Onbereikbaar vrouwelijk universum

Twijfel, echte twijfel, laat zich niet gemakkelijk vangen in beeldende kunst. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het stilstaande, het definitieve, dat schilderijen en beelden aankleeft – en dat voor twijfel weinig ruimte laat. Wat dat betreft is het niet verbazingwekkend dat Tintinnabulation, de nieuwe tentoonstelling van Ansuya Blom (1956) bij Galerie Van Gelder, opent met een korte film. Blom is vooral bekend van tekeningen en collages van organen, planten en interieurs, waarin haar zoekende tekenhand een belangrijke rol speelt. Dat zoekende zit ook in de film, zeven minuten lang, die volgens de wetten van het Blomse universum heel toepasselijk Chapter Three heet – de hoofdstukken Een en Twee bestaan nog niet.

In Chapter Three zien we een gang in ouderwets kantoorgebouw of ziekenhuis. Het is er schemerig, de wanden en de vloer spiegelen, aan de muren hangen bolvormige lampen. Terwijl de camera door de gang beweegt, wordt het beeld afwisselend waziger en scherper – als in een droom inderdaad, maar dat droomgevoel is niet opdringerig.

Dat gebeurt pas als Blom op de achtergrond steeds meer geluid laat meelopen: een zachte stem, vioolmuziek, een typemachine. Daarmee wordt de film bijna onaangenaam, en tegelijk weet je niet zeker of dat de bedoeling is. Irriteren de clichés als de tikmachine en de murmelende stem of is het beeld, dat soms zo wazig wordt dat je bijna denkt om te vallen, té ontregelend?

Op al die vragen geeft Blom in het vervolg van de tentoonstelling geen antwoord – sterker nog: ze stelt er liever een paar nieuwe vragen bij. Ook de tekeningen en beelden in de hoofdruimte tonen een bijna pijnlijk directe confrontatie met een zoekende ziel. Veel van Bloms tekeningen bestaan uit potloodlijnen die in vrij rechte, hoekige patronen op doek zijn gezet. Dat lijkt willekeurig, maar is het niet: op Hiermesure bijvoorbeeld, nemen de lijnen bijna de vormen van tabellen en woorden aan, terwijl er zich op Tintinnabulation III een mensfiguur aftekent, door Blom vervolgens

nadrukkelijk achter een vlek transparante gouacheverf weggestopt.

Zo duiken er wel meer beelden, gevoelens en associaties op in dit werk, dat in al z'n weerbarstigheid ook vraagt om tijd en geduld van de toeschouwer – en misschien wel vooral van de mannelijke. Hoe langer ik keek, des te sterker de indruk werd dat Bloms werk onmiskenbaar vrouwelijk is. Toch laat die vrouwelijkheid zich niet benoemen; als het al vrouwelijk is dan komt dat doordat alle kunstenaars waarmee je het associeert vrouwen zijn als Louise Bourgeois, Hanne Darboven, Eva Hesse. Ondertussen weet Blom die links wel zo subtiel te benadrukken dat ik het gevoel kreeg alsof ik berichten kreeg overgeseind uit een parallel maar onbereikbaar universum. Daar stond ik dan, als mannelijke toeschouwer.

Het was lang geleden dat ik me op een tentoonstelling zo buitengesloten had gevoeld – en ergens knaagde het besef dat dat een goed teken was.

Ansuya Blom: Tintinnabulation. Galerie van Gelder, Planciusstraat 9B, Amsterdam. T/m 20 maart.