Brown is rijp voor een overstap naar het IMF

Gordon Brown zou een eerste klas voorzitter van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) zijn. Zo'n stap zou weliswaar in tegenspraak zijn met het brandende verlangen van de Britse minister van Financiën om Tony Blair als premier op te volgen, maar het feit dat het ministerie de mogelijkheid niet heeft ontkend duidt erop dat Brown erover nadenkt. En waarom ook niet? Het is lang niet zeker dat Blair na de volgende verkiezingen, waarschijnlijk in 2005, de sleutels van Downing Street 10 aan Brown zal overhandigen. Een sierlijke aftocht naar Washington zou Brown bevrijden van de last om zichzelf als leider te bewijzen, terwijl hij dat leiderschap in 1994 aan een restauranttafel in Londen al aan Blair heeft afgestaan. Als een soort veralgemeniseerde vorm van wraak zou Brown premiers en presidenten over de hele wereld kunnen vermanen en terechtwijzen als zij hun IMF-medicijn niet willen slikken. En er zouden ook andere pleziertjes aan de positie vastzitten.

De nurkse, trotse Brown zou over de post-neoklassieke endogene groeitheorie kunnen spreken zonder van het podium af gelachen te worden. Hij zou toespraken kunnen blijven houden die de gortdroge economische beginselen van de symmetrische inflatiedoelstellingen in verband brengen met de uitroeiïng van de armoede in Afrika.

Dit zeldzame, waarschijnlijk zelfs unieke talent onder de westerse politici zou voorwaar een plus zijn. Zijn geloof in schuldsanering zou de IMF-opposanten ter linkerzijde tevreden stellen. Zijn recente stem tegen het voortduren van de kredietverstrekking aan Argentinië zou de IMF-opposanten ter rechterzijde tevreden stellen, die bang zijn dat het fonds in dat land te ver is gegaan.

Bovendien is Brown minder gecompromitteerd door enig nationaal belang in Latijns-Amerika – waar ongeveer de helft van alle IMF-leningen heengaat – dan een andere voor de hand liggende kandidaat, de Spaanse minister van Financiën Rodrigo Rato. Als Argentinië uiteindelijk niet in staat zou blijken het IMF terug te betalen, hetgeen waarschijnlijk is, zal Brown niet aarzelen om op te treden. De hervorming van de Internationale Financiële Architectuur is een stoffig onderwerp, maar het ligt Brown na aan het hart. Over een aantrekkelijke baan nadenken is één ding, maar het aanvaarden ervan een ander.

Niettemin placht Brown het grapje te maken dat voormalige Britse ministers van Financiën in twee kampen zijn in te delen: degenen die op tijd zijn opgestapt, en degenen wier carrières in een mislukking is geëindigd. Nu de toestand van de Britse overheidsfinanciën verslechtert, blijkt deze grap ook op hemzelf te slaan.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.