Genesis en catastrofe

,,Gefeliciteerd'', zei de dokter, ,,u kunt zich ontspannen.''

Zijn stem klonk ver weg en het kwam haar voor dat hij tegen haar schreeuwde.

,,U hebt een zoon gekregen.''

,,Is alles goed met hem, dokter?''

,,Alles is goed met hem, Jeannine. Het is een wolk van een jongen.''

,,Wanneer kan ik hem zien?''

,,Zo direct. Hij wordt gewassen. Hij komt zo bij u.''

,,Waarom hoor ik hem niet huilen, dokter? Is er iets mis?''

,,Nee, er is niets mis. Maakt u zich niet ongerust. U hebt een prachtige zoon. Hij wordt later vast een hele kerel. Ga nu maar rustig liggen.''

De dokter stond naast het bed en keek naar het bleke, uitgeputte gezicht van de vrouw. Jeannine heette ze. Zij en haar man Victor waren nog niet eens zo lang geleden hier in Elsenne komen wonen. Waar ze vandaan kwamen wist hij niet. Er werd gezegd dat ze uit Charleroi kwamen, waar Victor als leraar had gewerkt. Maar er werd ook gezegd dat Victor in de oorlog gevechtsvlieger was geweest en dat zou best kunnen, want hij was een vastberaden verschijning. Mannelijk, niet iemand die met zich liet spotten. De jongen zou vast een gedisciplineerde opvoeding krijgen.

,,Ik wil mijn zoon zien'', zei de vrouw vanuit haar bed, met alle kracht die nog in haar was, ,,ik wil zeker weten dat het goed met hem is. Met mijn andere kinderen is steeds iets misgegaan bij de bevalling.''

,,Alles is goed, heus. Je hoeft je nergens zorgen over te maken. Het is een volkomen normaal kind. Hij heeft al zijn vingers en zijn tenen, en hij heeft ogen waarmee hij nu al helder de wereld inkijkt.''

,,Ik ben bang, dokter. Bang dat ik hem kwijt zal raken.''

,,Dat is nergens voor nodig. Denkt u zich eens in: volgend jaar om deze tijd leert hij al bijna lopen. Is dat geen heerlijke gedachte? Ach, kijkt u eens, daar is de kraamvrouw met uw zoon!''

De kraamvrouw legde het kind op de borst van de moeder. Het gezicht van de moeder klaarde op, maar het duurde niet lang of een vlaag van onzekerheid trok over haar gezicht.

,,Hij is zo klein, dokter, zo ontzettend klein.''

,,Nou, dat valt toch wel mee. Alle baby's zijn klein. Ik weet zeker dat hij als een sterke jongen zal opgroeien. Groot en sterk. Misschien wordt hij later wel piloot, net als uw man. Of leraar, of slager, of misschien gaat hij wel naar de universiteit.''

Op dat moment kwam de vader van het kind binnen. Hij rook sterk naar bier.

,,Hartelijk gefeliciteerd, mijnheer Dutroux'', zei de dokter, ,,u heeft een zoon. Hij is kerngezond, een echte jongen.''

Met trotse passen liep de vader naar het bed. Hij boog zich voorover en inspecteerde het kind.

,,Vind je hem niet te klein'', vroeg zijn vrouw voorzichtig.

,,Te klein? Hoe kom je daar bij? Er is grote toekomst voor hem weggelegd! Er komt een tijd dat hij de wereld versteld doet staan, dat voorspel ik je! En ik heb ook al een naam. Een mooie naam, die past bij een sterke vent. Wij noemen hem Marc!''

Lezers van deze krant zullen inmiddels hebben opgemerkt dat dit stukje verdacht veel begint te lijken op `Genesis en catastrofe', een verhaal waarin Roald Dahl zich de geboorte van Adolf Hitler voorstelt. Dat verhaal was verzonnen, maar wie het boek Mijn zoon Marc Dutroux leest, geschreven door Victor Dutroux, begrijpt dat wat verzonnen is ook werkelijkheid kan worden. Het ging pas verkeerd, toen de kleine Marc Dutroux op zijn vierde geen ijsje kreeg.