Twaalf jaar voor smokkel

De rechtbank in Lelystad heeft gisteren vier mannen uit Lelystad, Amsterdam en Colombia veroordeeld tot celstraffen, oplopend tot twaalf jaar. Ze zijn schuldig aan smokkel van 4050 kilo cocaïne, voorbereidingen daartoe en lidmaatschap van een criminele organisatie. Ze zaten achter het megatransport van vier ton coke met de zeesleper Otton vorig jaar zomer.

De rechtbank, die het zogenaamde Amalthea-proces uit veiligheidsoverwegingen voerde in de bunker in Amsterdam-Osdorp, heeft H.J. (41) uit Lelystad en de 48-jarige Amsterdammer R.H. beiden veroordeeld tot twaalf jaar celstraf. Een 36-jarige Colombiaan kreeg eveneens twaalf jaar en zijn 25-jarige landgenoot zes jaar gevangenisstraf. De zuster van J. is vrijgesproken.

Volgens justitie was de drugsvangst op de Otton de grootste ooit in Nederland. De openbaar aanklaagster had zestien jaar cel geëist tegen het viertal.

Politie en douane in Zeeland stuitten op 22 augustus 2003 op de partij coke. De drugs waren zeer goed verstopt op een Panamese zeesleper. De boot was onderweg naar Antwerpen, maar strandde met motorpech bij Vlissingen. Enkele bemanningsleden kregen al eerder acht jaar cel.

Door een tip van de Amerikaanse drugsbestrijding bestond er een vermoeden dat op de sleper een grote partij cocaïne verborgen was. Ook waren er al eerder Nederlandse aanwijzingen dat de organisatie zich met cocaïnemokkel bezighield.

Onder een met beton dichtgegoten tank vond de douane na uren hakwerk uiteindelijk de partij cocaïne.

Het openbaar ministerie eiste gisteren voor de rechtbank in Middelburg tien jaar gevangenisstraf voor zowel de kapitein als de stuurman van de zeesleper. De rechter zal hun straf op 17 maart uitspreken.