Mooie maand voor onderzoeksjournalistiek

Februari was een goede oogstmaand voor de Nederlandse onderzoeksjournalistiek. Eerst publiceerde NRC Handelsblad een vierdelige terugblik op `Nederlands grootste bedrijfsschandaal' en pal daarop verscheen het boek Het drama Ahold van freelance journalist Jeroen Smit. Dat vraagt om vergelijkend warenonderzoek.

Het was precies een jaar geleden dat multinational Ahold instortte door een opeenstapeling van fraude, mismanagement, misleiding en slecht toezicht. Na het aftreden van topman Cees van der Hoeven bleven de gedupeerde beleggers, werknemers en klanten in verwarring achter. Wat was hier gebeurd?

De journalistiek kent een tijdrovende maar effectieve methode om die vraag te beantwoorden: de reconstructie. Het principe is eenvoudig: praat met zoveel mogelijk betrokkenen en verzamel zoveel mogelijk documenten. Als je dat minutieus doet, kun je uiteindelijk het verhaal vertellen dat op 24februari vorig jaar nog in nevelen was gehuld.

Het was het tv-programma Reporter dat de eerste aanzet gaf. Op 25 september vorig jaar presenteerden Jos Slats en de voor deze productie ingehuurde economisch journalist Jeroen Smit een eerste reconstructie. Ze hadden zo'n veertig gesprekken met betrokkenen gevoerd. Daaruit bleek dat Ahold-topman Cees van der Hoeven en tweede man Michiel Meurs handtekeningen hadden gezet onder tegenstrijdige side letters over de zeggenschap van Ahold in buitenlandse joint ventures. De ene brief lieten ze aan de accountants zien, de tegenovergestelde niet.

Op basis daarvan werden jaren achtereen miljarden omzet te veel berekend.

Reporter speelde een overgebleven krent uit de pap door naar de Volkskrant. Die berichtte op de dag van de tv-uitzending dat behalve Van der Hoeven en Meurs ook bestuurder Jan Andreae tegenstrijdige side letters had getekend.

Maar omdat het bij een losse mededeling zonder verder bewijs bleef, had dit geen gevolgen. Het zou nog vijf maanden duren voordat Andreae zich door de goed gedocumenteerde berichtgeving in NRC Handelsblad gedwongen zag op te stappen uit de Raad van Bestuur.

Jeroen Smit besloot na de uitzending van Reporter een boek te maken. Hij voerde opnieuw tientallen gesprekken (totaal werden het er honderd) waarmee hij een gedetailleerd verhaal kon vertellen dat leest als een spannende roman. Soms is het of de schrijver zelf bij de gesprekken van de Ahold-top heeft gezeten.

De kracht van het boek (in deze krant besproken op 27 februari) is dat hij niet alleen veel feiten geeft, maar ook de psychologie van de acteurs laat zien, vooral van de – ook door journalisten – vaak geprezen Van der Hoeven, die voortgestuwd werd door zijn ambitie omzet en winst te verhogen, die niet goed tegen kritiek kon en onvoldoende werd gecontroleerd door zijn commissarissen. Ook de verstrengeling van belangen tussen bedrijven en banken (Van der Hoeven was commissaris bij ABN Amro) blijkt een factor, net als de wederzijdse afhankelijkheid van bedrijven en accountants.

Het boek van Smit lag al bij de drukker toen Joost Oranje en Jeroen Wester in NRC Handelsblad met hun reconstructie kwamen. Oranje is algemeen verslaggever met veel onderzoekservaring (onder andere de Clickfonds-zaak) en Wester is van de economische redactie (met Ahold als een van zijn specialiteiten). Het is een combinatie die de krant vaker maakt om onderzoekservaring en vakkennis te koppelen. Oranje begon al vrij snel na de Zaanse Krach van februari 2003 materiaal te verzamelen, maar pas de laatste maanden werkte hij samen met Wester fulltime aan het onderzoek. Ook zij voerden tientallen gesprekken met betrokkenen in Nederland, Scandinavië, de Verenigde Staten en Latijns-Amerika, meestal anoniem.

Het effect van de publicaties in NRC Handelsblad was aanzienlijk. Niet alleen Nederlandse media namen de conclusies over, ook kranten als de Financial Times en de Wall Street Journal sprongen er op in. Ahold, dat zich uit angst voor gerechtelijke procedures en immense schadeclaims tegenover de NRC Handelsblad-verslaggevers zo gedeisd mogelijk hield, kwam op 20 februari eindelijk met een vierregelig persbericht waarin werd meegedeeld dat de in het nauw gebrachte Jan Andreae ,,op eigen initiatief in het belang van het concern besloten [had] zich terug te trekken uit de Raad van Bestuur''.

De reconstructie in NRC Handelsblad trok vooral aandacht door de combinatie van hard nieuws op de voorpagina (`Top Ahold zit veel dieper in schandaal' en `Ahold hield affaires weken binnenshuis') met gedetailleerd bewijsmateriaal (inclusief geheime documenten) in de achtergrondverhalen. Daardoor kreeg de serie een onontkoombaar effect. Opvallend was de precisie waarmee de boekhoudschandalen, de rol van de topbestuurders en de deels kritische, deels toegeeflijke houding van de accountants uit de doeken werden gedaan.

De conclusies van de reconstructie laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Er zijn bij Ahold kapitale fouten gemaakt en het griezelige is dat zulke fouten ook elders voorkomen (Enron, Parmalat, enzovoorts). Misschien maakt de koppeling van persoonlijke inkomens aan de groei van omzet en winst sommige bestuurders wel een beetje overmoedig. Dat mechanisme verleidde hen ertoe elders in de wereld te snel te veel bedrijven te kopen, die hun opvolgers nu weer mogen afstoten om de winst op peil te brengen.

Als vroeger de kruidenier zijn klanten oplichtte, was heel het dorp de dupe; in de globale economie zijn de rampen wereldwijd. Die strekken zich nu uit tot gedupeerde klanten, werknemers en aandeelhouders in heel de wereld. Daarmee is ook de taak van de onderzoeksjournalistiek verbreed.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf