'Aan een vrouw zitten omdat het carnaval is kan hier niet'

Aan de praalwagen voor carnavalsvereniging Het Bacchuscorps wordt maanden gesleuteld.

Het is een zwijgzame aangelegenheid.

'Dit is Radio Mexico! Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zijn wij voor u paraat', schalt het door de schuur op het erf van Jan van Schijndel. De radiopiraat staat steevast ingeschakeld, wanneer Jan en de andere leden van carnavalsvereniging Het Bacchuscorps aan hun praalwagen voor de optocht werken. Sterker, Jan heeft 'de boel' zo aangelegd dat met een druk op de lichtknop de radio meteen inschakelt. 'Want het gaat vooral om de gezelligheid', benadrukt de 64-jarige ex-boer en ex-plantsoenwerker minstens eens per tien minuten.

Al 33 jaar biedt Jans schuur een onderkomen voor de jaarlijks terugkerende bouwwerkzaamheden aan de carnavalswagen.

Het onderstel van de praalwagen neemt de meeste ruimte in de schuur in. Erbovenop torent een ijzeren skelet van wat de torso van een mens moet worden. Daar gaat een laag kippengaas overheen. Met bladzijden uit ingezamelde telefoonboeken ('papier van de Gouden Gids werkt niet, dat is zeker luxe-spul') gedrenkt in behanglijm, bekleden de mannen minutieus het frame tot het een jas aanheeft. Daarna 'komen de vrouwen' om de pop te beschilderen'.

Een meter verderop staat het frame van wat de kop moet worden. Elke andere vierkante centimeter van de betonnen vloer en de baksteenmuren is bezaaid met stukken ijzerdraad, schroevendraaiers, rollen plakband, planken met verfpotten en koppen van papier-maché met uitpuilende ogen die wagens van voorgaande jaren bekleedden. Direct naast de deur van de schuur staat een toren van kratten bier, want het gaat inderdaad toch vooral om de gezelligheid.

En dus wordt begonnen met een 'pilske'. Geroutineerd pakt ieder verenigingslid dat rond half acht deze avond binnenkomt, met een zwier een flesje bier uit een van de kratten. Groeten gebeurt met een korte brom, waarna de mannen een paar minuten zwijgend plaatsnemen rond de oliekachel in het kleine zijkamertje van de schuur. De voorbespreking, noemen ze dit plechtig, maar Jan is de enige die iets zegt. 'Het is koud', mompelt hij, waarna iedereen instemmend knikt en de flessen bier bovenop de kachel belanden. Want 'het is koud' slaat op de pils.

Tegen de vrieskou in de schuur zijn de mannen wel gekleed. Met verf besmeurde bodywarmers bedekken twee lagen trui en een aantal wagenbouwers trekt een oude pet over de oren zodra ze het verwarmde zijkamertje verlaten. Wie wat doet, wijst zich vanzelf. 'Wie kan lassen, last en wie handig is met gaas, doet het gaas', zegt Jan.

Fortuin Het thema van de praalwagen van het Bacchuscorps is dit jaar 'Rad van Fortuin'. Waarom, dat weet eigenlijk niemand. 'Iemand kwam daarmee en we waren het er meteen mee eens', zegt Harry, die sinds vier jaar deel uitmaakt van het bouwteam en in de schuur schattend naar de ijzeren constructie van de wagen kijkt. Hij trekt aan een shaggie en maakt een handgebaar naar de zijkamer. Daar hangt de ontwerptekening, legt hij uit. Al kijkt niemand daar tijdens de bouw meer naar. 'Zoiets moet spontaan gaan, anders wordt het serieus werk.'

'En bij ons gaat het toch vooral...', wil Jan aanvullen, maar hij wordt overstemd door Radio Mexico die Frans Bauers 'Heb je even voor mij' inzet. 'Voor tante Cor, die al zo lang ziek is', onderbreekt de presentator de intro van het lied.

De bouwtekening in de zijkamer verraadt weinig over het uiteindelijke resultaat van de bouwwerkzaamheden. Met een balpen staan een paar grillige vormen getekend op een vel lijntjespapier dat met een spijker aan de wand is geslagen. Ernaast hangen stukken triplex waarop met krijt het aantal kratten bier staat afgestreept dat tot op heden is gedronken. 'Je kunt wel zien dat we veel plezier hebben', zegt Jan, die even zijn handen komt warmen en met zijn klompen op de maat van de muziek meetikt.

Dan zwaait de schuurdeur open en spoedt Jans zoon Christ (15) zich de zijkamer in. In een schuur verderop op het erf werkt hij met zeven vrienden aan hún inzending voor de optocht. De Knoeiers, heet de vereniging van de jongens en zij bouwen aan een 'Oosters-kasteel-thema-achtig-gebeuren'. 'Pa, het lukt niet', roept Christ. En dan op z'n Brabants: 'Maar wah d'r nou misgaat, da wèk ok nie!' Jan slaat zijn zoon op de schouder en glimlacht. 'Da gèf toch nie jong, assiedermaarplesieranheb!'

Christ knikt en vertelt dat de Prins Carnaval vanavond bij hen is komen kijken. Om te controleren of er 'niets schunnigs' wordt gemaakt, legt Jan uit.

Mooi werk, man Rond half negen Frans Bauer is alweer aan de beurt, nu 'op verzoek van Arie voor Bianca en ze weet wel waarom' legt iedereen als afgesproken zijn lasapparaat, lijmkwast en nijptang neer en wordt er weer verzameld in de zijkamer. De mannen brommen bijna onverstaanbaar complimenten tegen elkaar. 'Mooi werk, man.' 'Nou, jij schiet ook al op.' 'Och, ik heb 't wel eens beter gedaan.' 'Ik vind er anders niks mis mee.' 'Nou bedankt.'

'De koffie is klaar!', onderbreekt Jan het tevreden gemompel. De mannen stappen naar buiten, ze gaan naar de keuken van de boerderij van de Schijndels. Daar blazen zij zwijgend in hun mokken en roken ze shag of een sigaar.

In de belendende woonkamer zit Christien van Schijndel (51), echtgenote van Jan, op de bank naar de video-opname van de carnavalsoptocht van vorig jaar te kijken. Met de mannen bemoeit zij zich op avonden als deze niet, want 'dat is allemaal hun pakkie an'. Dat was vroeger wel anders, want 22 jaar lang zat ze bij de Raad van Elf. En 'toen kwamen de kinderen'. Of beter: toen kwam Jan. Haar echtgenoot leerde ze kennen tijdens het carnaval. Maar, wil ze nog wel even kwijt: 'Daar moet je niks van denken. Want maar een beetje aan elke vrouw zitten omdat het carnaval is, dat kan hier in Esch niet, hoor. Daar word je hier voor op de vingers getikt.' Het is het mondaine Den Bosch niet. 'Daar is het na een pilske: húp aan elkaar zitten en zelfs vreemdgaan hier en scheiden daar.' Ze krabt haar mollige hondje Plukkie achter een oor. 'Niet dat er hier nooit iets aan de hand is tussen de mensen, maar níét speciaal tijdens carnaval. Wij zeggen hier: het moet allemaal wel voor ons plezier blijven.'