In autoland telt het uiterlijk meer dan ooit

In Genève is gisteren de belangrijkste Europese autobeurs geopend. Onder de ruim vijftig nieuwe modellen zijn veel opmerkelijk vormgegeven auto's. Een Italiaans knuffelautootje steelt de show.

Bij Rolls-Royce staat een extravagante saloon met een walvisvormig silhouet. Het Amerikaanse Jeep trekt de aandacht met een gifgroene kolos die uitgerust lijkt voor een wereldoorlog. Volkswagen heeft een snoeperige cabriolet. En bij Ferrari, Lamborghini en Aston Martin staan, afgeschermd door hekjes, letterlijk onaanraakbare droomauto's. Maar de grootste aandachttrekker van de 74ste Salon international de l'automobile in Genève is een bolvormig knuffelautootje met een lengte van slechts 330 centimeter. Hij staat op de stand van Fiat en heet Trepiùno.

Het Italiaanse studiemodel is een reïncarnatie van de 500, een van de auto's die aan de wieg stonden van de massamotorisering. De Trepiùno – vrij vertaald `drie plus één' – beschikt dankzij een relatief lange wielbasis en de ver naar de hoeken geschoven wielen over veel interieurruimte. Aan de passagierszijde kan het dashboard bovendien op eenvoudige wijze worden verkleind. Dan kan de voorstoel naar voren schuiven en ontstaat achterin een zitplaats voor een derde volwassen passagier. Met de zitplaats voor een kind achter de bestuurder komt Fiat dan aan 3+1 passagiers.

Maar belangrijker dan het veelzijdige interieur, is de hoge aaibaarheidsfactor van de Trepiùno. Als de reacties op de beurs maatgevend zijn – op de persdagen stonden zowel vrouwelijke als mannelijke bezoekers zich aan het studiemodel te verlekkeren – moest Fiat maar haast maken met de productie. Na de Mini, waarvan BMW er in tweeënhalf jaar tijd al ruim driehonderdduizend verkocht, lijken er opnieuw kansen voor een retromodel.

Net als de Trepiùno hebben de meeste nieuwe auto's in Genève een onderscheidend uiterlijk. Expressief design, dát is de grote gemeenschappelijke deler op de belangrijkste Europese autobeurs. De tijd dat veel auto's nauwelijks van elkaar te onderscheiden waren, is voorbij. Vrijwel alle fabrikanten investeerden de afgelopen jaren fors in design. General Motors en Ford verhoogden vergeleken met tien jaar geleden hun ontwerpbudget met ruim 50 procent. Andere merken openden nieuwe designcentra, zoals recentelijk Nissan in Londen. In Genève is te zien waar dat toe leidt. En niet alleen op autogebied: opvallend veel merken hebben een deel van hun stand ingeruimd voor de verkoop van tassen, horloges en andere nadrukkelijk vormgegeven producten. Nissan heeft bijvoorbeeld een designshop met zeker 150 verschillende artikelen, waaronder zelfs keukenartikelen als een knoflookpers.

Het uiterlijk telt meer dan ooit in autoland. Neem een fabrikant als Opel. Nog maar een paar jaar geleden leek de stand van de General Motors-dochter nog op een kooi vol grijze muizen. Drie jaar nadat topman Carl-Peter Forster zijn ingrijpende `Olympia'-herzieningsplan voor Opel ontvouwde, blijkt het voornemen om minder traditionele auto's te gaan bouwen tot resultaten te leiden. Niet alleen presenteert het merk dit jaar in Genève met de Trixx een prikkelend studiemodel in de `driemeterklasse', ook het reguliere modellenprogramma is in korte tijd onherkenbaar veranderd. De Speedster is een stoer sportwagentje, de Meriva een veelzijdige mini-MPV, de Signum een chique limouisine. En de nieuwe, onherkenbaar veranderde Astra die vanaf volgende maand in de showroom staat, zal vermoedelijk een geduchte concurrent worden van de Golf, de nogal bleke tegenvoeter van concurrent Volkswagen.

Ook andere fabrikanten leveren grote inspanningen om de nieuwe modellen een eigen karakter te geven. Mazda toont in Genève het studiemodel MX, een geinige supermini. De Seat Altea en de Toyota Corolla Verso zijn stilistisch fraaie concurrenten van de Renault Scénic. Andere merken zoeken het in emotie, zoals Nissan met de ruige terreinauto Murano en Peugeot met de katachtige koplampen en agressieve grill van de 407. Of in puur plezier, zoals Mini met de cabrio of Renault met het eveneens dakloze studiemodel Wind.

Nee, het grote nieuws komt dit keer niet van de traditionele luxe merken. Audi presenteert in Genève de nieuwe A6, uitgerust met een opvallend grote grille, en Mercedes de CLS-klasse. Dit laatste model probeert het gaatje te dichten tussen de limousines uit de E-klasse en de grote CL-coupé op basis van de S-klasse. De CLS verenigt volgens Mercedes de kenmerken van twee verschillende carrosserievormen in zich. Deze brede, lage `vierdeurs coupé' zal door zijn prijs, vermoedelijk beginnend bij zo'n 80.000 euro, slechts voor weinigen zijn weggelegd.

Voor limousinebouwers als Mercedes, BMW en Audi zijn het lastige tijden. Door het mindere economische klimaat verloren de luxe merken de afgelopen twee jaar tijd zo'n 30 procent omzet. ,,De gunst van de klant verandert'', constateert Huub Dubbelman van Daimler-Chrysler Nederland, importeur van onder meer Mercedes. Autokopers in het hogere segment nemen meer tijd, zegt de pr-directeur. Niet alleen oriënteren ze zich langer, ze zijn ook minder merkentrouw. Bijkomend probleem, zegt Dubbelman, is dat het aanbod van luxe modellen dankzij merken als Lexus, Cadillac en Dodge toenam, maar dat het aantal potentiële klanten niet is gegroeid. En marktaandeel kopen door renteloze leningen te verstrekken, zoals Opel vorig jaar deed, is zinloos, zegt Dubbelman. ,,Die verschroeide-aardetactiek werkt in ons segment niet.''

Een van de opmerkelijkste studiemodellen in Genève is de Volvo YCC, een afkorting die staat voor Your Concept Car. Zowel de techniek als het design van deze auto is door een team van negen vrouwen ontwikkeld. Een gat in de markt, zegt Maria Widell Christiansen. Volgens de projectmanager hebben `vrouwelijke kopers in de topklasse' namelijk nog heel wat onvervulde autoverlangens.

Gebloemde stoelbekleding en parkeerassistentie zijn wellicht nog tamelijk voor de hand liggende vondsten van het Volvo-team. Verrassender zijn de riante opbergmogelijkheden in het interieur. Op de plaats waar doorgaans de versnellingshandel en de handrem zitten, heeft de vrouwenauto een zee aan bergruimte: een ondiep compartiment voor sleutels en de mobiele telefoon, daaronder een groot vak voor een handtas en een laptop, en bovendien beschikt de chauffeuse over een koelvak én een afvalbakje.

Het studiemodel is uitgerust met vleugeldeuren, omdat die door het ontbreken van een B-stijl (de metalen stijl tussen voor- en achterportier) beter zicht rondom garanderen. Zodra de deuren omhoog klappen, gaan de dorpels naar beneden om het in- en uitstappen te vergemakkelijken. Vuile handen hoeven de berijders van een YCC niet te maken: zelfs voor het bijvullen van de ruitensproeier hoeft de motorkap niet meer open, want de opening van het waterreservoir zit naast de opening van de brandstoftank. En geen gefriemel met tankdoppen, want beide tanks zijn uitgerust met speciale ventielen waar de vulpistolen zo ingestoken kunnen worden.

Ook is het Zweedse studiemodel onderhoudsvriendelijk. Zo is de auto gespoten met `easy clean'-lak, een soort anti-aanbakverf waaraan vuil maar moeilijk vastplakt. En berijders hoeven niet bang te zijn dat ze in het donker op een stille buitenweg een lekke band moeten verwisselen. Om de velgen zitten namelijk zogenoemde runflat-banden, zodat bij pech kan worden doorgereden naar het dichtstbijzijnde servicepunt.

Het ontwerpteam heeft zelfs rekening gehouden met mogelijk technisch onbenul: de auto doet aan zelfdiagnose en waarschuwt de dealer als dat nodig mocht zijn. Wat zou de definitieve feminisering van de auto nu nog in de weg kunnen staan?

Salon de l'automobile in Genève t/m 14 maart. Voor meer informatie zie www.salon-auto.ch