Het nieuws van 6 maart 2004

Ongekende frisheid

Wie intelligente popmuziek maakt, wordt in de VS zonder pardon naar het getto van de college rock verbannen. Muziek die door Amerikaanse radiostations geschikt wordt bevonden ter verstrooiing van de studerende mens, kan variëren van de lawaaitherapie van Sonic Youth tot de fluisterdeuntjes van Belle and Sebastian. Het genre leidt een sluimerend bestaan na de gloriedagen van Nirvana, maar komt zo nu en dan uit het slop. The Shins uit Albuquerque, New Mexico debuteerden in 2001 met het veelgeprezen Oh, Inverted World en staan pas echt op de kaart nu de al enkele maanden geleden in de VS verschenen opvolger Chutes Too Narrow de best verkochte cd in de geschiedenis van het Sub Pop-label blijkt te zijn, Nirvana incluis. De intelligente liedjespop van The Shins is van een ongekende frisheid en muzikale rijkdom, alsof Jonathan Richman de taak op zich heeft genomen om de moeilijke muziek van Jane's Addiction voor een groot publiek begrijpelijk te maken. Zanger/gitarist James Mercer zingt met een hoge snerp over intrigerende onderwerpen, zoals de vrienden die hij het liefst in de tuin zou begraven (`Kissing the lipless') en de dromen die een boot drijvende houden (`Fighting in a sack'). Met hun sprankelend heldere gitaren en gave orgeltjes halen The Shins de hele pophistorie van Kinks en Beach Boys tot XTC en The Smiths overhoop. Hun liedjes staan bol van fraaie melodieën en originele hooklines. Een opgeruimd lalala-koortje verhult de poëtische tekst van `Saint Simon' waarin met veel bloemrijke taal en romantische omwegen over de liefde wordt gezongen. Chutes Too Narrow is zo'n zeldzame plaat waar je onmiddellijk vrolijk van wordt, maar die bij nadere beluistering nog allerlei diepere lagen en verborgen muzikale vondsten blijkt te herbergen. Liedjes met veel moeilijke woorden die toch heel elementaire emoties verklanken; daar moet een mooi afstudeerproject in zitten.

De enige die de Russen doorhad

Richard Pipes was lid van de Nationale Veiligheidsraad onder president Ronald Reagan, in 1981 en 1982. Het was een gouden tijd. Pipes, die verantwoordelijk was voor Rusland en Oost-Europa, zag met genoegen hoe de nieuwe Amerikaanse regering vol in de aanval ging. Dit waren de jaren van de Sovjet-Unie als `Evil Empire' – een duivels rijk dat echter de eerste tekenen van ernstig verval toonde. De conservatief Pipes, die niet alleen de ideoloog van de onvoorwaardelijke confrontatie met de Sovjet-Unie was, maar ook een van Amerika's meest productieve en vooraanstaande Ruslandkenners, voelde zich ondanks alles niet bijzonder op zijn gemak in het Witte Huis. Voor de individualistische intellectueel die hij altijd is geweest, was de vergadercultuur, de consensusdrift, het gekonkel, de roddel en achterklap van de hoge politiek een gemengd genoegen. Na twee jaren in overheidsdienst verliet hij Washington opgelucht om terug te keren naar Harvard, waar hij zich alles bij elkaar een kleine veertig jaar aan de geschiedenis van Rusland heeft gewijd. Pipes, een Poolse jood van origine, is altijd een buitenstaander geweest, een non-belonger zoals hij zelf schrijft. En dat blijkt uit de mémoires van Pipes die onder de niet bijster inspirerendende titel Vixi (`Ik heb geleefd') zijn verschenen. Pipes benadrukt nog eens onomwonden zijn eigen gelijk en rekent en passant af met alles en iedereen die ooit zijn pad hebben gekruist: het postmodernisme en cultuurrelativisme van zijn collega's aan Harvard, de sociaal-wetenschappelijke dwaalwegen van de sovjetologie en de valse ontspanningsideologie van het Amerikaanse buitenlandspolitieke establishment.