De aftocht van een president

De Haïtiaanse president Aristide is deze week tijdens een escalerende crisis afgetreden. Ontvoerd, zegt hijzelf. Zeker is dat ook de buitenlandse druk op hem onhoudbaar was geworden.

Luis Moreno, `tweede man' op de Amerikaanse ambassade in Haïti, belde aan bij het huis van de Haïtiaanse president. Jean-Bertrand Aristide deed zelf open. ,,Ik zei: `U weet waarom we hier zijn'', verklaarde Moreno later tegenover de media. ,,Ja, natuurlijk'', zei Aristide volgens Moreno. In de hal stonden de ,,koffers al klaar'' en Mildred Trouillot, Aristides Amerikaanse vrouw, kwam aanlopen.

Het was nog vroeg die zondagochtend, een week geleden. Moreno was naar eigen zeggen rond half vier wakker gebeld door zijn ambassadeur, James Foley, met het verzoek Aristide het land uit te geleiden. Het was de climax van dagenlang escalerend straatgeweld in Haïtiaanse steden in combinatie met binnen- en buitenlandse druk op Aristide om af te treden. Die buitenlandse druk kwam van een sinds `Irak' ongewoon koppel: de Verenigde Staten én Frankrijk. Dat ze het zelf ook ongewoon vonden, bleek uit het feit hoezeer beide landen later hun ,,perfecte coördinatie'' bejubelden.

Toen Moreno, samen met zes Amerikaanse veiligheidsagenten, en het echtpaar Aristide in het donker aankwamen bij het vliegveld, was het Amerikaanse legervliegtuig dat hen zou wegbrengen nog niet gearriveerd. Moreno haalde herinneringen op aan 1994: toen kwam Aristide in december 1990 voor het laatst democratisch gekozen met steun van Washington en in het kielzog van 20.000 Amerikaanse soldaten terug in Haïti na het einde van een militaire junta.

Twintig minuten voordat het toestel arriveerde, pakte Aristide uit de tas van zijn vrouw zijn ontslagbrief, volgens Moreno. ,,Ik zei hem dat het me speet dat ik moest toekijken hoe hij vertrok, en hij antwoordde: `Soms is het leven zo'. Ik schudde zijn hand en hij ging weg'', aldus Moreno. Volgens de diplomaat was er ,,geen enkele fysieke druk'' op Aristide om te vertrekken.

Aristide gaf deze week vanuit zijn ballingsoord in de Centraal-Afrikaanse Republiek een andere lezing aan de media: `Amerikaanse troepen' waren 's nachts langsgekomen en dreigden met een `bloedbad'. ,,Ze zeiden me dat als ik niet zou vertrekken dat ze binnen no time zouden gaan schieten en moorden. Toen ik vroeg hoeveel mensen er zouden worden gedood, antwoordden ze duizenden. Dus ze gebruikten dat soort druk om een staatsgreep te plegen.'' Hij beschuldigde de VS ervan zijn ,,politieke ontvoering'' te hebben georganiseerd.

,,Nonsens'', zei de Amerikaanse onderminister voor Latijns-Amerikaanse Zaken, Roger Noriega, de afgelopen dagen. ,,Aristide vertrok vrijwillig. Hij benaderde ons. Hij nam de beslissing af te treden.'' Ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, noemde de aantijging ,,absurd''. Toch hebben de vijftien staten van de Caraïbische gemeenschap Caricom en Zuid-Afrika deze week gevraagd om een onafhankelijk onderzoek naar Aristide's vertrek.

Zeker is dat de druk op hem vorige week onhoudbaar werd. De ene na de andere stad viel in handen van rebellen. En bemiddeling door Noriega en diplomaten van Frankrijk, Canada en Caricom tussen Aristide en de oppositie mislukte, aldus The Washington Post. Zij wilden Aristide, beschuldigd van een corrupt en autocratisch bewind, macht laten afstaan aan een onafhankelijke premier en een breed geformeerd kabinet. Hij mocht dan wel zijn termijn tot februari 2006 uitzitten.

Aristide ging akkoord, maar de oppositie niet wegens gebrek aan vertrouwen in hem ook niet toen de bemiddelaars de deadline doorschoven naar vorige week maandag. De regering-Bush liet het daarbij. Powell eergisteren tegenover het Congres: ,,We probeerden hem [Aristide] te helpen en hem met de oppositie te laten praten. Maar tegen de tijd dat dit een crisis werd, was de oppositie zo teleurgesteld en zo gebelgd en had ze zo weinig vertrouwen dat we ze niet samen konden brengen.'' Intussen waren de rebellen in het noorden, die buiten deze gesprekken stonden, van plan Aristide tot aftreden te dwingen als hij het niet vrijwillig deed.

Frankrijk achtte een compromis onmogelijk. Minister van Buitenlandse Zaken Dominique de Villepin, die dagelijks in contact stond met Powell, deed vorige week woensdag een cruciale zet door Aristide als president van de vroegere Franse kolonie aan te sporen af te treden. De Villepin opperde een internationale vredesmacht te sturen om de orde te herstellen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties wilde dit overwegen als regering en oppositie een akkoord bereikten.

De Franse stap kreeg een aarzelend vervolg in Washington. De regering-Bush vreesde beschuldigd te worden van het afzetten van een gekozen leider maar wilde evenmin diens positie versterken. Tegelijkertijd was zij in dit verkiezingsjaar bang voor instabiliteit dicht bij huis en stromen bootvluchtelingen. Een dag na De Villepins oproep nam Powell afstand van Aristide door hem te adviseren ,,zijn positie zorgvuldig te overwegen''. Alleen als hij en de oppositie een akkoord bereikten, wilde Washington deelnemen aan een militaire missie.

Dat de VS niet meteen troepen stuurden om de orde te herstellen en zijn regime in het zadel te houden, kon Aristide als een slecht voorteken beschouwen. Het kon de rebellen de indruk geven dat ze de stilzwijgende goedkeuring hadden van de VS. In crises geldt voor een supermacht: níets doen is ook iets doen.

Door kritiek op de ,,trage'' Amerikaanse reactie, onder anderen van Democratisch presidentskandidaat John Kerry, en het groeiende straatgeweld koos de regering-Bush in de dagen daarop een hardere lijn. De VS vonden, zei onderminister Noriega later, dat Aristide ,,duidelijk liet zien door zijn bendes te bewapenen dat hij zich niet voornam om effectief, eerlijk of meer vreedzaam of verantwoordelijk te regeren. Hij maakte zijn situatie zelf onhoudbaar''.

Maar de Amerikaanse oud-ambassadeur en analist Robert White heeft kritiek op de VS: ,,Deze regering heeft geen enkele serieuze poging ondernomen om de twee zijden bij elkaar te brengen.'' Vooral zwarte Amerikaanse Congresleden menen ,,dat leden van de regering-Bush Aristide weg wilden hebben'', zei de Democratische senator Meeks in het Congres. Ira Kurzban, sinds 1991 advocaat van Aristide, verwijt onderminister Noriega de oppositie zoveel bedenktijd te hebben gegeven dat de rebellen intussen konden oprukken, zegt Kurzban vanuit Miami.

Anderen menen dat de Republikeinen van meet af aan twijfelden aan Aristide en wijzen op de bevriezing van de financiële steun aan Haïti toen er een Republikeinse meerderheid in het Congres kwam. ,,Powell is altijd sceptisch over Aristide geweest. Het was een kwestie van de rest van de regering aan boord krijgen, en de Franse positie maakte dat makkelijk'', zegt David Rothkopf, staatssecretaris voor Handel onder president Clinton en diens coördinator voor Haïti, vanuit Washington.

Tijdens een teleconferentie besloten president Bush, Powell, minister van Defensie Rumsfeld, veiligheidsadviseur Rice en vice-president Cheney vorige week zaterdag dat Aristide moest vertrekken. In een verklaring van het Witte Huis kreeg hij de schuld voor de crisis. Aristide wist dat dit de beslissende duw was: wie én de VS én Frankrijk tegen zich had, had zijn langste tijd gehad. Volgens The Washington Post belde Aristide later die dag de Amerikaanse ambassadeur Foley: wat zou volgens Foley het beste zijn voor Haïti? Wat zouden de VS doen om zijn veiligheid te garanderen en zijn bezittingen veilig te stellen? En kon hij als hij Haïti zou ontvluchten onder Amerikaanse bescherming, zelf zijn bestemmming kiezen? Foley belde Powell, die de instructie gaf Aristide mee te delen dat zijn veiligheid werd gegarandeerd en dat dit het moment was om te vertrekken. Foley belde Aristide terug, die na overleg met zijn vrouw instemde.

De ,,onzin'' over een ontvoering is volgens de Amerikaanse oud-ambassadeur in Haïti, Ernest Preeg, ,,echt Aristide''. ,,Het gevoel te zijn ontvoerd, betekent niet dat hij is ontvoerd. Hem is waarschijnlijk verteld dat er geen alternatief was. En dat was er ook niet. Bedenk dat de Organisatie van Amerikaanse Staten al drie jaar lang onderhandelde met hem. Hij stemde altijd in met de voorstellen, maar voerde ze vervolgens nooit uit.''

Het Amerikaanse vliegtuig met het echtpaar Aristide steeg de volgende ochtend om kwart over zes op. Na overleg tussen De Villepin en Powell landde Aristide in de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar hij tijdelijk asiel kreeg. Enkele uren later zond de VN-Veiligheidsraad een multinationale troepenmacht naar Haïti, met Amerikaanse en Franse soldaten. Een zeldzaam moment van multilateralisme à la carte sinds `Irak'. Het vervolg zal een langduriger internationale betrokkenheid vergen.