Tijd voor een moderne Mediawet

Alleen de Haagse politici kunnen nog een einde maken aan de crisis bij de publieke radio, vindt Henk van Hoorn, hoofdredacteur van NOS-radio.

Bestaat de lezer? Na het betoog van Chris Kijne (Cultureel Supplement, 20 februari) waarin hij het bestaan van de radioluisteraar betwijfelt, is er alle reden om ook de lezer ter discussie te stellen. Want als de luisteraar een onhanteerbare verzamelnaam voor een heterogeen gezelschap is, dan is de lezer dat natuurlijk ook. En de kiezer. En de consument. En de programmamaker. Zodat we deze boeiende discussie over de radio nu kunnen afsluiten met de conclusie dat ook de radio niet bestaat. Dus, mevrouw de voorzitter, waar hebben we het eigenlijk over?

We hebben het over de kunstenaar en de ambachtsman.

De kunstenaar (Rik Zaal) claimt onbeperkte vrijheid. Hij is tegen beperkende regels en het kleinburgerlijke streven naar vastigheid omdat die al zijn creativiteit doden. Diep in zijn hart hoopt hij natuurlijk dat het publiek zich zal verdringen voor de galerie waar zijn werk hangt, maar dat stille verlangen zal hij nooit uitspreken. De kunstenaar doet wat hij wil.

De ambachtsman (Jan Westerhof) vindt regels en regelmaat helemaal niet erg. Hij gaat elke morgen keurig om 8.00 uur naar zijn werk, om 17.00 uur vertrekt hij weer naar huis. Intussen maakt hij de mooiste producten en hoopt dat veel mensen ervan genieten. De ambachtsman houdt niet van nutteloze bezigheden, het resultaat telt. De kunstenaar en de ambachtsman zullen het nooit helemaal met elkaar eens worden, zelfs niet in Hilversum waar het harmoniemodel alle interessante meningsverschillen smoort.

Het draait in deze discussie over de publieke radio vooral om de vraag of een strak programmaschema – `vastigheid' schrijft Zaal misprijzend – tot gevolg heeft dat radiomaken `een bloedeloze invuloefening wordt', zoals Chris Kijne beweert. Een simpel voorbeeld maakt duidelijk dat dit grote onzin is. In het programmaschema van Radio 1 is op werkdagen 's morgens tussen 9.00 en 10.00 uur een lang interview gepland. In 2001 is afgesproken dat dit interview `pittig' moet zijn. Want, zo redeneerde de zenderredactie, gewone informatieve gesprekken zijn er al genoeg op de radio. Wat ontbreekt zijn gesprekken met het mes op tafel. Let wel, de bazen (of `baasjes' zoals ze bij Zaal en Kijne heten) zeggen met nadruk tegen de redacties en presentatoren: maak er geen slappe hap van, zorg dat het een gesprek met ballen wordt. Maar wat horen we bijna elke morgen? Een keurig interview waarin geen onvertogen woord valt, op een vriendelijke toon waar het begrip vanaf druipt. Niks pittig, maar heel braaf. En dat ligt echt niet aan het programmaschema.

Jan Westerhof schreef het al: ,,Natuurlijk willen lezers, kijkers, luisteraars, verrast worden, maar binnen een herkenbare structuur.'' Daarom is het programma dat op Radio 1 het best wordt beluisterd, het Radionieuws, elk uur op een vast tijdstip geprogrammeerd. Daarom hebben alle succesvolle radioprogramma's, zoals Met het oog op morgen, de TROS Nieuwsshow en Vroege Vogels, een vaste opbouw. Kunstenaar Rik Zaal is daar allergisch voor. Hij lijkt nog altijd te denken dat wat veel mensen mooi vinden per definitie niet kan deugen, een opvatting die je vroeger bij de VPRO vaak kon horen. Zoals ze bij de VPRO toen ook niets van nieuws moesten hebben. Veel te hectisch voor kunstenaars.

Ondanks de vaste formats en de (te) heilige luistercijfers, is er voor de programmamakers die willen volop ruimte voor creatieve ideeën en een persoonlijke aanpak. Ook op grote redacties als die van het Radio 1 Journaal. Het opvallende is echter dat er zelden of nooit een programmamaker over de schreef gaat. Risicomijdend gedrag is tegenwoordig namelijk weer in de mode.

Intussen dreigt door deze discussie over bijzaken het echte probleem van de publieke radio een beetje op de achtergrond te geraken. Want niemand schrijft over de onmogelijkheid om met tien zendgemachtigden een coherente nieuws- en sportzender te maken. De zender 747AM moet het zelfs met negentien zendgemachtigden doen. Het is met geen pen te beschrijven welke verspilling van geld en talent dit tot gevolg heeft. McKinsey heeft een poging gedaan, maar de kern van het probleem, het zo langzamerhand lachwekkende omroepbestel, bleef buiten schot. Waardoor ten onrechte de indruk ontstaat dat het Bestel heilig en onaantastbaar is.

Wordt het niet de hoogste tijd om vast te stellen dat het mooi is geweest? Dat het Nederlandse omroepbestel een nuttige uitvinding was, maar dat de nadelen inmiddels veel groter zijn dan de voordelen? In een tijd van grote concurrentie is het immers van levensbelang dat er duidelijk herkenbare en kwalitatief hoogstaande publieke radio- en televisiestations zijn. En dat de besluitvorming over deze stations en over de programma's snel en efficiënt verloopt. Dat laatste is in het huidige bestel een utopie. Zelfs een zeer voor de hand liggend plan om de programma's van Radio 1 vanuit één studio uit te zenden vergt inmiddels een jaar discussie. De uitkomst van het gekrakeel over dit voorstel – waardoor bij belangrijk nieuws de programma's sneller, eenvoudiger en dus beter op elkaar kunnen worden afgestemd – is nog ongewis.

Ooit vertelden alle omroepbestuurders in Hilversum trots dat ze in het buitenland erg jaloers waren op ons open bestel. Dat was een leugen, want niemand slaagde er in om een buitenlander uit te leggen hoe het systeem precies in elkaar zat. In de loop van de tijd is het aantal zendgemachtigden almaar gegroeid en doordat in Hilversumse vergaderkamers altijd naar consensus wordt gestreefd, is de daadkracht evenredig afgenomen. Dit jaar staan weer nieuwe omroepen op de drempel van het bestel te trappelen, zodat we wellicht binnenkort een echte bejaardenomroep mogen verwelkomen. Want die hadden we nog niet.

Het is dus tijd voor een kloeke beslissing. Die moet door de politiek worden genomen, want kabinet en parlement zijn verantwoordelijk voor de Mediawet. Zij zijn dan ook de enigen die het omroepbestel kunnen vernieuwen. Uit Hilversum zal de hervorming niet komen, want daar zijn ze veel te druk met het zoeken naar het antwoord op de vraag wat de politiek bedoelt met de drievoudige, onuitvoerbare opdracht aan de omroepen: samenwerken, zich profileren en bezuinigen. Je vraagt je bijna af of er geen eenvoudiger sterfhuisconstructie te bedenken was.

Omdat de meeste politici bij het horen van de naam Hilversum last van koud zweet, braakneigingen en niet te stoppen rillingen krijgen, zal een moderne, nieuwe Mediawet snel een eind moeten maken aan alle getob. De contouren van een beter systeem zijn eenvoudig te schetsen.

Vernietig de oude wet, opdat de omroeporganisaties en de andere zendgemachtigden hun zendtijd kwijtraken.

Geef de zendmachtigingen en het geld aan de verschillende radio-(en televisie)zenders, die zich omvormen tot zelfstandige organisaties – bijvoorbeeld stichtingen. Zo krijgt Radio 1 net als een krant een directie en een zelfstandige hoofdredactie die bepaalt wat er op de zender komt.

Een overkoepelend bestuur behartigt de gemeenschappelijke belangen van alle zenders.

De meeste programma's worden niet door de zenderorganisaties zelf gemaakt, maar gekocht bij buitenproducenten. Bij de televisie is dat nu al heel normaal, dus bij de radio zal dat ook wel lukken. De rol van buitenproducent kan prima worden vervuld door de huidige omroepen als ze zich specialiseren in de programmasoorten en aandachtsgebieden waar ze goed in zijn. Omroepen die daar niets voor voelen, kunnen gaan doen waar ze misschien al jaren van dromen: een commerciële omroep worden.

Als de nieuwe Mediawet zo eenvoudig wordt opgezet, ontstaat een omroepbestel dat weer jaren mee kan. Van de politici vraagt dat enige moed en zelfbeheersing. Moed omdat deze besluiten altijd veel turbulentie veroorzaken. Maar de ervaring leert dat elke storm na verloop van tijd weer gaat liggen. De zelfbeheersing die van politici wordt gevraagd slaat op de onuitroeibare gewoonte om alles te gedetailleerd te willen regelen. Zo zou je bijvoorbeeld in de nieuwe wet kunnen zetten dat de buitenproducenten, lees de omroepen, op een minimale afname van hun programma's kunnen rekenen. Dat zou onverstandig zijn, want voor je het weet heb je het oude omroepbestel in een nieuwe gedaante terug.

Over de verschillende radiozenders hebben Rik Zaal en de anderen wijze en minder wijze opmerkingen gemaakt. Radio 1 uitzenden via de middengolf is een onzalige gedachte, omdat de middengolf een verouderd systeem is. Zelfs via internet zijn tegenwoordig radiostations in een betere geluidskwaliteit te beluisteren. Radio 3 en 4 moeten we zeker handhaven. Radio 3 omdat het de enige publieke zender is die de jeugd bereikt, Radio 4 omdat elk beschaafd land een zender voor klassieke muziek heeft. Radio 2 is een twijfelgevalletje. Dit station wordt prima beluisterd als het oude platen en belegen cd's draait. Dan is de zendercoördinator in orgastische extase omdat hij Sky heeft verslagen. Maar waarom moet dat het heilige doel zijn van een publieke zender?

En dan hebben we nog Radio 747AM en niet te vergeten de Wereldomroep. Die kunnen weg. Radio 747AM omdat de meeste programma op deze zender niet meer dan 10.000 tot 50.000 luisteraars bereiken. Alleen sommige EO-programma's in het weekend halen een luisterdichtheid van meer dan 100.000. Hoewel het deze radiozender is waar in kranten en via Radio 1 de meeste reclame voor wordt gemaakt, blijven de luisteraars weg. Opheffen dus, want radio is nu eenmaal een massamedium. Datzelfde geldt voor de Wereldomroep. Dankzij een krachtige lobby van de Wereldomroep-leiding en het jeugdsentiment van politici die vroeger op de camping naar Jan Pelleboer luisterden, kon het instituut tot nu toe overleven. Maar via de satelliet en internet zijn tegenwoordig vele duizenden radiostations te ontvangen, ook de Nederlandse. Is het dan niet een beetje overdreven om voor een verdwaalde missionaris in de oerwouden van Irian Jaya een kostbaar zenderpark, een stoet personeel en een groot studiogebouw in stand te houden? Voor de campings zou je desnoods Radio 1 op de korte golf kunnen zetten.

Lapmiddelen helpen niet om de publieke radio op de langere termijn overeind te houden. Het is hoog tijd voor echte daadkracht, want de verzuiling is buiten Hilversum al lang passé. Als Den Haag spierballen kan tonen als het om uitgeprocedeerde asielzoekers gaat, dan moet dat toch ook lukken bij de publieke omroepen.

Dit is de laatste bijdrage aan de serie over de toekomst van de publieke omroep.

De vorige bijdragen zijn te vinden op www.nrc.nl/discussie.

Zie ook pagina 20: Brieven

    • Henk van Hoorn