Lucia de B. blijft haar aanvaller beschermen

Gisteren kwam Lucia de B. zelf aan het woord in het hoger beroep. De verpleegster werd vorig jaar veroordeeld tot levenslang voor moord op patiënten.

Niet de aanval, maar kalme overgave leek aanvankelijk de beste verdediging van Lucia de B. tijdens haar verhoor gisterenmiddag door het hof. ,,Klopt'', antwoordde ze prompt en heftig knikkend op de beschuldiging in 1992 een high school-diploma te hebben vervalst. En op de beschuldiging dat gefalsifieerde getuigschrift te hebben meegestuurd met haar sollicitatie naar een plaats als leerling-verpleegster in het Haagse Leyenburg ziekenhuis: ,,Absoluut ja.'' Maar realiseerde ze zich wel dat dat bedrog was, vroeg het hof. ,,Ja natuurlijk, daar had ik dat diploma juist speciaal voor gemaakt!''

Lucia de B. liet met deze, met vlagen ronduit enthousiaste instemming het hof enigszins verbouwereerd achter. Voorzitter E. von Brucken Fock leek zich daarop te hernemen en stelde zich naarmate het verhoor vorderde allengs kritischer op. In rap tempo las hij haar belastende verklaringen voor van ex-collega's. Die verdachten Lucia van drugs- en alcoholmisbruik, noemden haar ,,eng'', ,,oncollegiaal'' en ,,vreemd afstandelijk'', zeiden dat ze een zelfmoordpoging deed, dat ze haar verdachten van diefstal van morfine en geld, dat Lucia regelmatig enige tijd `zoek' was tijdens haar diensten en dat ze in haar vrije tijd patiënten bezocht.

Lucia bleef volhouden niet te begrijpen waar de collega's het over hadden. ,,Het is heel triest'', schudde ze het hoofd. En op de terugkerende vraag van het hof waar die beeldvorming bij zovele collega's dan vandaan kon komen als het niet waar was: ,,Ik weet het echt niet. Geen idee, ik heb toen niets van die kritiek gemerkt.'' En later: ,,Het zijn verzinsels.''

Daar leek het hof geen genoegen mee te nemen. Von Brucken Fock bleef aandringen op een verklaring toen hij meermalen refereerde aan een vermeende overval op Lucia tijdens een nachtdienst in het Leyenburg ziekenhuis in februari 1995 waarbij morfine uit de opiatenkast was verdwenen. Een collega die ook dienst had, had de indringer niet gezien of gehoord. Lucia deed geen aangifte en collega's begonnen te vermoeden dat het verhaal verzonnen was. Kort daarna werd ze overgeplaatst naar een andere afdeling, onder andere omdat er onder haar directe collega's een gebrek aan vertrouwen in Lucia zou zijn.

,,Ik heb nooit willen vertellen waarom ik geen aangifte wilde doen'', zei Lucia met gebroken stem. ,,Ik denk te hebben gezien wie de indringer was. Hij greep me van achter vast en had een mes. Hij was een familielid met wie ik ruzie had. Ik was te bang gewoon. Ik had net gebroken met mijn familie. Een dochter thuis. Ik wilde geen risico lopen. Ik heb dit altijd buiten de zaak willen houden.'' En na aandringen van het hof te vertellen hoe de overval verliep: ,,Hij zei: `Ik ga je prikken, ik ga je prikken' en toen rende hij weg.''

Het openbaar ministerie (OM), dat zich tot dan toe mondjesmaat in het verhoor had gemengd, vroeg Lucia bij monde van een van de advocaten-generaal: ,,Wie was het dan? Dan kunnen we uw verhaal bij de betrokkene zelf verifiëren.'' Lucia weigerde echter pertinent een naam te noemen en daarmee leek het tij te keren voor het tot op heden in het proces wat ongelukkige OM. Dat had al moeten toegeven dat Lucia ten tijde van een van de ten laste gelegde moordpogingen geen dienst had. Bovendien trok dinsdag een medegedetineerde zijn verklaring in dat Lucia de moorden aan hem had bekend.

De geloofwaardigheid van haar ontkenningen morfine te hebben gestolen – en daarmee onvermijdelijk haar algemene geloofwaardigheid – liep met de weigering de naam van de vermeende overvaller te noemen, een deuk op.

Het hof ondermijnde haar geloofwaardigheid verder door delen voor te lezen uit haar dagboeken, die ook bij de rechtbank vorig jaar een grote rol speelden. Volgens Von Brucken Fock leken de citaten de constateringen van haar ex-collega's te ondersteunen. Lucia schreef over de mogelijkheid zelfmoord te plegen, een ,,dominant, leergierig, charismatisch gen'' te bezitten waardoor mensen haar geheimen toevertrouwden en waardoor ze macht over hen had. En over haar relatie met collega's: ,,Ik sta vaak haaks op hun diagnoses omdat zij de geestelijke problemen van patiënten niet snappen.'' Later schreef ze: ,,Er is één groot geheim, een geheim dat niemand mag weten. Nee. Dat geheim gaat mee mijn graf in.''

Lucia verklaarde de dagboekaantekeningen met een theatraal handgebaar en de woorden: ,,Ik zat diep in de put omdat ik net een slechte beoordeling op een van de stageafdelingen had gehad. Nu denk ik als ik dat hoor: `Och Luus, wat was je in de war'.''

Het hof wilde gisteren vooral uitvinden wat Lucia's motieven waren om in de verpleging te gaan. Een van haar ex-collega's had eerder verklaard dat de verdachte het beroep zou uitoefenen om ,,haar eigenwaarde op te krikken''. Von Brucken Fock las voor: ,,Lucia was er niet voor de patiënten. De patiënten waren er voor Lucia.''

,,Ik wilde helpen mensen beter te maken'', reageerde de verdachte. En: ,,Ik zat daarvoor in de prostitutie, ik kon toen niet trots zeggen: `ik zit in de prostitutie.' Maar verpleegkundige is een beroep waarin je echt iets kan betekenen. Van wauw, daar kun je trots op zijn.''

Het hoger beroep tegen de verpleegster die vorig jaar maart werd veroordeeld tot levenslang voor vier moorden en drie pogingen daartoe op patiënten, verloopt moeizaam. Het verhoor liep gistermiddag dusdanig uit dat het hof voorstelde volgende week in de avonden door te gaan. De verdediging liet daarop weten liever een extra ingelaste dag te gebruiken. Maandag en dinsdag zet het hof de verhoren voort. Pas dan komen de ten laste gelegde moordzaken en -pogingen aan bod.