Geen tijd om bang te zijn

De `Europese Literatuur', bestaat die eigenlijk wel?

Margot Dijkgraaf maakt een tour d'horizon. Ter gelegenheid van de Boekenweek dit keer de Franse schrijver Philippe Sollers: ,,Ik ben een Europeaan van Franse origine.''

`Ja natuurlijk bestaat er een Europese literatuur!'' roept Philippe Sollers van achter de stapels boeken op zijn bureau. ,,Er is een grandioze Europese literatuur, gebaseerd op een en dezelfde cultuur en een en dezelfde beschaving, ongeacht of die nu Frans, Engels, Spaans of Italiaans is. Die cultuur vormt een geweldige eenheid. Het probleem is alleen dat hij zo verschrikkelijk vertrapt, vernield en vernietigd is.''

Philippe Sollers is een legendarische figuur in de Franse letteren: uitgever bij Gallimard, oprichter van het tijdschrift Tel Quel, waarin vooraanstaande denkers als Foucault, Barthes en Lacan publiceerden, oprichter van het belangrijke politiek-culturele tijdschrift L'Infini, criticus, essayist, China-specialist, romanschrijver, ontdekker en inspirator van nieuwe jonge auteurs en pionier van de latrelatie, die hij aanging met de Frans-Bulgaarse filosofe en schrijfster Julia Kristeva. Gallimard gaf meer dan twintig romans van hem uit en bij een zevental andere uitgeverijen verschenen nog eens een kleine dertig titels: essays over Casanova, over Mozart, over Venetië, over De Kooning en Picasso, over Dante en Rimbaud, over New York en het Belle Epoque.

Bij uitgeverij Gallimard zit Philippe Sollers, geheel volgens de Parijse uitgeverstraditie waarbij de macht van een persoon omgekeerd evenredig is met de grootte van zijn kantoor, in een minuscuul kamertje, waarvan de wanden en de vloer met boeken zijn bedekt. Links de uitgaven van Gallimard, rechts zijn eigen boeken met alle vertalingen. In het midden een klein bureau, bedolven onder torenhoge stapels boeken. Als hij gaat zitten, kunnen wij elkaar niet meer zien. Hij maakt, bij wijze van doorkijkje, één stapel iets lager en zet er een grote asbak bovenop.

En wat is dan het specifiek Franse aandeel van die Europese literatuur? ,,Ach, ik neem geen Frans-Frans standpunt in, maar ik heb toch maar een klein zetje nodig om te zeggen dat Parijs de literaire hoofdstad van de wereld is. Ik ken alle Europese hoofdsteden, maar Parijs is `la ville sainte sise à l'occident' zoals Rimbaud zei, de heilige stad in het westen. In Parijs spreken de muren, van François Villon tot Marcel Proust.''

Hoe komt dat volgens Sollers? ,,Frankrijk is een extravagant land als het gaat om belangstelling voor literatuur. We hebben die enorme literaire traditie, de klassieken en de Verlichting. Sla Voltaire of Diderot maar eens open en u ziet de actualiteit. Die teksten zijn nu nog modern, dat is het bijzondere van de Franse literatuur. Dat maakt een bizarre indruk in vergelijking met het elders zo geformatteerde literaire landschap.''

Natuurlijk doelt Sollers daarmee indirect op de Amerikaanse literatuur. Vaak wordt daarvan gezegd dat die sterk is in het vertellen van Grote Verhalen – iets wat Franse schrijvers niet zozeer nastreven. Sollers briest van verontwaardiging. ,,Alsof de literatuur er alleen zou zijn om verhalen te vertellen! Hij moet ook aan het denken zetten, de maatschappij kritisch bekijken, dromen verwoorden of de subjectieve denkwereld van een individu verdiepen. De term `verhalen vertellen' heeft niets te maken met liefde voor de literatuur, maar alles met de manier waarop een koopman zijn waar aanprijst. Boeken zijn producten geworden. Ze zijn praktisch niet meer van elkaar te onderscheiden, je kunt nauwelijks meer zien tot welke nationale literatuur ze behoren. De meeste boeken verschijnen bovendien in het Engels, want dat is de dominante taal.''

Vitale tijd

De Franse literatuur onttrekt zich volgens Sollers aan die tendens tot formattering en uniformering. Degenen die een oeuvre schrijven, zijn voor hem de enigen die meetellen: J.M.G. Le Clézio, Patrick Modiano en Pascal Quignard. Natuurlijk noemt hij Michel Houellebecq, maar ook Christine Angot en Frédéric Beigbeder, beiden ,,opvallende voorbeelden van energieke nieuwe genres''. ,,We beleven een erg vitale tijd'', meent Sollers, ,,misschien minder spetterend dan de periode 1920-'40, maar het komt toch in de richting. Bij de schrijvers die nu tussen de dertig en de veertig zijn kun je een paar tendensen onderscheiden. Er is een duidelijke terugkeer naar een vorm van realisme, van naturalisme, van virulente sociale kritiek. Die gaat veel verder dan in de huidige Angelsaksische literatuur. Michel Houellebecq vertegenwoordigt dat heel goed, maar ook een wat speelsere auteur als Benoît Duteurtre. Dan is er de trend van de autofictie, waarbij een grote persoonlijke energie wordt aangewend bij het vertellen van een levensverhaal. De auteur zet zich als het ware in scène, hij laat zien wat het bijvoorbeeld voor problemen meebrengt om schrijver te zijn of lesbisch of onhandig met geld. Exemplarisch voor dat genre is Christine Angot. Er zijn trouwens veel goede vrouwelijke auteurs. Had je vroeger één `vache sacrée' zoals Yourcenar, nu zijn er veel: Caroline Lamarche, Catherine Cusset, Emmanuelle Bernheim, om er maar een paar te noemen. Daarnaast wordt er in literaire tijdschriften heel intensief gedebatteerd, met name in Ligne de risque.''

Ligne de risque is een met een klein budget geproduceerd, door Sollers gesteund, gestencild blaadje, dat zo'n veertig bladzijden telt en ongeveer drie maal per jaar bij enkele goede boekhandels in Parijs en elders verkocht wordt. Het wordt gemaakt door drie jonge schrijver-filosofen die ook regelmatig hun stem laten horen in literaire discussies in Le Monde: Frédéric Badré, auteur van het polemische essay L'avenir de la littérature, François Meyronnis van wie onlangs L'axe du néant verscheen, een beschouwing over het nihilisme, en Yannick Haenel, schrijver van Evoluer parmi les avalanches, een roman waarin het `niets' een literair thema is. ,,Die jongens bestuderen de grote avant-gardebewegingen van de twintigste eeuw. Ze hernemen, evalueren en herinterpreteren alles wat er in die eeuw is gebeurd en pakken dat radicaal aan. Ze ontwikkelen een nieuwe perceptie van bijvoorbeeld Heidegger en Nietzsche, op het snijvlak van literatuur en filosofie.''

Zo bestrijdt Sollers te vuur en te zwaard de negatieve uitspraken die bijvoorbeeld nouveau roman-voorman Alain Robbe-Grillet een paar jaar geleden deed, als zou er een en al lamlendigheid heersen in de Franse letteren. ,,Ach, grote onzin. Robbe-Grillet is een charmante, oude man. Hij behoort tot diegenen die het verleden idealiseren en daar hoor ik niet bij. Je moet je tijdperk kennen en dat doe ik. Ik kende vroeger iedereen en ik ken nu iedereen. Natuurlijk wordt er overal in Europa minder gelezen. De neurologie van de mens is aangetast, versleten, in slaap gewiegd als het om taal gaat. Wie bezigt er nog een rijk, uitgebreid vocabulaire? Wie houdt er zich nog bezig met processen van lezen, denken en schrijven? Wie kan er nog echt lezen, diepere lagen van een tekst doorgronden? De reflexen van de gemiddelde mens zijn voorgekookt, opgeslokt en geconditioneerd door beelden van de televisie, van de supermarkt, van de film. Jongeren worden geformatteerd om helemaal niet meer te lezen. Wie niet leest, kan niet vergelijken, bezit geen kritisch vermogen en zal dus gehoorzamen aan de wetten die hem worden opgelegd: die van de financiële markt.''

Razernij

Sollers spreekt razendsnel en gedreven, onderbreekt zichzelf alleen om een volgende Gauloise aan te steken, zijn toon is die van ingehouden razernij. ,,Het is één grote historische beweging. De desinteresse voor het lezen gaat gelijk op met de onverschilligheid ten aanzien van de geschiedenis. Als je je geschiedenis niet meer kent, weet je niet meer wie je bent. Dan word je kwetsbaard. Als er dan tegen je gezegd wordt, dat je je koest moet houden, dat je tevreden moet zijn met wat je hebt, omdat het terrorisme regeert, dan geloof je dat. Het is een heel systeem dat in stelling gebracht wordt. Mensen die niet meer kunnen lezen, worden tot slaven gereduceerd. 1984 van George Orwell komt eraan. De eerste keer dat ik Michel Houellebecq ontmoette, vroeg hij aan mij of ik een bibliotheek bezat. Ik heb er een, grofweg op eeuw gerangschikt. Hij vertelde dat hij van de generatie van de livres de poches was en willekeurig alles kris kras door elkaar las. Tegenwoordig heeft men er vaak geen idee van welke gebeurtenissen in welke eeuw plaatsvonden. Dat is een bron van misverstand en geweld. Onwetendheid genereert geweld.''

In het zomernummer van L'Infini schreef Sollers dat de maatschappij er per definitie op uit was om korte metten te maken met de kunst, om de literatuur eruit te verbannen. ,,Ja, natuurlijk, dacht u dat de samenleving zat te wachten op Picasso? Op willekeurig welk individueel oeuvre dan ook? De maatschappij beoogt de dood van de kritische geest, de geest die goed geïnformeerd is, die zaken in perspectief kan zetten. De globalisering leidt ons niet langer de `temps modernes' binnen, maar `l'ère planétaire'. We gaan een numeriek, cijfermatig, door techniek geregeerd tijdperk tegemoet. Ik voel me als een oude humanist, een Erasmus, zo iemand die vanuit zijn hoekje de grote veranderingen van zijn tijd beschouwt.''

Sollers voert in zijn boeken en in zijn kritieken een dialoog met de denkers uit het verleden. Vivant Denon, de stichter van het Louvre, Mozart, Voltaire en Casanova behoren tot zijn gesprekspartners. ,,Het verleden heeft een grote toekomst voor zich, behalve als we hem dat onthouden. `Laten we het verleden met de grond gelijk maken' was niet voor niets een totalitaire slogan. Maar hetzelfde kan ook gebeuren als wij, in onze democratie, geen zin meer hebben ons met ons verleden bezig te houden. Of dat alleen nog willen doen in de vorm van herdenkingen.''

En Frankrijk binnen die visie? ,,De `exception française' bestaat. Het land heeft altijd naar het universele gehaakt. Er heeft in Europa maar één echte revolutie plaats gevonden, dat was de Franse. De rest was regressieve verwarring. Daarom schijnt het licht van de Verlichting bij ons nog steeds, ook in een tijd die niet meer helemaal `menselijk' is. We leven in een opwindend tijdperk, leven in gevaar is altijd spannend. Het maakt alles nog kwetsbaarder. Tegenwoordig houden we ons altijd bezig met wat nieuw is – quoi de neuf? – maar we vergeten de achtergrond. De doden zijn in gevaar, terwijl die vaak levendiger zijn dan de levenden. De kunst is om aan te tonen dat de klassieken modern zijn en de modernen klassiek.''

Geen wonder dat de boeken van Philippe Sollers bijna altijd achttiende-eeuwers tot onderwerp hebben: musici, schrijvers, denkers of schilders. Hij bejubelt de ongekende energie die er nog steeds van die eeuw uitgaat, zijn uitzonderlijke bloei, zijn extravagante artistieke concentratie. Uit die tijd ook stamt de opvatting dat iedere Franse schrijver tevens een intellectueel dient te zijn. ,,Frankrijk is het land waarin het denken in dwarsverbindingen zich het meest heeft ontwikkeld. Wie weigert zaken los van elkaar te zien, zaken in hokjes te plaatsen, getuigt van vrijheid. Je moet het politieke, het sociale, het historische, het individuele en het wereldomvattende zien te verzoenen in één groot weefsel. Afbakening is uit den boze. Een schrijver die zegt dat hij alleen schrijver is en zich niet over andere onderwerpen uitlaat, met het excuus dat die niet tot zijn competentie behoren, is geen schrijver. Geen Franse schrijver in ieder geval. Stelt je voor dat Voltaire had besloten dat hij niet capabel was om over de vooroordelen van zijn tijd te schrijven! Die encyclopedische geest is typisch Frans: je moet over alles mee kunnen praten.''

Weefsel

Vandaar dat er geen belangrijke Franse klassieke (en moderne) auteur is die niet meerdere genres beoefent: een romancier schrijft vaak ook toneelstukken en essays of engageert zich politiek. Iedere tijd heeft zijn schrijvers die dat politieke, sociale weefsel van zijn eeuw in kaart brengen. Wat Balzac, Proust, Mauriac, Aragon of Celine over hun tijd neerschreven is vele malen interessanter dan wat er in diezelfde tijd door een journalist werd gezegd, door een staatsman of een politicus. ,,Al het andere is verdwenen, maar bij hen vind je nog het levende vuur van alles wat er in die tijd gebeurde.''

Ook het begrip engagement dat nog steeds vaak met de Franse schrijver in verband wordt gebracht, ziet Philippe Sollers graag in het brede kader van de vrije geest. ,,Engagement dient nu eenmaal nooit het collectieve. Michel Houellebecq is geëngageerd. De wereldomvattende islambond deed hem een proces aan. Ik moest vijf uur bij de rechtbank doorbrengen om hem daar te verdedigen. Als dat geen engagement is. Tegen iedere inbreuk op de vrijheid van meningsuiting moet je in het geweer komen, of dat nu in Pakistan, China of nog weer elders is. Overal vind je een soort dissidentie dat tegen de gedwongen collectivisering, tegen de sociale slaap ingaat, dat zich te weer stelt tegen de geconditioneerde reflexen van het grote beest dat de maatschappij altijd is. Engagement is waar het in het leven werkelijk om gaat.''

Bij lezingen in de Verenigde Staten heeft Sollers het regelmatig over de `exception française'. De titel van zijn voordracht is dan Too french. ,,De Franse literatuur, en met name de boeken die ik zelf schrijf, vindt men in de VS altijd `too french'. Te Frans, te vreemd, te bijzonder. Dat zeggen ze nu nooit van de Italiaanse of de Spaanse.''

Hij vertelt zijn gehoor dan dat er in Europa nog mensen zijn die zich met Grieks en Latijn bezighouden – die zijn gek! Soms begrijpt men zijn ironie niet en moet hij uitleggen dat hij juist het tegenovergestelde wil zeggen. ,,Ik presenteer me altijd als een Europeaan van Franse origine. Men is steevast verbaasd als ik vertel dat het mijn ambitie is om in 2050 in een Chinese encyclopedie vermeld te worden als de eerste Europeaan die zich wezenlijk voor China interesseerde.''

Momenteel is Sollers bezig met een speciaal aan China gewijd nummer van L'Infini. ,,Toen ik dertig jaar geleden zei dat China een belangrijke mogendheid zou worden, deed men dat af als maoïsme. Niemand luisterde. Moet je nu de opkomst van de Chinese economie zien. In onze tijd voltrekken zich enorme mutaties, niet alleen op het gebied van de techniek, maar ook als het gaat om de terugkeer van het religieuze, van het fundamentalisme. Alles is in beweging, alles verandert. Via ons verandert het verleden ook. Als je dat allemaal moe bent, als het je angst inboezemt, spreek je van een crisis. Ik heb geen tijd om bang te zijn, er zijn te veel opwindende dingen die me bezig houden. Je moet weten hoe je leeft, waar en waarom. Ik ben geëngageerd in mijn bestaan, ik houd van dingen. J'aime donc je suis.''

Van Philippe Sollers verscheen bij uitgeverij Perdu `Het park', in een Nederlandse vertaling van Kiki Coumans.

De eerste aflevering in de serie `Europese Literaturen' verscheen op 23 januari. Zie: www.nrc.nl