Speuren zonder visie

Onze wetshandhavers hullen zich van oudsher graag in geheimzinnigheid als het om grensoverschrijdende samenwerking van politie en justitie gaat. Deze wordt van oudsher beheerst door ondoorzichtige gremia als de Club van Bern, de Weense Club, het Trevi-overleg en de wandelgangen van menige Interpolconferentie. Europa heeft nu een eigen Europol, maar dat is niet het hele verhaal.

Dat verhaal is het thema van Keizer in lompen van Jelle van Buuren, vaste medewerker van de Staatscourant, en Wil van der Schans van het bureau Jansen en Janssen, dat zich een zekere faam heeft verworven door oneerbiedige publicaties over de wereld van politie- en inlichtingendiensten. Deze laatste connectie was voor het parket-generaal van het openbaar ministerie reden medewerking aan het boek te weigeren. Dat deed ook het ministerie van Justitie, maar zonder opgave van redenen, zeggen de schrijvers. Toch wisten zij een reeks interessante gesprekspartners te vinden, al wilden deze niet altijd met naam en toenaam worden vermeld.

Heeft deze terughoudendheid te maken met lijken in de kast van het Koninkrijk der Nederlanden? De auteurs hebben ze niet kunnen vinden. Volgens hen ging het `steevast om keurige, redelijke, onderbouwde standpuntbepalingen'. Maar blijkbaar liggen toch veel zaken gevoelig als het gaat om politiesamenwerking binnen Europa. Dat is vooral te wijten aan het ontbreken van een strategische en inhoudelijke visie, zo is de conclusie van de auteurs. De Europese integratiebesluiten op het gebied van politie en justitie zijn vooral een kwestie van `slappe thee', zoals een hoge justitieambtenaar het eens eerlijk uitdrukte: een kwestie van ja zeggen en nee doen. Iedereen weet dat van elkaar. Dat zou zelfs gelden voor het opzienbarende Europese arrestatiebevel dat er in het kielzog van de aanslagen van 11 september 2001 doorheen werd gejaagd.

Het ontbreken van een duidelijke visie is een symptoom van tekorten in de democratische en rechterlijke legitimatie van de Europese besluitvormingsmechanismen. Niet zo vreemd, want justitie en politie raken de kern van de nationale identiteit. Deze is lastig te verzoenen met een grote gemene deler. Het gedoe over het Nederlandse drugsbeleid illustreert dat daar ook goede inhoudelijke redenen voor kunnen zijn.

Het ei van Columbus van minister Donner (Justitie) is om een aparte, maar beperkte, Europese justitie in het leven te roepen die de nationale eigenheid ruimte geeft. Voorbeeld: de Verenigde Staten. Maar hij heeft daarvoor nog niet veel handen op elkaar gekregen. Daarom valt Donner maar terug op het `vertrouwensbeginsel' dat de verhoudingen tussen de nationale rechtssferen van oudsher beheerst. Dit beginsel voldoet volgens de auteurs steeds minder. Zij noemen het een open uitnodiging aan het buitenland – én aan Nederland – om een loopje te nemen met de informatie-uitwisseling. Een voornaam doch nogal eens over het hoofd gezien slachtoffer van de Europese impasse zijn de rechten van de verdachte.

Een eenvoudige oplossing is niet voorhanden. Dit boek bevat in elk geval een interessante suggestie. Bij ontstentenis van een sterk Europees draagvlak zou het Nederlandse parlement hoorzittingen kunnen organiseren, naar analogie van het Britse. De ironie wil dat de Mother of Parliaments juist een parlementair onderzoek naar parlementaire onderzoeken heeft ingesteld. In elk geval dienen zich een aantal interessante onderzoeksvragen aan: weten onze volksvertegenwoordigers echt welke problemen er spelen tussen de directie van Europol en de Raad van Bestuur, hebben zij een idee wat de activiteiten zijn van de Taskforce van politiechefs? Het gaat wél om onze burgerrechten.

Wil van der Schans en Jelle van Buuren: Keizer in lompen. Politiesamenwerking in Europa. Papieren Tijger, 333 blz. €24,90