Een zwart-witte hond, met geel en blauw

Hoe is het om als hond te zien? Je ziet veel in zwart-wit. En dus vooral grijs. Wat wel kleur heeft is gelig. Of een beetje blauw.

Het is maar een fletse bedoening. En alles is wazig. Als je iets van dichtbij wilt bekijken valt dat al helemaal niet mee. Binnen een halve meter afstand wordt alles onscherp, het verdwijnt haast. Je kunt er alleen maar naar snuffelen.

En ver weg? Als hond zie je vooral goed wat bewéégt. Dat is handig als je een roofdier bent, ook al loop je aan een riem. Daarom kun je als hond soms zo peinzend staren naar een hond in de verte, die stil staat bij een paaltje. Je ziet hem eigenlijk niet meer, maar wilt toch weten wie het nou was. Zo gauw die hond weer beweegt is het: `O, die'. En kun je weer doorlopen. En lekker om je heen ruiken. (eventuele inkorting:)

Herders, Rottweilers en veel kleine schoot- en rommelhondjes zijn juist bijziend. Op een paar meter afstand zien ze wel goed, maar in de verte maar heel vaag. Zij zouden zo'n brilletje moeten hebben dat hun ogen juist kleiner maakt, zoals minister-president Balkenende. Maar daar willen ze helemaal niet aan. ,,Niet nodig'', brommen ze. Ze ruiken liever.

Het is maar wat je kiest. Goede ogen hebben is één ding, of liefst twee dingen. Wat je ermee doet is net zo belangrijk. Zien doe je ook met je hersens. Mensen gebruiken erg veel van hun hersens om alleen maar te kijken (daarom kijken ze ook zo graag televisie, dan hebben ze het idee dat ze hun hersens laten werken). Die draaien steeds maar op topsnelheid om iets begrijpelijk te maken van al die bewegingen en kleuren die de ogen opvangen. Ze vreten energie. Ook als er eigenlijk niets te zien valt. Alsof je steeds een dure film maakt, vol kleur, diepte, en goed scherp – maar het verhaal vergeten bent.

Een hond vindt dat verspilling. Hij kijkt net zo lief op zijn oude zwart-wit toestel naar een goed verhaal – beweging! Verder gebruikt hij zijn hersens liever voor goed ruiken. Honden ruiken zo knap, dat ze daarmee juist weer heel veel zien. Ze kunnen zo zelfs een paar dagen in het verleden kijken. Voor ons is dat alleen maar voor te stellen als allerlei kleuren zien hangen en dampen; sommige al wat vager en fletser, andere nog heel vers en fel.

Wij zouden sommige honden het liefst een brilletje op zetten. Maar honden snappen dus weer weinig van de neus van mensen. Ja, hij zit erop, maar is idioot klein. En hij dóet haast niets. ,,Die baas van mij, zielig joh, die is geurenblind'', zeggen ze weleens kopschuddend tegen elkaar. ,,Hij merkt haast niks van wat er buiten allemaal is gebeurd.''

Wij weten niet beter. Honden gelukkig ook niet. Toch is het wel een beetje zielig, dat honden niet zo goed gewoon zien. Voor ons. Hele hondenwinkels liggen vol met oranje kluiven, rode ballen en leuke groene speeltjes. Er zijn zelfs vrolijk gekleurde voerbakken. En wij die maar kopen, om de hond een lol te doen. Maar die ziét er niks aan.