Geen dispuut over de geweldsinstructie

In Nederland is veel commotie ontstaan over de regels die in Irak gelden voor de soldaten. Woedt de discussie ook in andere landen?

De geweldsinstructie die Nederlandse militairen in Irak hebben, mag in de toekomst niet meer tot misverstanden leiden. Daarom, zo beloofde minister Donner van Justitie vorige week tijdens een spoeddebat, schrijft hij een brief aan alle hoofdofficieren van justitie met een heldere uitleg van de geweldsinstructie. Volgens een woordvoerder van de minister vanochtend wordt aan de brief nog gewerkt.

Donner moet van de Kamer voorkomen dat opnieuw commotie ontstaat over wat de militairen nu wel en niet mogen. Vorige week onderbraken Tweede-Kamerleden hun reces uit onvrede over een uitgelekte brief van procureur-generaal De Wijkerslooth (de hoogste baas van het openbaar ministerie) waaruit sommigen concludeerden dat de geweldsinstructie van de Nederlandse militairen meer beperkingen zou kennen dan de internationale Rules of Engagement. De omstreden passage sloeg volgens Donner op een specifiek geval, namelijk een Nederlandse marinier die eind 2003 een Iraakse burger doodschoot bij een plundering.

Is er bij andere leden van de coalitietroepen in Irak (waaraan 35 landen meedoen) evenveel ophef over de `geweldsinstructies'? In Spanje en Polen in ieder geval niet. De Spanjaarden maken zich veel drukker over de legitimiteit van de interventie in Irak dan over schietinstructies voor Spaanse soldaten. De Britten onderzoeken of bij een aantal schietincidenten de Rules of Engagement zijn overtreden. En Japanse soldaten hebben zulke strikte instructies, dat ze zelfs hun Nederlandse buren in Irak niet te hulp mogen schieten als zij worden aangevallen. De Japanse soldaten mogen alleen naar hun wapens grijpen als `levensgevaar' dreigt.