Angst went

Elke auto die naast je stopt, kan ontploffen. Dat is Bagdad, bijna een jaar na de geweldsorgie. Maar Bagdad is ook: vrouwen die weer autorijden, meisjes die naar school mogen. `Zelfs de werkster heeft een satellietschotel.'

Een vrediger tafereel is nauwelijks voorstelbaar. Behaaglijk lurken groepjes bejaarde mannen om een uur of vier 's middags aan hun pruttelende waterpijpen in het Al Zahawi-theehuis in het oude centrum van Bagdad. Boven het geroezemoes uit klinken af en toe de scherpe tikken van dominostenen, die in hoog tempo op de tafeltjes worden gelegd.

Maar wie denkt dat hier mensen zitten die blij zijn met de omwenteling in Irak, die de Amerikanen bijna een jaar geleden teweeg brachten, vergist zich. ,,U zegt dat we nu vrij zijn'', schampert Abdel Karim al-Shokhe, een gepensioneerde leraar Arabisch. ,,Vrijheid heeft geen enkele betekenis wanneer je je niet veilig voelt.''

Met een licht spottende glimlach wijst de shi'iet Al-Shokhe – westers pak, zilverwit haar – erop dat iedereen het theehuis ruim voor zonsondergang moet verlaten. Anders dreigen er overvallen of ontvoeringen. ,,En dan heb ik het nog niet eens over de bommen, die overal kunnen afgaan.''

Al-Shokhe aarzelt niet bij de vraag wie hij verantwoordelijk houdt voor de gevaren op straat. ,,De Amerikanen natuurlijk, die zijn hier volgens het internationaal recht als bezettende mogendheid verantwoordelijk voor het handhaven van de veiligheid.'' Het is een geluid dat in Irak in brede kring valt te beluisteren, van religieuze leiders en huisvrouwen tot welgestelde zakenlieden en werklozen in de achterbuurten van de grote steden.

Zoveel is zeker: bijna een jaar nadat de eerste Amerikaanse tanks de Iraakse hoofdstad binnenrolden, blijft het probleem van de onveiligheid van de burgers met stip op één staan. Na de totale anarchie van vorig voorjaar heeft de Iraakse samenleving haar evenwicht weer enigszins hervonden. Maar angst blijft een belangrijk bestanddeel uitmaken van het leven hier.

The Republic of Fear heet een beroemd boek van Samir al-Khalil over het schrikbewind van Saddam Hussein. Dat is voorbij. Vrees om zomaar opgepakt of gemarteld te worden door de eigen autoriteiten hoeven de Irakezen niet meer te hebben. In plaats daarvan is er nu de permanente zorg om de eigen fysieke veiligheid. Elke auto die naast je stilhoudt kan ontploffen, elke voorbijganger kan op het punt staan zichzelf én jou in de lucht te laten vliegen.

De aanhoudende onveiligheid heeft verreikende consequenties. Het is daardoor moeilijk voorstelbaar dat er in dit land zonder democratische tradities een volwassen parlementaire democratie van de grond kan komen. De economie wordt er direct door geraakt. ,,Om de economie weer op gang te krijgen heb je veiligheid en goede wettelijke procedures voor bedrijven nodig en die zijn er op het moment geen van beide'', zegt Abdul Mihsin Shausal, voormalig topman van de Commercial Bank of Iraq.

Werkloos

Honderdduizenden Irakezen zitten werkloos thuis en vormen een makkelijke prooi voor extremisten. Een van hen is Alla Kredi, een jonge shi'iet die in de uitgestrekte arme wijk Sadr City woont, tot vorig jaar Saddam City geheten. Kredi komt er rond voor uit dat hij uit verveling af en toe meedoet aan demonstraties die door radicale religieuze leiders worden georganiseerd. ,,Als ik een baan had, zou ik dat niet doen'', zegt hij in het sobere huiskamertje van zijn buurman, een oorlogsinvalide uit de oorlog tegen Iran in de jaren '80. Het vertrek is slechts versierd met prenten van imam Hussein, de grondlegger van het shi'itische geloof, en van hedendaagse shi'itische leiders.

De Amerikanen hebben al de grootste moeite zichzelf te beschermen tegen de acties van hun meestal ongrijpbare tegenstanders. Laat staan dat ze de veiligheid van alle Iraakse burgers kunnen garanderen.

De hoogste Amerikaanse bestuurders, inclusief Paul Bremer, hebben zich dichtbij de rivier de Tigris, in de zogeheten Groene Zone, verschanst achter een kilometerslange betonnen muur. ,,De Grote Muur van Bagdad'', noemen sommige inwoners de versperring ironisch naar het voorbeeld van de Chinese Muur.

Journalisten die een persconferentie van Bremer willen bijwonen moeten zich vijf controles van hun papieren, even zovele fouilleringen en gesnuffel van een hond aan hun mobiele telefoons en camera's laten welgevallen. Tijdens de persconferentie mag niemand de ruimte direct voor Bremer betreden. Zwaar bewapende militairen houden de zaal nauwlettend in de gaten. De vraag rijst wie er meer bewaking nodig had: Saddam Hussein of Paul Bremer?

,,Voor ons is het leven er eerder moeilijker dan makkelijker op geworden sinds de val van Saddam Hussein'', zegt Alla Kredi. ,,Het is niet alleen veel onveiliger dan vroeger maar er is ook veel minder werk dan eerst. Ik zou me natuurlijk bij de Iraakse politie kunnen aanmelden, maar dan word je voor je het weet opgeblazen door een bom van de terroristen. Daar heb ik ook geen zin in.''

Hoe weinig de Amerikanen kunnen uitrichten tegen terreur bleek afgelopen dinsdagmorgen even na 10.00 uur. Bij een reeks bloedige aanslagen, die vrijwel gelijktijdig plaatshadden in de voor shi'ieten heilige stad Kerbala en bij een heiligdom in Bagdad, vielen honderden doden en gewonden.

Hoeveel doden precies konden de Amerikanen noch de voorlopige Iraakse regeringsraad een dag later met zekerheid zeggen. Waren het er nu 171 of 271? Beide partijen bleven elkaar tegenspreken. Vooral de regeringsraad jongleerde op een wonderlijke manier met de cijfers, wat zijn toch al geringe gezag niet niet ten goede kwam.

De timing van de aanslagen lag vanuit het perspectief van de terroristen voor de hand. Het was een belangrijke religieuze dag voor de shi'ieten, die van het Ashoura-feest ter herdenking van de gewelddadige dood van imam Hussein bij Kerbala 1324 jaar geleden. Bovendien was een dag eerder overeenstemming bereikt over een ontwerp voor een nieuwe Iraakse grondwet. Door alle betrokkenen werd dit geroemd als een belangrijke stap op weg naar een democratisch Irak.

Van de vermoedelijke opzet van de daders om shi'ieten en sunnieten door de aanslagen tegen elkaar op te zetten, kwam in Bagdad vooralsnog niets terecht. Unaniem riepen shi'ieten en sunnieten in verschillende wijken desgevraagd dat ze elkaars broeders zijn. Net zo eensgezind gaven ze allemaal de schuld aan de Amerikanen voor het gebrek aan veiligheid.

Een beetje schaapachtig erkende de Amerikaanse brigade-generaal Kimmitt woensdagavond op een persconferentie dat de Amerikanen natuurlijk nooit een garantie van 100 procent kunnen geven tegen terroristische aanvallen. En helemaal niet bij zulke massale gebeurtenissen als het rouwfeest voor imam Hussein. In Kerbala alleen al waren meer dan een miljoen mensen op de been. Kimmitt: ,,Je kunt dan alleen proberen de risico's tot redelijke niveaus te reduceren.'' Bremer zei alleen dat de grensbewaking zou worden verscherpt om terroristische infiltranten tegen te houden.

Juist bij de bewaking van belangrijke shi'itische heiligdommen zien de Amerikanen zich voor een duivels dilemma geplaatst. Enerzijds blijven ze liever uit de buurt van dat soort plaatsen. Ze weten dat shi'ieten het als heiligschennis beschouwen wanneer tot op de tanden gewapende Amerikaanse militairen in humvees – niet-moslims bovendien – bij hun heilige plaatsen opduiken. Een bloedbad door hun toedoen aan de poorten zou tot een massale volksopstand kunnen leiden. Anderzijds weten ze dat de nog onderbemande Iraakse politie en de onervaren milities van religieuze groeperingen niet zijn berekend op de bescherming van de heiligdommen.

Symbolischer kan het bijna niet: meer dan waar ook worden de Amerikanen aan de poorten van de islamitische heiligdommen van Irak met de grenzen van hun macht geconfronteerd. Meestal, zoals ook dinsdag, kiezen ze daarom voor een halfhartige aanpak. Ze zijn wel in de buurt maar niet in de onmiddellijke nabijheid van de moskeeën. Zo krijgen terroristen min of meer vrij spel. Mijn vertaler en ik liepen dinsdag zonder op enige controle te stuiten naar de ingang van het heiligdom van sjeik Kazem in Bagdad, waar zich even later drie explosies voordeden.

Spookstad

Heeft het machtige Amerikaanse militaire apparaat dan op alle fronten gefaald bij het herstellen van de orde sinds de val van Saddam vorig voorjaar? Zeker niet. De volstrekte anarchie, die er de eerste maanden heerste, behoort tot het verleden. De grote plunderorgie is voorbij. Nog steeds wordt er gestolen, maar veel minder dan voorheen. ,,Bagdad is niet langer de spookstad van toen'', zegt de Nederlandse Koerd Fuad Hussein, die nu werkt als adviseur van de voorlopige minister van Onderwijs.

Het bijna onophoudelijk geknetter van geweren in de nacht en het gedreun van patrouillerende Amerikaanse tanks en pantserwagens in de straten is er niet meer. Slechts sporadisch klinken er nog schoten of vliegen er helikopters over. Ook de pantserwagen, die er in mei nog voor mijn hotel in het centrum van Bagdad stond geposteerd, is verdwenen. In het restaurant van het hotel is er op de avond van mijn aankomst dit keer een feest in verband met de opening van een nieuwe christelijke kerk.

De Amerikanen zijn ook bezig zich gedeeltelijk terug te trekken. Het aantal militaire posten in de stad is de laatste weken drastisch verminderd. Waren het er eerst 60, nu is dat aantal geslonken tot minder dan de helft. Half april moeten er nog maar acht posten over zijn, de meeste aan de rand van Bagdad. De Iraakse politie moet hun taken grotendeels overnemen. Elke maand komen er duizend politiemensen bij, nu zijn er een kleine 10.000. In toenemende mate willen de Amerikanen optreden als reservekrachten, die alleen in nood assisteren, zoals afgelopen dinsdag.

Een ander teken van normalisering is dat ouders hun kinderen, ook hun dochters, allang weer naar school laten gaan. Vrouwen durven op eigen houtje over straat te gaan naar de markt. Ook de talrijke verkeersopstoppingen illustreren dat mensen weer de moed hebben eropuit te gaan. ,,Er zijn zelfs al weer vrouwen die autorijden'', zegt Fuad Hussein.

Winkels die grossieren in geïmporteerde artikelen waar de meesten onder Saddam Hussein alleen van konden dromen, doen uitstekende zaken. Vooral mobiele telefoons en satellietschotels zijn zeer gewild. ,,Zelfs mijn werkster heeft al een satellietschotel'', zegt oud-bankier Abdul Mihsin Shausal.

De enorme consumptietoename die zich in sommige sectoren voordoet, is vooral te danken aan de ambtenaren. Onder Saddam Hussein streken die miserabele salarissen op. Maar ze kunnen zich nu veel meer permitteren omdat de Amerikanen hun beloning vorig jaar verveelvoudigden.

Toch blijven de meesten na zonsondergang liever thuis. Van uitgaansleven is nauwelijks sprake. De deuren van bioscopen en theaters blijven gesloten. Zelfs als ze al zouden willen, kunnen ze vaak moeilijk weer beginnen. Veel gebouwen zijn volledig leeggeplunderd.

Alleen sommige restaurants trekken ook 's avonds mensen. Tamelijk populair, vooral bij jongeren, is Saj Al-Reef, waar fastfood, van pizza's tot Iraakse sandwiches, zijn te krijgen. Het is er niet alleen overdag maar ook 's avonds druk. ,,Maar voor de oorlog hadden we nog veel meer klandizie'', zegt manager Abu Hibab. ,,Toen stonden er buiten altijd lange rijen voor de deur te wachten. We bleven toen tot twee uur 's nachts open. Nu sluiten we om tien uur 's avonds.''

Het gebrek aan veiligheid speelt ook Saj Al-Reef parten. Al twee keer zijn er klanten voor de deur van het restaurant ontvoerd. Eén man kwam na betaling van losgeld vrij. ,,De vader van de ander zei dat hij zich het losgeld voor zijn zoon niet kon permitteren. Hou hem maar, vertelde hij de kidnappers. Toen hebben ze hem toch maar vrijgelaten'', lacht Abu Hibab.

De aanhoudende onzekerheid blijft aan alle inwoners van Bagdad knagen, al is de een er gevoeliger voor dan de ander. Velen vinden het een verademing dat de overvallen en de plunderingen sterk zijn verminderd. Daardoor is de rust enigszins in hun dagelijkse leven teruggekeerd. De betrekkelijk kleine kans door een bom te worden gedood of verwond, aanvaarden ze. Maar in de armoedige wijk Sadr City, waar twee miljoen shi'ieten wonen, doen sommigen dat niet. ,,Met plunderaars kun je ten minste nog praten'', zegt Alla Kredi. ,,Maar met die daders van de bomaanslagen krijg je de kans niet om ze op andere gedachten te brengen.''

De vraag rijst wie er meer bewaking nodig had: Saddam Hussein of Paul Bremer?