Landen EU oneens over wachttijden

De landen van de Europese Unie zijn het nog niet met elkaar eens over een aanpassing van de werktijdenregeling. Dat bleek gisteren bij besprekingen tussen de Europese ministers van Sociale Zaken.

Een wijziging van de bestaande richtlijn is noodzakelijk na een uitspraak van het Europees Hof waarin werd gesteld dat wachttijden als werktijd beschouwd moeten worden en dus ook als zodanig beloond. Wachttijden doen zich vooral voor in de gezondheidszorg, waar veel mensen bepaalde delen van de dag niet daadwerkelijk werken maar wel op afroep beschikbaar moeten zijn. Deze `slaapdiensten', die ook bij de brandweer veel voorkomen, worden niet of veel minder betaald.

Na de uitspraak van de rechter heeft de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, aangekondigd de regelgeving te zullen wijzigen. Over de manier waarop verschillen de lidstaten nog van mening. Nederland, België, Frankrijk en de Scandinavische landen zijn er voor dat in de arbeidstijdenwet het begrip wachttijden als aparte categorie wordt opgenomen. Hiervoor zouden andere arbeidsvoorwaarden moeten gelden.

Landen als Groot-Brittannië en Duitsland zijn daarentegen voor een zogeheten opt-out clausule. Die houdt in dat het individuele werknemers en werkgevers vrijstaat aparte afspraken te maken. Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) zei gisteren na afloop van besprekingen in Brussel dat Nederland hier tegen is, omdat er in dit soort gevallen sprake is van een ongelijkwaardige situatie tussen werkgevers en werknemers en in de praktijk de laatsten geen enkele rechtsbescherming zullen hebben.

Een aanpassing van de Europese richtlijn moet gebeuren door middel van een gekwalificeerde meerderheid.

Volgens minister De Geus tekende zich gisteren voor geen van de oplossingen een dergelijke meerderheid af. Zolang de zaak speelt kunnen alle landen gebruikmaken van de in de wet opgenomen uitzonderingsclausule en hoeven wachttijden niet als gewone arbeidstijd te worden beloond.

Nederland wordt extra hard getroffen als de wachttijden volledig betaald zouden moeten worden, omdat het meer beroepsgroepen met dergelijke diensten kent dan bijvoorbeeld Duitsland. Alleen al in de gehandicaptenzorg hebben 30.000 werknemers regelmatig aanwezigheidsdiensten.

,,Als slaapdiensten van artsen en verpleging voortaan als werktijd moeten worden beschouwd, heeft ons ziekenhuis een reusachtig probleem. Dan hebben we veel meer personeel nodig om alle patiënten te helpen. Maar dat personeel is er niet. Dan komen er opnieuw langere wachtlijsten'', zei Willem Geerlings, internist en bestuurder van het Erasmus Universitair Medisch Centrum in Rotterdam, onlangs in deze krant.