Bij het arbeidsbureau voor Polen blijkt dat Nederland zal moeten wennen aan de darwinistische arbeidsmarkt

Immigratie kan wel worden afgeremd, maar niet worden gestopt. Nieuwe gezinsherenigers of gezinsvormers moeten dus zo snel mogelijk leren concurreren met Oost-Europeanen, meent Maarten Huygen.

Als je een Pool aanneemt om tegen het minimumloon gipsen gietstukken te versjouwen of gardenia's te sorteren, smeekt hij na twee dagen om meer overwerk. Hij vindt zelfs de maximum toegestane 55 uur per week te weinig. Maar een Nederlander meldt zich na twee dagen al ziek of blijft gewoon weg, omdat hij het werk te zwaar vindt. Waarom jezelf uitsloven als je thuis voor de tv met een uitkering ongeveer hetzelfde verdient? Katja van Giersbergen van het uitzendbureau Lammers en Van Kempen in Oss krijgt luie werklozen op bezoek die zich misdragen met het doel te worden afgewezen. Dan hebben ze tenminste aan hun wettelijke sollicitatieplicht voldaan. Daarom neemt dit uitzendbureau voor zwaar of eentonig productie- of inpakwerk en afvalverwerking het liefst buitenlanders in dienst die zo'n Nederlandse uitkering niet achter de hand hebben. En geef ze eens ongelijk. Het is positieve discriminatie voor ijverige mensen die hard geld nodig hebben om hun gezinnen elders te onderhouden.

Ik zit tegenover twee Poolse vrouwen van ruim in de veertig in Oss. Aan een lange tafel kalligraferen ze in drukletters hun namen in de vele formulieren: M. M. Brenslau, D. Nowaczek. Brenslau, een vrouw met kastanje geverfd kort haar en in spijkerbroek, tolkt ook voor haar vriendin. Haar gebrekkige Duits is iets beter dan dat van de uitzendbureaumedewerkers die eenvoudigweg hun Nederlands verbasteren: ,,Hast du die Bagage?''. Ze begrijpen elkaar. Zo ontstaat een internationaal koeter-Duits.

Oudere vrouwen zijn het nauwkeurigst in sorteerkarweitjes en dat geldt zeker voor Poolse vrouwen, vertelt begeleider Jeroen Meuwsen. Brenslau was ooit verkoopster in een kledingzaak, maar die is nu failliet en Nowaczek stond vroeger in een magazijn van de spoorwegen dat inmiddels is gesloten. Er is in Polen 20 procent werkloosheid, onder jongeren zelfs 40 procent en het land is arm. De twee Poolse vrouwen kunnen anderhalve maand bij een kweker de nieuwe oogst sorteren en ze vinden dat ze boffen. Van een maand werk hier kunnen ze in Polen drie maanden comfortabel leven. Als ze het goed doen, mogen ze in augustus terugkomen voor negen weken extra. Tussendoor dient zich ander werk aan. Het is legaal, want deze Polen hebben dankzij hun etnische afstamming een kostbaar Duits paspoort gekregen. Ze zijn EU-burgers, ook al wonen ze in Pools Silezië. De Duitse regering en niet Den Haag regelde dus hun toelating. Werk genoeg, want rond Oss wordt het druk. Brabant wordt het dynamische ondernemershart van Nederland. Autowegen worden verbreed, fabriekshallen en kantoren ontstaan en waar eerst langs de snelwegen nog koeien graasden, schitteren nu de ruiten van onafzienbare tuinbouwkassen in de zon.

Zonder het te beseffen raken Brenslau en Nowaczek de zere plek van de Nederlandse verzorgingsstaat: die ontmoedigt werk. Jaarlijks immigreren tienduizenden ongeschoolde Turken en Marokkanen door middel van gezinshereniging of huwelijk, maar die hebben meteen recht op de publieke voorzieningen. Zij zouden ook in een slagerij of een bakkerij kunnen werken of planten kunnen sorteren, maar bij velen komt het er niet van. De Polen bewijzen – net als de eerste Marokkaanse en Turkse gastarbeiders – dat je geen integratiecursus hoeft te doorlopen of inburgeringsexamen hoeft af te leggen om te kunnen werken. Een baan is de belangrijkste integratiemachine. Daar moet de nadruk op liggen. De eerste vraag aan de aanstaande immigrant zou moeten zijn: ,,Wat gaat u in Nederland doen?''

Brenslau heeft een rijbewijs en krijgt meteen een leenauto van de zaak om met haar vriendin zelf naar haar werk te rijden. Na gedane arbeid keren de Polen terug naar hun eigen goedkopere land. Daarin verschillen ze van de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders vroeger, die met tegenzin bleven toen ze werkloos raakten. Als de grenzen met Oost-Europa opengaan, komen nog veel meer Oost-Europeanen hier hun geluk zoeken, verwacht Tom Sijpestijn, die directeur is van Lammers en Van Kempen. Hij is daar stelliger over dan de onderzoeken van het Centraal Planbureau en de Europese Commissie. Oost-Europeanen gaan concurreren met gezinsvormers en gezinsherenigers.

De Nederlandse arbeidsmarkt wordt nog angstvallig afgeschermd, alsof Den Haag het allemaal bepaalt. Ook de liberale VVD koestert die illusie. Onze Jozias ziet werk niet als celkern voor contact en nieuwe economische activiteit maar als morsdood gewicht, als een schaars en exclusief voorrecht dat je pas krijgt na een uitvoerig integratietraject. Hij wil zelfs buitenlandse huwelijkspartners tien jaar buiten de arbeidsmarkt houden. Die moeten thuis in een kooi worden onderhouden door hun Nederlandse echtgenoot.

Immigratie kan wel worden afgeremd, maar niet worden gestopt. Nieuwe gezinsherenigers of gezinsvormers moeten dus zo snel mogelijk leren concurreren met Oost-Europeanen. Er zijn nog te veel onvervulde vacatures. Uitstel van de opening van de grenzen voor nieuw-Europese werknemers zal niet helpen. De stap is al gezet en de weg is ingeslagen naar een hardere, meer Darwinistische arbeidsmarkt volgens Amerikaans-Brits model. De opdrachten kunnen binnenkort direct door Poolse bedrijven worden vervuld tegen Poolse lonen en tarieven.

Sijpestijn heeft de tarieven die uitzendbureaus voor ongeschoolde hulp in rekening brengen, sinds 2000 gestaag zien dalen, van 20 euro per uur tot 12 euro. De meeste ongeschoolde werkkrachten verdienen het minimumloon van 7,30 per uur. Sommige gediplomeerden, zoals Poolse lassers, krijgen meer dan het minimumloon, maar dat is vaak nog niet de helft van de 24 euro per uur voor een Nederlandse lasser.

Wat is rechtvaardig? Welke stap ook wordt genomen, er is altijd iemand de dupe, de werkloze Pool of de lassende Nederlander. Het oude harmoniemodel komt onder druk, en Den Haag, zeker de liberaal Jozias van Aartsen, kan daar maar beter aan wennen.