Wintermode sexy maar niet vulgair

Voor hun wintercollectie grijpen de modeontwerpers in Parijs terug op de jaren twintig en veertig. Als ze willen, kunnen vrouwen er als een lady uitzien.

Een gordijn van zo'n vierhonderd discoballen kwam achter de muur van zware fluwelen gordijnen tevoorschijn. De tearjerker I can't live without you schalde door de Parijse École des Beaux Arts en Dries van Noten zond zijn modellen en masse voor de finale de catwalk op. Hun ogen zwart met zilveren glitters, de haren pluizig en gekleed in Van Notens excentrieke mix van stoere vesten en truien, kwetsbare chiffon jurkjes en blouses, elegante, satijnen kimono's, driekwart broeken en kleurige tweed klokrokken.

De internationale modewereld gelooft nog steeds in betere tijden en gaat stug door met het presenteren van oogstrelende collecties. De mode voor winter 2004-2005, vorige week gepresenteerd in Milaan en deze week te zien in Parijs, is romantisch, draagbaar, kleurrijk, vrouwelijk, sexy zonder vulgair te zijn en met een sterk vintage karakter. Als ze willen, kunnen vrouwen er als een lady uitzien, in tweed mantelpakje, plissérokje, kort bontmanteltje en V-halstruitje. Een klassiek, beetje conservatief beeld dat lijkt te passen bij de hele opleving van normen en waarden. Maar schijn bedriegt. Onderhuids broeit en borrelt het, en in tegenstelling tot de jaren vijftig laten burgers zich niet langer in een keurslijf dwingen. En vrouwen al helemaal niet.

De ontwerpers mogen dan net als dit voorjaar teruggrijpen naar vroegere tijden met name de jaren twintig, veertig en vijftig de mix oogt vrijgevochten en zelfbewust. Geen wonder dat sommige collecties een zweem van de jaren zeventig hebben: fladderende gewaden, exotische kledingstukken als de kimono en kaftan, gloedvolle kleuren als paars, bruinen en roden, het gebruik van goud en koper, de wijde broek met hoge taille en het expres downgraden van klassiekers uit de upperclass.

Blonk Milaan uit in ultracommerciële collecties, in Parijs zijn ontwerpers meer gericht op hun eigen ding maar wel erg krampachtig binnen de grenzen van het draagbare en verkoopbare. En juist dat veilige zorgt voor weinig spanning en wel erg brave collecties. Zelfs John Galliano wist voor Christian Dior geen sprankelende collectie neer te zetten. Hij deed zijn kunstje voor de zoveelste keer: een waanzinnige mix van jaren twintig Poiret-jassen (ovaal en met royale bontkraag), rockabilly en Elvis in Las Vegas, over de top make-up en Hollywood-proof avondjurken. Maar dat hebben we allemaal al eens gezien.

En dan de Japanner Junya Watanabe. Van hem kennen we het spel van volumes, het gebruik van oude denim en tweed, de accordeon-plooien en de mix van klassieke couture met streetwear. Nieuw dit keer waren de met dons gevulde nylon stoffen die soms aan een slaapzak deden denken, hij maakte er slanke, elegante mantelpakjes van in antracietgrijs.

Veronique Branquinho besloot haar show met de live-uitvoering van `Tomorrow', uit de film Annie maar dan gezongen door Marianne Faithful. In een donker, sinister decor met de schaduwen van kale bomen en een tapijt van mist had ze daarvoor een collectie laten zien die sterk deed denken aan haar begintijd eind jaren negentig. De trenchcoats met pofmouwen, de lange, lijzige rokken, de hooggesloten blouses in satijn en kant, de brave jurkjes met strak gilet haar gouvernante-stijl was vooral donkerbruin en zwart met hier en daar lichtpuntjes in beige en glinsterend blauw. Maar echt vrolijk werd je er niet van. Muziek is dit keer de echte stemmingmaker tijdens de shows en creëert vooral een wat weemoedige en nostalgische sfeer. Van Fleetwood Mac tot Bee Gees, Ten CC en Percy Sledge: meezingers die dagenlang in je hoofd blijven rondspoken. Dat kun je van de kleding niet zeggen.