Cultuurhoofdstad Lille eert Rubens

Een van de hoogtepunten in de overzichtsexpositie van Rubens die vandaag in Lille opent, is de Allegorie van oorlog en vrede. Het twee meter hoge en drie meter brede doek toont een ingewikkelde compositie gedomineerd door dynamische figuren, die zijn geschilderd met de losse maar trefzekere penseelstreek die Rubens' werk vaak typeert. Centraal zit een volslanke halfnaakte vrouw – een handelsmerk van de schilder – op het punt haar zoontje de borst te geven. Is het Pax, de personificatie van de vrede, of de godin Venus, die verwijst naar vruchtbaarheid? In elk geval bevinden zich links van haar de personificatie Abundantia en een sater met de hoorn des overvloeds, die duiden op de luxe en voorspoed die de vrede met zich meebrengt.

Peter Paul Rubens (1577-1640) schilderde het magnifieke werk tijdens zijn verblijf in Londen in 1629-1630. Hij was daar als diplomaat. In dienst van aartshertogin Isabella en de Spaanse koning Philips IV poogde Rubens geheime vredesonderhandelingen tussen Engeland en Spanje op touw te zetten. Het schilderij kan moeilijk anders worden opgevat dan als een aanbeveling voor het streven naar vrede en de weldaad die dat voor Engeland zou zijn.

De Allegorie van oorlog en vrede getuigt van de veelzijdigheid en de grote talenten van Rubens als kunstenaar, geleerde, diplomaat en intimus van de gekroonde hoofden van Europa. Maar de bezoeker van de tentoonstelling in Lille moet er het een en ander van afweten om iets te begrijpen van de relatie tussen Rubens' kunst en de wereld waarin de schilder zich met zoveel gemak bewoog. Het lijkt alsof de expositie vooral is bedoeld om aan de hand van zo'n 170 schilderijen, olieverfschetsen, tekeningen en tapisserieën, de hoogtepunten van Rubens' oeuvre in chronologische volgorde te tonen. Hoewel topstukken, zoals de monumentale cyclus die Rubens maakte voor de Franse koningin Maria de' Medici of zijn altaarstukken voor Antwerpse kerken, ontbreken, is de expositie daarin behoorlijk geslaagd. Bij ontstentenis van grote kunstenaars uit Lille zelf – dit jaar culturele hoofdstad van Europa – wordt de Vlaamse kunstenaar die voor kerken in Lille en andere Noord-Franse steden altaarstukken heeft gemaakt, geëerd.

De vroegste jaren van Rubens' kunstenaarschap speelden zich af in Italië (1600-1608), waar hij ondermeer hofschilder was van de hertog van Mantua. Terug in Antwerpen nam zijn carrière een hoge vlucht, eerst als stadsschilder en daarna als hofschilder van de landvoogden van de Spaanse Nederlanden. Prinsen en aristocraten in Europa bestelden bij hem portretten. Maar hij verwierf vooral faam door zijn allegorische composities die hun macht en deugden visualiseerden. Opvallend tussen de hooggestemde mythologieën, is een wonderlijk anekdotisch schilderij van de Devotie van Rudolf van Habsburg (1618-1620). Het brengt het verhaal in beeld van de dertiende-eeuwse grondlegger van de Habsburgse dynastie, die tijdens een jachtpartij zijn paard afstaat om een priester met een monstrans in de hand in staat te stellen een rivier over te steken. Het is ook een voorbeeld van de werkverdeling waarmee Rubens tegemoet kwam aan zijn vele opdrachten: het landschap is van een andere schilder, mogelijk Jan Wildens.

Grote projecten die nu niet meer bestaan – zoals de plafondschildering in de Jezuïetenkerk van Antwerpen die in 1718 door brand werd verwoest – zijn vertegenwoordigd door tekeningen en vooral olieverfschetsen op klein formaat. Rubens' oeuvre, dat voor een groot deel bestaat uit zulk voorbereidend materiaal, leent zich daar goed voor. Maar als elk schilderij of tekening zonder toelichting als afzonderlijk meesterwerk wordt gepresenteerd, wordt het moeilijk om het ware genie van deze kunstenaar te vatten.

Tentoonstelling: Rubens. Palais des Beaux-Arts, Place de la République, Lille. T/m 14/6. Ma 14-18u, wo-zo 10-18u, vr 10-19u. Cat. €45,-. Inl: 0033-3 20067800, www.exporubens.com.