Engeland

De Britse marechaussee, de Royal Military Police (RMP), onderzoekt op dit moment ten minste zeven potentiële oorlogsmisdrijven door Britse militairen: één zogeheten `schietincident' en zes gevallen van vermeende mishandeling van krijgsgevangenen met dodelijke afloop. In beide gevallen kan de geldende geweldsinstructie, de zogeheten Rules of Engagement (ROE), zijn geschonden.

Volgens het Britse ministerie van Defensie zullen tegen betrokken militairen ,,passende maatregelen'' worden genomen als blijkt dat ze zich aan misdaden hebben schuldig gemaakt, waaronder schending van de Conventies van Genève. Maar onder andere Amnesty International eist een openbaar onderzoek.

Een van de zes doden is Baha Mousa, een 26-jarige nachtportier in een hotel, die met vijf andere personeelsleden door Britse militairen werd gearresteerd. Twee van de personeelsleden die de arrestatie overleefden, vertelden tegen verslaggevers van The Guardian dat ze twee dagen gehurkt moesten zitten en herhaaldelijk werden geschopt en geslagen door de militairen. De RMP onderzoekt Mousa's dood, die volgens een officieel autopsierapport te wijten was aan ,,hartstilstand door verstikking''.

De RMP opereert los van de gewone bevelsketen, maar rapporteert wel aan de betrokken commandant, en aan de Army Legal Services (ALS) die, indien nodig bevelhebbers adviseert over disciplinaire straffen. In ernstige gevallen draagt de ALS de zaak over aan de militaire aanklager, de Army Prosecuting Authority.