Salsasalade!

Het is vreemd. Alles wat je eet is plant of dier. Of gemaakt van plant of dier. Van uitgeperste zaden van de artisjok tot gedroogde inktvis. Is er eigenlijk nog wel wat anders? Om te eten? Niet veel. We lusten geen stenen en meestal eten we ook geen aarde. Als er zand in de andijvie of prei zit, willen we dat het er heel goed uit wordt gewassen. Zand, aarde, stenen. Dat zijn mineralen. Kalk en ijzer en fosfor zijn ook mineralen. Die eet je wel maar je merkt het niet want ze zitten verstopt. In melk, spinazie of oesters. Er is één mineraal dat ook in veel andere eetbare dingen zit, waar we maar niet genoeg van kunnen krijgen. Dat is zout. Zout is lekker maar iets te veel zout is niet lekker en al te veel zout is niet goed voor je lichaam. Zout komt van sal en dat is Latijn. Daar komt het woord salaris vandaan en ook salami. Ook saus en saucijs en salade hebben we eraan te danken.

Zo, nu kunnen we eindelijk eten. Eiersalade. Lekker eenvoudig en eenvoudig lekker. Drie eieren hard koken. Tien minuten. Eierschaal eraf halen en in stukjes snijden. Vermengen met een paar flinke scheppen mayonaise. Nu dat zout nog. Anders blijft het eieren met mayonaise en zal het nooit salade worden.

Het zout eten we in de vorm van kappertjes. Dat zijn de kleine bloemknoppen van een plant, geconserveerd in azijn, maar ook in zout. Die kappertjes met zout moet je hebben. Je neemt een halve eetlepel kappertjes. Je legt ze kort in een hele eetlepel azijn. Dan door het theezeefje. Het meeste zout gaat er af, maar er blijft genoeg over.

Mengen door de salade die opeens wel salade is. Opeten en meteen aan de saladedans.

Op vrolijke salsamuziek. Waar denk je dat dat woord vandaan komt?