Verpletterd door eigen blufpoker

Harry Mulisch is er groot mee geworden: het doorspekken van romans met populair-wetenschappelijke theorieën. Wie De ontdekking van de hemel las, was na afloop bijgespijkerd over biologie, theologie en sterrenkunde; wie zich door De procedure heen werkte, wist van alles en nog wat over alchemie en microbiologie. De jongensboekachtige spanning waarin vele van Mulisch' boeken uitblinken, wordt nog vergroot door 's schrijvers vermogen om verrassende verbanden aan het wereldraadsel op te leggen – een beetje zoals de Italiaan Umberto Eco dat doet in zijn historische romans en de Amerikaan Michael Crichton in zijn technothrillers.

Mulisch' aanstekelijke zo-zit-dat-uitweidingen hebben een trend gezet. Het succes van De passievrucht van Karel Glastra van Loon – een in wezen simpel verhaal over een man op zoek naar de natuurlijke vader van zijn zoon – is voor een deel toe te schrijven aan het aanstekelijk oplepelen van genetische en sociobiologische weetjes. A.F.Th. overlaadde deel nul van zijn nieuwe romancyclus met wilde theorieën waarin alles met alles samenhing. En zelfs nieuwe schrijvers als Rob van der Linden (Het logboek van Brandaan) en Hans den Hartog Jager (Zelf God worden) versieren hun romans met Mulischiaanse terzijdes over geschiedenis en kunst.

En nu is er Marja Brouwers, die in haar eerste roman sinds veertien jaar het uitweiden tot stijlvorm heeft verheven. Casino is het verhaal van een journalist die via een schimmige vriend verstrikt raakt in de wereld van het grote (en vooral foute) geld. Brouwers gebruikt het als kapstok voor een barrage aan min of meer losstaande uiteenzettingen over onder meer seksuologie, astrologie, psychologie, bedrijfseconomie, theologie, filosofie en technologie. Erg handig doet ze dat niet; het boek is grotendeels vanuit het perspectief van de journalist geschreven en die kan onmogelijk alle kennis hebben die door de schrijfster wordt geëtaleerd – zodat de lezer zich bij elke nieuwe passage over de betekenis van Death of a Salesman of de moderne invulling van de Zeven Hoofdzonden afvraagt wie er nu eigenlijk aan het woord is.

Dat laatste komt als een verrassing voor iedereen die Marja Brouwers vooral kent van haar debuut Havinck (1984). Die superieure roman, over een ijskoude Amsterdamse advocaat die wordt geconfronteerd met de zelfmoord van zijn vrouw, was een wonder van strakheid. De invloed van F. Bordewijk, die volgens Brouwers in één alinea kon zeggen waar andere schrijvers acht bladzijden voor nodig hadden, was overduidelijk. In Brouwers' volgende roman (De Feniks, een familiekroniek, 1985) was de plot nog een variatie op Bordewijks Noorderlicht, maar miste de stijl het gewapend beton dat Havinck zo sterk had gemaakt. Toen vijf jaar later De lichtjager verscheen, luidde de kritiek zelfs dat Brouwers zich verloor in een `overdaad aan beelden' en `veel vormloze inhoud'. En in Casino resten van Bordewijk alleen nog de uitzinnige namen uit Bint – Kiekertak, Punselie, Klotterbooke en vele andere – die bij wijze van grapje op de bijfiguren zijn geprikt.

Monte Carlo

Marja Brouwers is een specialiste in onaangename hoofdpersonen, van de egocentrische en ongevoelige advocaat uit Havinck tot de onmogelijke kunsthistoricus uit De lichtjager. Gek genoeg is filmcriticus Rink de Vilder in Casino eerder een man zonder eigenschappen. Meer dan vijfhonderd bladzijden lang bevinden we ons in zijn hoofd, zonder dat we het gevoel krijgen dat we hem leren kennen. En dat terwijl hij over alles en iedereen een mening heeft. Zo is zijn plotselinge inzicht over kunst die vermaak beoogt (`onverantwoordelijk') reden om te deserteren van het filmfestival van Cannes waar hij anno 1992 door de kunstredactie van zijn krant is gestationeerd; terwijl zijn omhelzing van het materialisme (`Geld is de enige menselijke schepping waarmee die van God wordt geëvenaard') hem te Monte Carlo in aanraking brengt met de vlotte Hollandse zeiljachtenbouwer Van Heemskerk en zijn gevolg van louche investeerders, drugssmokkelaars en motorduivels.

`Het hoofd van Philip van Heemskerk was voor Rink de Vilder onbegaanbaar terrein,' lezen we in Casino; `hij kon maar beter helemaal eruit blijven.' Toch belet dit Rink niet om een zeer nauwe, bijna seksuele, relatie met Philip aan te gaan; hij neemt achtereenvolgens zijn levensstijl, zijn vriendin Moura en zijn huis in Amsterdam van hem over. Vooral dat tweede wekt verbazing bij de lezer. Moura is een mooi meisje, maar nogal naïef en oppervlakkig – en hoewel je mee kunt voelen met Rinks lust, vraag je je af waarom hij haar al na twee ontmoetingen in gedachten zijn `onmogelijke liefde' noemt. Als verzachtende omstandigheid mag gelden dat Rink het zelf, na negen jaar relatie, nog steeds niet weet. `Je dacht dat het iets te maken had met hoe je die persoon zag', bedenkt hij cryptisch in 2001, `maar het had eerder te maken met de manier waarop je de blik afwendde.'

Lekkage

Het verhaal van Casino doet enigszins denken aan dat van Odessa Star, de vorig jaar verschenen roman van Herman Koch over een Amsterdamse kleinburger die via een schoolvriend langzaam maar zeker de onderwereld in getrokken wordt. Maar in weerwil van alle breed uitgemeten verwikkelingen – die weinig verrassend draaien om Rinks stapsgewijze ontrafeling van Philips ware aard – lijkt het Brouwers niet te doen om een well-made story. De verteller (Rink?) mag op een gegeven moment dan zeggen `We kunnen hier niet de geschiedenis van de continentale filosofie gaan doornemen vanwege een lekkage in iemands souterrain' – hij doet het intussen wel. De plot is een excuus voor de schrijfster om zich onder meer uit te spreken over alle vermeende uitwassen van de moderne wereld, en vooral die van de jaren zestig en zeventig.

Veelzeggend is de (achtste) uitweiding, dertig bladzijden lang, waarin een mijmering over seksuele trouw uitmondt in een moralistische aanval op het consumentisme en de vrije liefde van de babyboomers. De roman, die dan net tachtig pagina's bezig is, wordt er geweldig door opgehouden, en de schrijfster ontpopt zich niet alleen als een oude brompot (`de dagelijkse wereld van jonge mensen [is] langzaam maar zeker veranderd in een seksueel concentratiekamp'), maar ook tot een namaak-Tom Wolfe die de gekte van Nederland in het laatste fin de siècle, inclusief de IRT-affaire en (heel actueel) de onaantastbare status van de Hell's Angels, aan de kaak wil stellen.

Heks

Brouwers slaagt er bij tijd en wijle in om ons het idee te geven dat we een satire aan het lezen zijn. In ieder geval in het begin, wanneer Rink in Cannes een tamelijke grappige seksuele botsing heeft met een zelfverklaarde Duitse heks die zich geheel en al heeft uitgeleverd aan de clichés van de porno-industrie: `ze gleed heen en weer over zijn lul of het zo dadelijk vanzelf wel een bezemsteel zou worden.' Of halverwege het boek, als Rink vergeefs probeert om zijn mobiele telefoon te blokkeren bij een doorgedraaide klantendienst: `U wordt doorgeschakeld naar een van onze medewerkers. Klik. Tuut-tuut-tuut-tuut-.' Of in de tweede helft van de roman, wanneer veel ruimte wordt ingeruimd voor het conflict dat Philip, en later Rink, uitvecht met een weerspannige huurster, die emmers met water langs de muren gooit om de gemeentelijke toezichthouders ervan te overtuigen dat het huis onleefbaar is: `,,Gaat u alstublieft naar binnen,'' zei Philip gravend. ,,Ik zag gisteren een afschuwelijke kop in de woonkrant. Huurster valt van dak op zoek naar nulpunten''.'

Marja Brouwers heeft ongetwijfeld meer van Casino willen maken dan een simpele zedenschets in de trant van Marijke Höweler, de Amsterdamse schrijfster die ten tijde van Havinck veel succes had met Van geluk gesproken en Ernesto. Dat valt al aan de titel van de roman af te zien. `Casino' is niet alleen het Italiaanse woord voor chaos, zoals niet toevallig ergens wordt opgemerkt, maar verwijst ook naar Rinks idee dat hij met Philip een spelletje speelt: `Wat hij deed, had hij zelf in de hand, in tegenstelling tot Philip, die zich alleen maar gedroeg alsof hij alles in de hand had, terwijl hij in werkelijkheid telkens verpletterd dreigde te worden door zijn eigen blufpoker.' Natuurlijk is het omgekeerd, en blijkt Rink het zoveelste slachtoffer van Philips `frauduleuze charisma'. Dat komt ervan als je je hyper moron, tegen de wil van het lot in, gedraagt. Zoals de verteller niet lang vóór het hoofdstuk `Hyper moron' opmerkt: `Het overschrijden van grenzen leidt niet tot een grotere ruimte voor de vrije handeling, maar tot een continuüm van almaar complexere instabiliteit met de bananeschil als grondbeginsel.'

Die laatste zin illustreert een ander aspect van Casino: de ongemakkelijke stijl. Brouwers betoont zich een liefhebster van ingewikkelde, academische constructies. Op de eerste bladzijde onthoofdt Rink al een `apocalyptische hybride van Hercules en Paris' bij een potje voetbal. Tijdens een zwempartij `varieerden tijd, lengte en massa voelbaar met de relatieve beweging van gebeurtenis en waarnemer'. Verder turfde ik nog een `antediluviale brulstijl', iemand die `perifrastisch omschreven' wordt, en een `mixolydische' vrouw, waarmee zelfs het woordenboek geen raad weet. Voeg daarbij de ingewikkelde metaforen (`een verbrokkeld gevoel dat als een soort beginnende hallucinatie [...] als een achterwaartse jacobsladder naar zijn heupen trok'), de clichés (`de welsprekendheid van een theemuts') en de soms ronduit slechte dia- en monologen, en je moet concluderen dat in elk geval het vakmanschap van de in Casino gesmade thrillerschrijver Thomas Harris ontbreekt.

Helaas. Het vuistdikke, langverwachte Casino, de comeback-roman van de eens zo veelbelovende Marja Brouwers, is een teleurstelling. De schrijfster kan veel, wilde veel, maar kwam uit op een mengelmoes van pompeuze cultuurkritiek en zwakke plotlijnen. En de lezer? Die voelt zich aanvankelijk zoals Rink bij zijn intrede in de wereld van Philip van Heemskerk: `hij was niet thuis, hij bevond zich op andermans terrein en hij kon daar het centrum, de kern niet vinden.' Om er na een paar honderd bladzijden achter te komen dat hij is veranderd in een ramptoerist bij een omgevallen boekenkast.

Marja Brouwers: Casino. De Bezige Bij, 562 blz. €22,50 en €27,50 (geb.)