Een rat met handjes

NEW YORK. De wachtkamer van de vrouwenarts is onveranderd, net een familielid dat je lang niet hebt gezien. Ruim drie jaar ben ik hier niet geweest, of toch iets minder?

Nog valt het bijna niemand op, maar zaterdag zijn we in een speciale klerenwinkel geweest en hebben broeken gekocht die mee kunnen groeien met de buik. Betrekkelijk elegant eigenlijk, die broeken. Ik bekeek de andere vrouwen in de winkel, in New York lijkt men te lang te wachten met kinderen. Vooral de mensen met geld. Hoe minder geld hoe minder er gewacht wordt. Hoe minder geld hoe groter de wanhoop die het kind moet doen vergeten.

De tijdschriften op de koffietafel lijken al dagen niet te zijn aangeroerd.

,,Wil je water?'' vraag ik.

Een vruchtwaterpunctie kan een abortus tot gevolg hebben, maar deze vrouwenarts heeft gezegd dat hem dat in de honderd jaar dat hij vruchtwaterpuncties uitvoert nog nooit is overkomen.

Ik noem de baby Baby Rat, hij heeft momenteel het formaat van een rat, bovendien hebben mensen die op ratten lijken de beste overlevingskansen. Leven is rat worden.

Een assistente komt ons halen. ,,Zal ik meegaan?'' vraag ik. M. knikt.

We lopen achter de assistente aan. De kamer waar alles zal plaatsvinden is klein.

,,Trek je broek uit'', zegt de assistente. ,,De dokter komt zo.''

Ik ga in een hoek op een stoel zitten. Op mijn schoot: mijn jas, de jas van M., sjaals, wanten, de broek van M.

We zwijgen en ik kijk naar de apparatuur die het nieuwste van het nieuwste schijnt te zijn.

De eerste vrouwenarts komt binnen. De vruchtwaterpunctie zal worden uitgevoerd door twee vrouwenartsen, voor het geval er toch iets mis mocht gaan.

,,Mag hij er bij zijn?'' vraagt M. terwijl ze zich half opricht.

De vrouwenarts kijkt mij aan zoals je een hond aankijkt in een slagerij.

,,Wie is hij?'' vraagt de vrouwenarts.

Een goede vraag. Wie ben ik? We kijken elkaar aan, M. en ik. De situatie moet maar niet onnodig worden gecompliceerd. ,,De vader'', zegt M.

,,Geen probleem'', zegt de vrouwenarts.

Hij smeert de buik in met olie, in ieder geval iets wat lijkt op olie, en beweegt met een instrument over de buik waardoor op een monitor vlekken te zien zijn die Baby Rat moeten voorstellen.

,,Kun je het zien?'' vraagt de arts aan mij. Ik hoor iets meewarigs in zijn stem, alsof hij niet weet dat ik niet de vader ben. Maar wie dan wel? Een geïnteresseerde schrijver, altijd op zoek naar nieuwe ervaringen. Een man die pijn heeft en die de ervaring zoekt die hem kan verlossen van die pijn. Een overblijfsel uit het verleden dat geen verleden wil worden, zoals sommige mensen in oorlogen leven die allang voorbij zijn.

Ik zie vlekken, af en toe lijken de vlekken op een insect. Met een beetje goede wil kun je zeggen, een rat, een rat met handjes.

,,Hij beweegt veel'', zegt de arts.

,,Is dat een goed teken?'' vraagt M.

,,Beter dat hij veel beweegt dan helemaal niet. Alleen krijg ik hem zo moeilijk op de foto. Willen jullie weten of het een jongetje is of een meisje?''

Een vraag die ik niet kan beantwoorden. Eigenlijk kan ik op geen enkele vraag antwoord geven.

,,Ja hoor'', zegt M.

,,Dan moeten we even wachten tot de baby zijn benen spreidt, dan kan ik voor jullie kijken.''

We wachten in stilte tot Baby Rat genegen is zijn benen te spreiden.

Het is warm in de kleine kamer.

,,Ik zie iets tussen de benen, dus het zal wel een jongen zijn.''

Dan komt de tweede vrouwenarts binnen. Hij heeft de instrumenten bij zich en spreidt ze uit op een doek.

,,Dit is het mooiste onderzoek wat ik ken'', zegt hij, ,,want dit onderzoek vertelt ons of de baby gezond zal zijn.''

De buik wordt ontsmet met een rode vloeistof die op bloed lijkt. De naald is lang.

,,Geef je pols'', zegt de eerste vrouwenarts.

M. geeft hem haar pols. Hij knijpt erin. Meer pijn dan dit zal het niet doen, zegt hij.

Eigenlijk kan ik slecht tegen naalden en bloed, misschien had ik hier toch niet bij moeten zijn.

De naald dringt de buik binnen en op het scherm kun je nu heel goed een naald zien en je kunt nog iets goed zien, een hand die de naald wil vastpakken. Een hand die boos is op de naald die zijn gesloten universum is binnengedrongen.

Na een paar minuten is het voorbij. De tweede vrouwenarts staat voor me met twee buisjes. Kijk, zegt hij.

Vruchtwater heeft de kleur van whisky. En terwijl ik ernaar kijk dringt met ongekende kracht tot me door wat voor een puinhoop ik van mijn leven heb gemaakt.

Ik reik M. haar broek en haar jas aan.

,,Twee dagen niet tillen, niet joggen en geen bad nemen'', zegt de tweede vrouwenarts. ,,En als je krampen krijgt, twee glazen wijn drinken, witte of rode, maakt niet uit. Maar niet meer dan vier. Je hebt je goed gehouden.''

We lopen over straat. ,,Het deed veel meer pijn dan hij had voorspeld'', zegt M.

Bij een kruising wachten we op een taxi. ,,Die Aap neemt wel weer contact met je op'', zegt M. ,,Dat zwijgen hoort bij het spel.''

Na drie dagen vraagt M.: ,,Nu kan ik wel weer een bad nemen, toch?''

,,Ik denk het wel'', zeg ik.

Ze neemt een bad, en even later roept ze me.

Ze zit op de wc en ze laat me haar rechterhand zien. ,,Kijk, dit is geen urine, denk je niet? Dit is vruchtwater, volgens mij verlies ik vruchtwater.''

Ik kijk naar de vloeistof in haar hand. ,,Ik ben geen vruchtwaterexpert'', roep ik, ,,volgens mij is dit gewoon plas.''

We lopen naar een restaurant. Op de hoek van de 28ste straat en Broadway blijft M. staan.

,,Wat is er?'' vraag ik.

,,Ik ben volgens mij niet meer zwanger'', zegt ze, ,,ik kan mijn buik indeuken, dat kon ik eerst niet.''

Deze ervaring wil ik niet, ik wil geen miskraam bijwonen op de hoek van de 28ste straat en Broadway op een koude vrijdagavond. Niet nu, niet op dit punt van mijn leven. Ik heb genoeg geleden.

,,Doe rustig'', zeg ik, ,,we bellen de dokter. Hij heeft ons niets voor niets zijn mobiele telefoonnummer gegeven.''

Ik geef haar mijn telefoon, zelf kan ze de symptomen beter beschrijven.

,,De dokter zegt dat ik achtenveertig uur rust moet houden, dat vrouwen wel vaker vruchtwater verliezen'', zegt ze.

,,Zie je, een beetje vruchtwaterverlies is geen reden tot paniek. Een vrouw maakt zo weer vruchtwater aan.''

We rijden naar huis, ze gaat op bed liggen.

,,Vind je mijn buik veranderd?'' vraagt ze.

,,Onveranderd.''

,,Maar misschien is Baby Rat dood, misschien heb ik een dode baby in mijn buik.''

,,Nu moet je ophouden'', zeg ik, ,,een lichaam houdt geen dode baby's vast. Dode baby's komen er meteen uit. Ik ben zo blij dat je over een paar dagen naar de vader van het kind vertrekt, want ik word gek. Sinds jij hier bent gekomen, bestaat mijn wereld uit vruchtwater. Hier.''

Ik geef haar een cd-speler en een cd: Mozart for baby's. ,,Houd dit op je buik'', zeg ik, ,,als Baby Rat later komt logeren en ik zet Mozart op houdt hij op met huilen. Ik wil geen krijsende baby's over de vloer.''

Later op de avond gaat ze naar de wc. Ik volg haar.

,,Wat is er?'' vraagt ze. ,,Je kijkt zo somber?''

,,Die Aap zit me dwars'', zeg ik, ,,iedere ochtend denk ik dat het over is, maar iedere nacht blijkt het toch niet zo te zijn.''

M. haalt een hand over haar kut en bekijkt haar urine.

,,Zeg niet weer dat je vruchtwater hebt verloren'', zeg ik, ,,want dan spring ik uit het raam, dan maak ik me van kant.''

(wordt vervolgd)