Opgewekt de wereld rond

In 1986 maakt Carolijn Visser een reis door de verzengende outback van Australië. Ze doet `in een puffende Ford Escort' onder meer Coober Pedy aan, een oord dat kaal is als een maanlandschap dat `een lange dag rijden van de bewoonde wereld vandaan' ligt. Van de drieduizend inwoners is op het eerste gezicht geen spoor te bekennen: de moordende hitte noopt hen als mollen onder de grond te leven. Ze zijn uit alle windstreken naar het stadje gekomen om te graven naar opaal in de hoop ooit hun grote slag te slaan. Maar de gelukzoekers die Visser in hun ondergrondse woningen bezoekt hebben weinig succes.

De hardheid van het leven in de Australische bush doet zich ook gelden in Mungindi, een dorp op de grens van Queensland en New South Wales. Het is een gemeenschap voor echte kerels die houden van rugby, drank en jagen op wilde varkens. Dat laatste is niet alleen voor het vertier, een man bewijst er ook zijn mannelijkheid mee. Visser en haar metgezel worden uitgenodigd voor zo'n avondlijke jachtpartij. Met in de auto `drie bloeddorstig kwijlende honden' scheuren ze achter de dieren aan. De mannen zijn gewapend met messen en geweren, de vrouwen moeten eventuele gewonden opvangen. Er vallen echter alleen slachtoffers onder de varkens en het is Vissers taak die te fotograferen. De gedachte dat ze in ieder geval een vrij leven hebben gehad biedt schrale troost.

De Australische belevenissen zijn opgenomen in de bundel De hele wereld. Een reis langs vijf continenten die een keuze bevat uit Vissers eerdere reisboeken en ongebundelde journalistieke werk. De verhalen zijn sfeervol, natuurimpressies worden afgewisseld met eigen ervaringen en die van anderen. Haar nieuwsgierigheid, ondernemingslust en belangstelling voor de mensen die haar pad kruisen brengen haar in contact met allerlei individuen in wier leven ze zich soms grondig verdiept. Ze kiest bij voorkeur weinig geijkte bestemmingen en dompelt zich onder in de situatie ter plekke. Zo solliciteert ze tijdens een verblijf in Tokio naar een baantje in een hostessclub waar ze als animeermeisje leert hoe ze de klanten een ontspannen avond moet bezorgen.

De hele wereld is niet een boek om in één ruk uit te lezen, de selectie is soms wat hap-snap doordat ook heel korte stukken zijn opgenomen die niet beklijven. In de langere (fragmenten uit) verhalen komt Carolijn Visser het best tot haar recht. Ze is, zo blijkt telkens, niet alleen zeldzaam bereisd, ze weet over haar reizen ook veel behartigenswaardigs te zeggen. En ze doet dat op een prachtige manier.

Carolijn Visser: De hele wereld. Een reis langs vijf continenten. Meulenhoff. 479 blz. €25,–