Niet meer huilen of bidden in de cel

Sinds vorig jaar wordt met twee gevangenen op één cel geëxperimenteerd. Wie in de gevangenis in Doetinchem niet `vrijwillig' deelneemt, komt in een isoleercel.

De rode deuren van de tweepersoonscellen zijn voorzien van een extra grendel, zodat de deur ondanks vereende krachten in zijn voegen blijft. Daarnaast hangen twee bordjes met de gegevens van de gedetineerden. Een pasfoto, naam, leeftijd en voedselvoorkeur; bruin- of witbrood, aardappelen of rijst en vegetarisch of niet. Achter deze deur zitten Alberto V. (32) en Leroy R. (18). Ze zitten respectievelijk voor ,,diverse'' diefstallen en voor ,,verschillende'' inbraken. Sinds twee weken delen ze één cel van tien vierkante meter in het huis van bewaring in Doetinchem.

Een beroerde situatie, noemt Alberto het delen van een cel. Maar hij ontkwam er niet aan. ,,In eerste instantie wilde ik niet, maar dan moest ik de isoleercel in.'' Van vrijwilligheid is volgens hem daarom ook geen sprake. Gelukkig heeft hij het nog getroffen dat hij met een ,,blanke'' samen zit, want verschillende culturen gaan volgens hem niet samen. ,,Ik kom er wel doorheen, hoor'', zegt hij grijnzend en wijst naar een kalender die op het bureau staat. `Vrij' staat er met koeienletters bij de donderdag.

In een hoek van de tien vierkante meter staat een stapelbed. Leroy slaapt boven, Alberto onder. Op een kistje naast het bed liggen wat bladen en boeken; de Aktueel naast een Donald Duck. Tegen de muur staat een kast die in tweeën is gedeeld. In het gedeelte van Leroy ligt het gezelschapsspel Zeeslag. Beide gevangenen hebben een eigen kluisje voor waardevolle bezittingen. In een andere hoek staat een bureau. Twee stoelen passen er nog net bij. Het toilet is afgeschermd door een houten schuifdeur. Aan de muur hangt één televisie.

Om het cellentekort tegen te gaan, besloot minister Donner (Justitie) in 2002 om te gaan experimenteren met tweepersoonscellen. Na lang overleg en diverse rechtszaken van de vakbonden met als inzet de veiligheid van het gevangenispersoneel, zijn vorig jaar in zeven penitentiaire inrichtingen circa vierhonderd cellen verbouwd tot tweepersoonscellen. Afgesproken is dat de gevangenen op ,,vrijwillige basis'' een cel kunnen delen. In juni volgt een evaluatie van de proef, met als doel de landelijke invoering van de meermanscellen.

In het huis van bewaring De Kruisberg in Doetinchem delen op dit moment 22 gevangenen een cel. De selectie geschiedt onder andere op grond van het delict, sociaal gedrag en mogelijke aanwezigheid van psychische stoornissen. Zedendelinquenten komen niet in aanmerking voor celdeling. Wie meedoet, krijgt vijf euro extra zakgeld per week. De proef is halverwege en volgens algemeen directeur Wijnald Lodder een ,,succes''. Ten eerste omdat ze een bijdrage levert aan het oplossen van het capaciteitsprobleem, maar ook omdat gedetineerden er volgens hem voordeel van hebben. Ze kunnen hun ,,sores'' namelijk delen met hun ,,celmaat'' en leren er ook in sociaal opzicht van, stelt hij. ,,Ze moeten samen de tijd door zien te komen en problemen op te lossen. Je kunt de meermanscellen in die zin ook opvoedkundig aanwenden.''

Alberto en Leroy hebben bijvoorbeeld afspraken gemaakt over het gebruik van het toilet, ,,niet schijten als ik aan het eten ben'', en naar welk televisieprogramma ze kijken. Maar dat ze daar nou zoveel van leren, dat betwijfelen ze. Want als Leroy de afspraken niet nakomt, gaat Alberto als het moet ,,op de vuist''. De isoleercel neemt hij dan op de koop toe.

Ze zien zelf vooral wat ze nalaten omdat er een ander bij ze in de cel zit. Zo laat Alberto zijn gebed, ,,ik ben katholiek'', voor het eten schieten, omdat Leroy dan begint te lachen. Hij maakt dat 's avonds weer goed door voor zichzelf wat rozenkransjes uit te spreken. En als Leroy vervolgens snurkt, slikt hij wat slaappillen of rookt een ,,blowtje'', want ,,dat zien ze wel door de vingers''. Leroy heeft een ander probleem. Hij ziet het niet zitten om brieven te schrijven met een medegedetineerde op ,,mijn lip''. Huilen als hij vervelend nieuws van het thuisfront hoort, laat hij helemaal uit zijn hoofd.

Mac Mohammed Amin en Bas Schut zijn beide afdelingshoofden in het huis van bewaring. Onverdeeld enthousiast zijn ze niet. De noodzaak van de meermanscellen begrijpen ze en tot nu toe gaat het redelijk; ernstige calamiteiten hebben zich nog niet voorgedaan. Maar wat er achter de deur gebeurt, weten ze niet. Schut: ,,Of de een de macht over de ander heeft, zien we niet.'' ,,Je gaat niet meer de cel in om met een gevangene over zijn problemen te spreken waar de ander bij zit. Dat humane aspect mis ik'', zegt Amin.

Dat er van echte vrijwilligheid geen sprake is, erkennen ze, maar daar kunnen ze weinig aan doen. Alle cellen zitten vol en een nieuwe gevangene die weigert om een cel te delen kan slechts terecht in de isoleercel, waar alleen een klein bankje en een toilet staat. ,,Dat is lullig'', zegt Amin. De gedetineerde krijgt een matras zodat hij niet op de vloer hoeft te slapen. Dat gevangenen dit ondanks de uitleg toch als een strafmaatregel zien, begrijpt directeur Lodder wel, maar hij benadrukt dat het meer een soort ,,wachtcel'' is totdat er een plek vrijkomt.

De gedegen selectieprocedure biedt geen garantie op succes. Al ,,een keer of tien'' zijn in Doetinchem koppels uit elkaar gehaald omdat het niet ging, vertelt bewaakster Lonneke. Zo heeft één gevangene in korte tijd al drie celgenoten versleten. ,,Twee keer draaide het op vechten uit. Nu gaat het aardig.'' Maar het probleem zit volgens haar in zijn hoofd en van dergelijke types zijn er ,,heel veel''. Nee, het is er allemaal niet leuker op geworden, verzucht ze. ,,De bezetting van de isolatiecel is veel hoger en de binding met de gevangenen veel kleiner.'' Waar de vakbonden bang voor waren, is volgens haar ook gebeurd. ,,Mijn veiligheid is afgenomen. Ze schreeuwen en bedreigen me vaker.''

Volgens haar komt dat mede doordat gedetineerden met psychische stoornissen toch bij elkaar zitten. De bijzondere zorg waar deze mensen eigenlijk heen zouden moeten, zit namelijk helemaal vol, bijvoorbeeld met zedendelinquenten. ,,Die moeten daar wel heen, anders krijgen we toestanden onder de douche.'' Directeur Lodder zegt er alles aan te doen om de veiligheid van het personeel te garanderen. ,,We houden al intern evaluaties en pakken de knelpunten aan. Ook als dat extra kosten met zich meebrengt'', verzekert hij.

Afdelingshoofd Amin ziet het beleid versoberen onder druk van de bezuinigingen. In juni wordt er weer een gedeelte van het recreatieprogramma op vrijdag geschrapt en zitten de gevangenen nog langer met elkaar in hun cel. Amin: ,,Dat is geen wenselijke situatie, maar we ontkomen er niet aan.''