Wordt er nu iemand gered of niet?

In oktober zal een `betrouwbare' en `leesbare' Nieuwe Bijbelvertaling verschijnen. Een groots project, waaraan tientallen deskundigen uit alle kerkgenootschappen meewerkten. De onlangs verschenen, derde voorproef van de vertaling is imposant, maar stelt de lezer hier en daar wel voor een raadsel.

De Nieuwe Bijbelvertaling nadert zijn voltooiing. Onlangs verscheen de derde voorproef: Werk in uitvoering 3 met onder meer de bijbelboeken Amos, Ruth, Lucas en een paar psalmen. Op 27 oktober aanstaande moet de complete vertaling het licht zien. Het is het grootst opgezette (en duurste) bijbelvertaalproject uit de Nederlandse geschiedenis. Al tien jaar werken dertig oudtestamentici, nieuwtestamentici en neerlandici aan een bijbeltekst die de Nederlandse standaardvertaling moet worden.

De befaamde Statenvertaling uit 1637 is destijds door zes man gemaakt, in elf jaar – met last en ruggespraak van vijftien revisoren. De moderne vertalers hebben te maken met maar liefst 62 meelezende `supervisoren' uit vrijwel alle Nederlandse en Vlaamse kerkgenootschappen (katholiek, protestant en joods) en een begeleidingscommissie van veertien mensen, vooral hoogleraren.

De belangen zijn groot, door de brede kerkelijke samenwerking, èn door de grote pretentie. De nieuwe bijbelvertaling is bedoeld voor scholen, kerken, synagogen, gelovigen, journalisten, schrijvers, dichters, beeldend kunstenaars en componisten. En over het project hing de donkere schaduw van zijn belangrijkste voorganger: de nog altijd zeer wijdverspreide (protestantse) vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 (de NBG'51). Die vertaling, waaraan veertig jaar lang op rommelige wijze werd gewerkt, is als vervanger van de steeds moeilijker leesbare Statenvertaling feitelijk mislukt: zij bleef te dicht bij het Statenbijbel-Nederlands, dat al in 1637 plechtstatig aandeed.

In christelijke kring wordt de laatste jaren vooral gelezen in de (katholieke) Willibrord-vertaling uit 1978 (herzien in 1995) en in de nogal vrije vertaling van de Groot Nieuws Bijbel uit 1983. Er moest iets nieuws komen – en iedereen deed mee. Behalve dan de strenge protestanten die de Synode van Dordrecht (1618-1619) in álles volgen en dus ook vasthouden aan de Statenvertaling waartoe op die Synode werd besloten. Al werkt zelfs hun gereformeerde bijbelstichting inmiddels aan een voorzichtige herziening ervan.

Schenkels

Is de Nieuwe Bijbelvertaling beter geworden? Het doel is een `brontaalgetrouwe' en `doeltaalgerichte' tekst, oftewel een betrouwbare én leesbare vertaling. En daarin lijkt het project geslaagd. De tekst is veel preciezer vertaald dan de Groot Nieuws Bijbel en de leesbaarheid is beter dan de Willibrord-vertaling, die bijvoorbeeld nog altijd spreekt van `schenkels' waar het om achterpoten gaat.

Dit is de algemene lof voor het project, de blaam ligt in de details. Want juist door de grote pretentie van de vertaling vallen de inconsistenties en onduidelijkheden des te zwaarder op. Dat was zo in de eerdere Werk in uitvoering-delen, en dat is nu weer het geval. Kennelijk schiet het controlesysteem te kort, of staren de betrokkenen zich blind op de schoonheid van een vondst die buitenstaanders ontgaat. Misschien is de tijdsdruk toch te groot.

Dat de kribbe in Lucas' kerstverhaal (Lucas 2:7) is vervangen door een voederbak, is prozaïsch maar correct. Het Griekse woord `fatnè' had ook best met trog of ruif vertaald mogen worden. Maar kribbe is een te verouderd Nederlands woord, terwijl in de grondtekst een dagelijks woord is gebruikt. Maar iets verderop in Lucas is de weergave van de woorden van Johannes de Doper wèl onbekommerd archaïsch: `er komt iemand die meer vermag dan ik' (Lucas 3:16). Volgens Van Dale Hedendaags Nederlands is het werkwoord `vermogen' `schrijftaal, (zeer) formeel'. Waarom is het dan gebruikt? Vanuit de grondtaal bekeken hoeft het echt niet. Van Statenvertaling tot Groot Nieuws Bijbel wordt het Griekse `ischuroteros' gewoon letterlijk vertaald als `die sterker/machtiger/krachtiger is'. En veel meer vermag men daarvan toch niet te maken.

In het volgende vers struikelt men opnieuw in de doeltaalgerichtheid van de Nieuwe Bijbelvertaling. In Lucas 3:17 voorspelt Johannes de Doper over zijn opvolger Jezus dat die `houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer te reinigen'. De wan? Alleen in de Groot Nieuws Bijbel is dat efficiënt vertaald: `hij scheidt het kaf van het koren en veegt zijn dorsvloer aan'. In alle andere vertalingen wordt het Griekse `ptuon' als `wan' vertaald. Maar wie weet nog wat dat is? Het is de schop waarmee het gedorste graan omhoog gegooid wordt zodat het kaf van het koren kan worden gescheiden.

De wan wordt in Israël wel vaker gebruikt als instrument van goddelijke wrake: `In alle steden van het land schud Ik mijn volk in de wan. Ik beroof hen van al hun kinderen. Ik roei hen uit omdat zij hun eigen weg blijven gaan', aldus Jeremia 15:7 (in de herziene Willibrord-vertaling). Zonder woordenboek is hier vrijwel onbegrijpelijk wat de Heere nu eigenlijk doet met zijn volk in de wan.

In de Nieuwe Bijbelvertaling is in het boek Amos een moeilijk te begrijpen dors-metafoor (Amos 1:3) weer wèl wegvertaald: `Dit zegt de HEER: Misdaad op misdaad heeft Damascus begaan: ze hebben een spoor van vernietiging getrokken door Gilead. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen'. Duidelijk, maar de altijd nogal letterlijke Statenvertaling geeft hier: `Alzo zegt de HEERE: Om drie overtredingen van Damaskus, en om vier zal Ik dat niet afwenden; omdat zij Gilead met ijzeren dorswagens hebben gedorst.' Een duidelijk vertaalprobleem, dat nu dus redelijk is opgelost met het beeld van `het spoor van vernietiging' – al doet dat meer aan een ploeg denken dan aan het effect van een dorsvlegel.

In de Groot Nieuws Bijbel is de metafoor geheel weggelaten (`het heeft de bewoners van Gilead met wreedheid behandeld'). En de Willibrord-vertaling komt niet veel verder dan de Statenvertaling met `Omdat ze Gilead met ijzeren sleden hebben gedorst'. In het Engels is deze passage een stuk gemakkelijker omdat `to thresh' (dorsen) ook `hard slaan, verpletteren' kan betekenen. De vooraanstaande Amerikaanse New Revised Standard Version uit 1989 heeft daarom simpelweg `they have threshed Gilead with threshing sledges of iron'. Misschien had in het Nederlands `verpletteren met ijzeren dorswagens' ook gekund. Maar goed, als hier zoveel zorg is besteed aan begrijpelijkheid – let bijvoorbeeld op de geslaagde omzetting van het Hebreeuwse `drie en vier misdaden' in `het stapelen van misdaad op misdaad' – waarom blijft in Lucas dan `de wan' staan?

Leeuw

De eigenwijsheid van de nieuwe vertaling is prikkelend. In de tirade tegen het zondige Israël en zijn trouweloze buurvolkeren gebruikt God in Amos bijvoorbeeld een fraai beeld van een herder die uit de muil van een leeuw maar een paar botten of een oor van een verslonden schaap kan redden: `alzo zullen de kinderen Israëls gered worden, die daar zitten te Samaria, in den hoek van het bed, en op de sponde van de koets' (Amos 3:12, in de Statenvertaling). Die hoek van het bed en vooral die sponde van de koets zijn niet duidelijk. Mogelijk wordt bedoeld dat het restje van Israël nogal in luxe leeft – waardeloze lui dus. Daarom spreekt de Groot Nieuws Bijbel expliciet van `Israëlieten die lui hangen in een hoek van een divan of op het uiteinde van een bed verblijven'.

De vraag is: wordt er nu iemand gered of niet? De context, waarin God Samaria plundering en vernietiging aanzegt, en de Samaritanen zelfs als vissen uit hun burchten zullen worden gehengeld, maakt duidelijk dat hier niet iemand gered zal worden, zeker niet wanneer ze lui op een bed rondhangen. En daarom is het nu vertaald als `zoals een herder uit de muil van een leeuw niet meer dan een paar botten weet te redden of een stukje oor, zo zal er ook niemand worden gered van de Israëlieten die in Samaria maar op hun bedden hangen en achteroverleunen op hun divans'.

Er valt zo veel te genieten aan deze vertaling. Curieus is wel dat zeer sporadisch een voetnoot is toegevoegd. Bijvoorbeeld om in Lucas 19:31-34 aan te geven dat het Grieks eenzelfde woord heeft waar het Nederlands twee verschillende begrippen kent (`Kurios' voor `Heer' en `eigenaar') of om in Amos 6:13 een voorgestelde nieuwe lezing van een onbegrijpelijk stukje Hebreeuws toe te lichten. Waarom zo weinig? In de New Revised Standard Version worden dit soort taalkwesties op iedere bladzijde in noten toegelicht: hier is de Griekse tekst van het oude testament gevolgd; daar hebben sommige manuscripten een andere lezing; dit zinnetje is later toegevoegd. Dat soort kwesties maken bijbelstudie interessant en ze wijzen er en passant de gelovige bijbelaar op dat Gods woord tekstueel niet onomstreden is. In de Duitse Einheitsübersetzung wordt eenzelfde geleerde ruimheid van geest toegepast. Het wordt tijd dat Nederland volgt.

Werk in uitvoering 3. Op weg naar de voltooide Nieuwe Bijbelvertaling. Nederlands Bijbelgenootschap en Katholieke Bijbelstichting, 279 blz., €10,–