI en de werkgever controleert uw leen- en aflosgedrag meestal niet. Daarnaast zijn werkgevers vaak best bereid een renteloze of laagrentende lening te verstrekken, hetgeen vele procenten kan schelen. Risico loopt de baas nauwelijks, want hij kan de aflossing inhouden op het salaris.

Bovendien is een lening juist in deze magere tijden een aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarde, want gratis. Het gaat minder in het bedrijfsleven, dus kunnen werknemers niet meer rekenen op extraatjes als een mobiele telefoon of een auto van de zaak. ,,Maar tot leningen zijn werkgevers nu juist wel bereid'', weet Kenneth Mehilal van Dymas Adviesgroep in Almere. De ondernemers die zich door Dymas laten adviseren over financiële producten en verzekeringen zijn uit op liefst kosteloze extraatjes voor het personeel, merkt Mehilal. ,,Ook onze collectieve kortingspakketten voor groepen werknemers lopen nu goed. Veel werkgevers bieden dat hun personeel aan: korting op premies en rente, terwijl de baas niets hoeft te betalen.''

Ook het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) merkt dat veel werkgevers overwegen geld te lenen aan hun personeel. ,,We houden niet bij hoe vaak, maar we krijgen de laatste tijd veel telefoontjes over geld lenen, schuldsanering en -hulpverlening aan werknemers'', vertelt woordvoerster Saskia Sol. Voor lenen bij de baas zijn geen regels, die stellen werknemer en werkgever zelf op. Goedkope leningen zijn zelden opgenomen in CAO's. Alleen in de collectieve arbeidsovereenkomst van banken zijn vaak afspraken te vinden over kortingen op financiële producten voor werknemers, aldus de FNV Vakcentrale.

`Renteloos lenen' is niet altijd hetzelfde als `gratis lenen'. Als een werkgever zijn werknemer een korting geeft op de door hem te betalen rente op consumptief krediet of een lening voor consumptieve bestedingen is dat fiscaal gezien juist een belaste beloning. Om het voordeel te kunnen bepalen dat een medewerker van een renteloze of laagrentende lening geniet, heeft de wetgever de zogenoemde normrente ingevoerd. Die normrente is vastgesteld op het gemiddelde van de lange- en kortetermijnrente zoals jaarlijks gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning. Voor 2004 is de norm vastgesteld op 3,5 procent. Er is dus sprake van een voordeel als de aan de medewerker in rekening gebrachte rente lager is dan deze 3,5 procent. In het geval van een renteloze lening bedraagt het voordeel 3,5 procent. Dat deel van de lening moet worden bijgeteld bij het loon en komt in aanmerking voor loonbelasting. Wie de fiscus niet wil spekken, kan ervoor kiezen de normrente af te spreken.

Volgens Consument en Geldzaken, een belangen- en adviesorganisatie voor de financiële consument, is renteloos lenen van de werkgever dus minder voordelig dan het klinkt. Lenen onder de normrente is natuurlijk wel aantrekkelijk maar het heeft ook nadelen, zegt adviseur Anton Weenink. Hij doelt op de grotere verbondenheid met of afhankelijkheid van de werkgever die tegelijk met de lening ontstaat.

Ook het Nibud is niet onverdeeld enthousiast. ,,Wij zijn er natuurlijk niet op tegen als mensen tegen een prettige rente kunnen lenen bij de baas'', legt Saskia Sol uit. ,,Maar op het moment dat je een financiële constructie afspreekt met je werkgever, moet je je goed realiseren waar je aan begint. Eenmalig een klein bedrag lenen – laten we zeggen, 1.000 euro – en dat snel aflossen, is geen probleem. Grote bedragen en lange aflossingstermijnen baren ons wel zorgen. De baas is geen bankier. Er zijn geen codes en geen reglementen. Wat als er problemen ontstaan rond de afspraak of de aflossing? Wat betekent het voor je werk?'' Ook het feit dat onderhandse leningen niet geregistreerd worden, kan volgens haar nadelig uitpakken. ,,Het kan schulden in de hand werken. Behalve een flinke lening bij de baas lukt het misschien ook nog wel een lening af te sluiten bij een geldverstrekker. Of de schuldenlast nog redelijk is, is voor niemand te beoordelen.'' Juist dat gebrek aan (schulden)overzicht noemt Sol zorgelijk. Zeker nu het aantal mensen met problematische schulden blijft stijgen.

Het Landelijk Platform Integrale Schuldhulpverlening zag het aantal mensen met zorgelijke schulden vorig jaar groeien met maar liefst 40 procent. En dat zijn vaak mensen met een vast inkomen, vertelt ze. Het Nibud krijgt volgens haar regelmatig telefoontjes van personeelsafdelingen of personeelsfondsen voor sociale voorzieningen die met de handen in het haar zitten. Ze krijgen de laatste jaren zoveel aanvragen dat ze niet meer weten wat ze ermee aan moeten. Frans Elders van de Stichting Personeelsvoorzieningen TPG weet er alles van. De laatste jaren kreeg hij ongeveer twee keer zoveel aanvragen – het precieze aantal wil hij niet prijsgeven – voor een renteloze lening als voorheen. Dat is overigens wat anders dan lenen van de baas, verduidelijkt hij. De stichting is onafhankelijk, maar bedoeld voor TPG-medewerkers en -gepensioneerden. Het bedrijf betaalt huisvesting en personeelskosten van de stichting, maar de werknemers zelf vullen het bedrijfspotje voor bijzondere noden. In tegenstelling tot lenen bij de baas is een renteloze lening via een personeelsfonds wel onbelast. ,,Bij ons kun je lenen op basis van je werknemerschap. Dat betekent ook dat niet iedereen in aanmerking komt voor een lening van de stichting.'' Elders benadrukt dat het om een echte noodsituatie moet gaan, wil het fonds tot actie overgaan. Het gaat om mensen voor wie het reguliere geldcircuit de neus ophaalt, die nergens een lening krijgen en wel schulden hebben. ,,Wij financieren geen caravan of zo.''

Ook bij de Stichting Fonds voor Sociale Bijstand Nederlandse Spoorwegen verdubbelde het aantal aanvragen de afgelopen jaren. Klopten in 2001 nog 14 mensen aan bij het fonds, een jaar later waren dat er 33. Wordt het steunfonds van de NS door de werkgever gefinancierd, bij de Stichting Personeelsfonds VU van de Vrije Universiteit in Amsterdam, doen de leden dat zelf. Het fonds krijgt elk jaar ongeveer vijftien aanvragen. ,,Die worden dikwijls ook allemaal gehonoreerd'' zegt woordvoerder Renée Jansen. ,,Als mensen bij ons terechtkomen, is dat niet voor niks. Het zijn dus wel stuk voor stuk serieuze gevallen.''

Het Nibud waarschuwt zowel fondsen als werkgevers voor dweilen met de kraan open. ,,Als iemand tijdelijk te maken heeft met een inkomensdaling, komt hulp als geroepen. Maar bij iemand die een gat in de hand heeft, kan het averechts werken. In dat geval kan de werkgever zijn werknemer beter doorverwijzen naar een schuldhulpverlener, want er is blijkbaar iets mis met het uitgavenpatroon. Bovendien ben je dan af van de spanning tussen baas en werknemer. Daarna kan de werkgever juist weer een heel belangrijke rol spelen. De aflossing van schulden zou hij bijvoorbeeld namens zijn werknemer kunnen inhouden van het loon, zodat duidelijk is wat de werkelijke bestedingsruimte is.''

Frans Elders van de stichting van TPG is ,,helemaal niet gelukkig'' met leningen van de baas. ,,In die constructie werken de gebruikelijke controlemechanismen niet. De baas kan je onbedoeld van de regen in de drup helpen. Even ben je uit de brand, maar misschien stel je het probleem wel gewoon uit.''