Decent, degelijk en duur

In Limburg rolt binnenkort de laatste in Nederland gemaakte Volvo van de band. Reuze veilig, dat wel, maar het weg- en stuurgedrag is teleurstellend. En de vierwielaandrijving die dat corrigeert, is prijzig.

Over enkele weken is het zo ver: dan rolt in het Limburgse Born de laatste in Nederland geproduceerde Volvo van de productieband. Gemiddeld veertig nationaliteiten en ruim vierhonderd robots hebben er sedert 1975 eendrachtig aan diverse, elkaar opvolgende modellen gewerkt. Als eerste aan de bonkige maar karaktervolle 300-serie, die werd opgevolgd door de strak gesneden 400-modellen, waarvan het hoogtepunt de originele maar door zijn beroerde bouwkwaliteit helaas ook beruchte 480 ES sports coupé was. Dit was de eerste Volvo met voorwielaandrijving, waarover later meer.

In 1995 werden de S- en V40 op de destijds nog hongerige markt losgelaten. De S staat voor sedan, de V (Van) geeft een verhoogde kofferbak aan. Meer dan een miljoen zijn er wereldwijd van verkocht en in ons land is in het laatste productiejaar de verkoop nog nauwelijks ingezakt. Niet gek voor een model dat al negen jaar in productie is.

In het Belgische Gent wordt zijn opvolger al op de transporttrailers gereden. De S en V zijn ditmaal voorzien van heuse Volvo benzinemotoren, de dieselversie komt uit de schappen van moederbedrijf Ford.

Het uiterlijk van de nieuweling roept verwarring op. Is dit nu een gekrompen versie van zijn grote broer, de S60, of een opgewaardeerde versie van de succesvolle voorganger? De eerste schetsen en foto's van het prototype zagen er aanstekelijk uit, maar over het uiteindelijke productiemodel heeft de raad van commissarissen – lees: aandeelhouders – klaarblijkelijk een beslissende stem gehad.

Het interieur is krek een Saab, dat andere Zweedse merk. Nou ja, nog een klein beetje dan, want evenals Volvo ligt het merk in de houdgreep van een Amerikaans autoconcern. Het heeft bijna dezelfde decente kleuren, hoogwaardige interieurstoffen en degelijke afwerking. En beide maar hameren op Zweedse veiligheid en degelijkheid en hun nimmer aflatende zorg voor mens en milieu!

De stoelen wijken weinig af van die uit het vorige model en zijn een van de sterke punten van dit voertuig: klein van afmeting maar zeer comfortabel. De zit op de achterbank is toereikend wanneer u klein bent uitgevallen, maar eenmaal normaal of forser geschapen betekent achterin plaatsnemen, afzien. De trotse fabriek typeert de ranke en als een zwanenhals gebogen middenconsole, waarin alle belangrijke draaiknoppen, toetsen en knopjes voor bediening van audio-, communicatie-, en verwarmingssystemen zijn geperst, als een hoogtepunt in de geschiedenis van het design. Werkelijk dolletjes, deze moderne versie van het oeroude kerststalletje, met aan de achterzijde een loze ruimte die 's avonds ook nog eens sfeervol wordt uitgelicht. Maar praktisch? Welnee, de wagen heeft een chronisch gebrek aan opberg- en bagageruimte en deze designgrap maakt het er beslist niet beter op. Tijdens het rijden iets vanachter deze middenconsole tevoorschijn halen is een schier onmogelijke opgave. De vele knopjes zijn te pietepeuterig van uitvoering en daarbij ook nog eens eentonig van vorm en kleur, zodat snel en doeltreffend de juiste toets indrukken een zeldzaamheid is. Buitengewoon van kwaliteit is de geluidsinstallatie, evenals trouwens zijn prijs.

De testwagen is voorzien van een vijfcilinder motor, sterk en met een matige dorst. Die is gekoppeld aan een automatische versnellingsbak. Samen vormen ze een wel heel treurig stelletje; wil de een dit, dan doet de ander dat en vice versa. Rustig samen rechtuit, dat lukt ze, maar gezamenlijk accelereren en door een bocht gaan blijft een voortdurend punt van aandacht in hun relatietherapie. Niet doen dus, deze optionele automaat: de standaard manuele versnellingsbak is een betere keuze. Het verstelbare stuur is een maatje te groot en te ver van het dashboard verwijderd. Wat wel met Volvo's stringente veiligheidsdoctrines te maken zal hebben, maar het doet beslist afbreuk aan een plezierige stuurhouding.

Op de snelweg heeft de S40 een fraaie, betrouwbare wegligging, windgeruis en motorlawaai zijn keurig gedempt. In de stad en vooral op binnenwegen vallen door voornoemde voorwielaandrijving wegligging en vooral het stuurgedrag tegen; de carrosserie helt te veel over in bochten en de voorwielen voelen daarbij zeperig aan. De optionele en prijzige vierwielaandrijving en het straffere sportonderstel zullen dit teleurstellende weg- en stuurgedrag wellicht verbeteren, maar zorgen tevens dat deze toch al niet goedkope Volvo boven het budget van vele aspirant-kopers zal uitstijgen. Wellicht is de nieuwe Ford Focus, waarop deze Volvo grotendeels is gebaseerd, een aantrekkelijk alternatief.