EU-commissie vindt boekhouding onduidelijk

Het onderzoek van de Europese Commissie naar de publieke omroep richt zich niet alleen op de ad hoc bedragen. Ook de structurele financiering wordt onderzocht .

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) haastte zich een maand geleden te verklaren dat de structurele financiering van de Publieke Omroep géén onderwerp van onderzoek was bij de Europese Commissie. Het onderzoek dat toen werd aangekondigd richtte zich op de additionele financiering. Aanleiding voor het onderzoek waren klachten over concurrentievervalsing van onder meer RTL (HMG: RTL 4, RTL5, Yorin), de samenwerkende commerciële omroepen en de Nederlandse Dagbladpers (waarbij ook de uitgever van deze krant is aangesloten).

Nu blijkt, uit de tekst van het besluit van de Europese Commissie, dat parallel aan dat bekendgemaakte onderzoek ook de structurele financiering wordt onderzocht.

Datzelfde gebeurde eerder bij onderzoeken naar de publieke omroepen in Italië, Spanje en Denemarken. Het ministerie zegt het onderzoek nog steeds ,,met vertrouwen' tegemoet te zien en is inmiddels druk met het beantwoorden van nieuwe vragen uit Brussel.

Uit het document blijkt dat ook de controle op de financiën van de omroepen, toevertrouwd aan het onafhankelijke Commissariaat voor de Media, onderzocht wordt. De Commissie constateert nu al dat de boekhouding van de omroepen onvoldoende duidelijk is. Er zijn wel ,,enige richtsnoeren' maar er worden ,,geen aanwijzingen' gegeven over ,,hoe gemeenschappelijke kosten moeten worden toegerekend (...)'.

Ook de controleur wordt onderzocht, zo blijkt. De Brusselse ambtenaren bekijken of er in de praktijk daadwerkelijk doeltreffend toezicht wordt gehouden. De Commissie constateert alvast dat het commissariaat geen stelselmatig toezicht uitoefent op de verdeling van verenigings- en publieke kosten door omroepverenigingen. Het commissariaat kon vanmorgen geen commentaar geven.

Ook wordt in het 27 pagina's tellende stuk geconstateerd dat enkele publieke omroepen via ,,ondoorzichtige contructies deelnemen in commerciële ondernemingen'. ,,Wanneer commerciële activiteiten niet onder normale marktomstandigheden worden uitgevoerd is de financiering door het rijk wellicht hoger dan noodzakelijk (...). Hier worden AVRO en TROS als voorbeeld genoemd.

De Commissie gaat ook in op wat de commerciële omroepen al jaren een doorn in het oog is: de financiële reserves van de omroepen, of, zoals een van de advocaten van RTL het formuleerde: het ,,scala aan potten geld' en ,,de gebrekkige controle daarop'.

De publieke omroepen in Nederland beschikken over drie soorten reserves. Allereerst is er de Algemene Omroepreserve, die wordt beheerd door het ministerie van OCW. Dit fonds dient om tegenvallers uit de reclame-inkomsten (STER) op te vangen en voor het geval omroepen in liquiditeitsproblemen komen. Het ministerie kan geld overhevelen uit dit fonds naar het Fonds Omroepreserve, dat wordt beheerd door de Publieke Omroep (voorheen NOS). De Publieke Omroep kan het geld onder meer gebruiken om de programmering te verbeteren.

Daarnaast hebben de omroepen eigen reserves. Die zijn niet aan een maximum gevonden. Afgelopen jaren bevatten deze verenigingsreserves samen 159 miljoen euro. Ondanks die reserves, schrijft de Commissie, worden verliezen op verenigingsactiviteiten soms – in strijd met de regels – betaald met publieke middelen.

De Commissie constateert dat het maximum dat is vastgesteld voor de Algemene Omroepreserve (beheerd door ministerie) fors is overschreden. Er mag maximaal 90 miljoen inzitten, maar er was gemiddeld (tussen 1992 en 2002) 181,1 miljoen beschikbaar. Ook formuleert de Commissie nu al een negatief standpunt over het Fonds Omroepreserve dat door de Publieke Omroep wordt beheerd. Voor het instandhouden van dit fonds is ,,geen economische reden' omdat ,,er al op rijksniveau een reserve is'.

De Commissie onderzoekt ook of de STER concurrentievervalsend heeft gewerkt door reclamezendtijd onder de marktprijs te verkopen. Maar daarvoor zijn ,,in dit stadium onvoldoende aanwijzingen'. De Commissie wijst er daarbij op dat de prijs van één procent kijkdichtheid (147.000 kijkers) bij de publieke omroep juist iets hoger ligt dan bij de commerciëlen.

En ook de acquisitie van voetbalrechten is onderwerp van onderzoek. De precieze bedragen die zijn betaald voor voetbalrechten zijn bekend bij de commissie maar verwijderd uit het document zoals dat wordt verspreid. De commissie concludeert alvast dat er tot nu toe ,,onvoldoende aanwijzingen' zijn dat de prijs die de publieke omroep voor voetbalrechten heeft betaald structureel boven de marktwaarde lag. De Commissie komt tot dit standpunt omdat de commerciële omroepen hogere bedragen hebben geboden tijdens de onderhandelingen.

Dat RTL – dat de hoofdklacht formuleerde – haar hoofdkantoor in Luxemburg heeft, lijkt een rol te spelen in dit onderzoek. De Europese Commissie mag alleen optreden als er sprake is van concurrentievervalsing tussen Europese lidstaten. Concurrentievervalsing binnen een lidstaat is een zaak van de Nederlandse Mededingings Autoriteit (NMa).

Volgens de Commissie is zij eveneens bevoegd te oordelen omdat Nederlandse publieke omroepen programma's kopen en verkopen op de internationale markt. Zo nemen zij deel aan de European Broadcasting Union (EBU), een Europees forum voor het uitwisselen van programma's.

Gerectificeerd

NMa

In het artikel EU-commissie vindt boekhouding onduidelijk (5 maart, pagina 2) staat dat de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) kan optreden bij concurrentievervalsing. De NMa is bevoegd inzake concurrentievervalsing, maar niet als dat het gevolg is van staatssteun.