De toekomst van Fernando Alonso kent geen grenzen

In Fernando Alonso (22) heeft Spanje eindelijk een autocoureur die in de Formule 1 kan meedoen in de strijd om de wereldtitel. Een jongeman van 22 kan het `Schumi' lastig maken.

De inwoners van Palermo hadden die 29ste januari met Fernando Alonso waarschijnlijk een nieuwe wereldkampioen in hun midden. Uitgelopen waren ze voor een demonstratie van de nieuwe Formule 1-wagens van Renault. Voor de officiële presentatie van de R24 had de renstal die wordt geleid door de Italiaan Flavio Briatore gekozen voor de hoofdstad van Sicilië. Na een stijlvolle presentatie in Teatro Massimo ging het er buiten heftig aan toe: nadat de wagen van Alonso was stilgevallen, stormden toeschouwers erop af en rukten ze onderdelen van de blauw-gele bolide, toevallig ook de kleuren van het wapen van Asturië, de provincie waar Alonso vandaan komt. Bij elke race wappert de vlag met het gele kruis op de blauwe achtergrond langs het circuit.

De ster van Alonso is snel gestegen sinds hij ruim drie jaar geleden als negentienjarige coureur door de Australiër Paul Stoddart werd gecontracteerd bij Minardi, als een coureur zonder geld of grote sponsors. Onlangs werd Alonso door het Britse Formula 1 Magazine gekozen in `het perfecte Formule 1-team', Team Utopia, geleid door Jean Todt (Ferrari). Michael Schumacher ontbreekt, ,,omdat hij zijn beste tijd heeft gehad''. Alonso's ideale teamgenoot is Vitantonio Liuzzi, een Italiaan die vorig jaar indruk maakte in de Formule 3000. Formule 1-baas Bernie Ecclestone kiest uit het bestaande rijdersarsenaal: zijn ideale team bestaat uit Alonso en Schumacher.

Wat een seizoen beleefde Alonso vorig jaar in de Formule 1. Nadat hij in 2001 zijn debuut had gemaakt in de hoogste raceklasse van de autosport (bij de renstal van Minardi) en in 2002 testrijder was geweest bij Renault, werd hij vorig jaar gereed geacht voor het grote werk. Hoewel hij een jaar geleden pas 21 jaar was, vond teambaas Briatore dat zijn speelkwartier definitief voorbij was. En laat de flamboyante Italiaan maar stoeien met jonge coureurs. Was hij in 1994 en '95 niet de man achter de eerste twee wereldtitels van Schumacher, bij het team van Benetton, dat later door Renault werd overgenomen?

In de openingsrace van het seizoen, in Melbourne, eindigt Alonso al meteen in de punten, met dank aan de nieuwe puntentelling. Zevende wordt hij, goed voor twee WK-punten. Tot 2003 werden alleen de eerste zes met punten beloond.

Al meteen in zijn tweede race voor Renault, in de Grote Prijs van Maleisië, is Alonso de snelste in de kwalificatietraining. Een dag later is hij de jongste Formule I-coureur ooit op pole-position (21 jaar, zeven maanden en 21 dagen). Daarmee breekt hij een record dat op naam stond van Rubens Barrichello (GP België 1994, 22 jaar, drie maanden en vijf dagen). Alonso besluit de race in Sepang als derde: zijn eerste podiumplaats, en nog nooit stond er zo'n jonge coureur op het podium. De race wordt gewonnen door een ander supertalent, Kimi Raikkonen (McLaren-Mercedes). Het is de eerste Grand-Prixoverwinning van de jonge Fin, die tegelijk met Alonso en de Colombiaan Juan Pablo Montoya (Williams-BMW) in de Formule I debuteerde.

Alonso vormt met de 24-jarige Raikkonen, ook een oud-karter (samen crashten ze ooit samen bij een kartrace in Monaco), de voorhoede van de jonge honden in de Formule I. Meer nog dan Montoya worden de Spanjaard en de Fin genoemd als de grootste kanshebbers om zesvoudig wereldkampioen Schumacher op te volgen, ook al zal dat misschien nog niet dit jaar zijn. ,,Zijn snelheid en consistentie waren indrukwekkend voor een coureur die pas in zijn tweede seizoen in de Formule 1 zat, net als zijn gedrag buiten de auto'', schreef Formula 1 Magazine over Alonso. Hij heeft iets van een popster, en spreekt goed Engels – de voertaal in de Formule 1 – mede doordat in Oxford woont.

Dat Alonso ook fouten kan maken, werd pijnlijk duidelijk in de derde race van 2003. In de Grote Prijs van Brazilië ligt hij op topsnelheid als hij in São Paulo met zijn bolide bovenop een los wiel knalt, een restant van de gecrashte Jaguar van Mark Webber. Vervolgens knalt de Spanjaard hard in de vangrail. Een domme en onnodige actie van Alonso, die er zonder kleerscheuren van af komt.

In San Marino, in race nummer 4, scoort Alonso met zijn zesde plaats opnieuw punten, om vervolgens voor eigen publiek te schitteren. In de Grote Prijs van Spanje, in de buurt van Barcelona, heeft hij in mei alleen Michael Schumacher voor zich. Op het podium ledigt Schumacher zijn champagnefles in de race-overall van Alonso, die de mooiste dag van zijn leven beleeft.

Dat verandert allemaal op 24 augustus 2003, de dag die hij begint met een beleefdheidsbezoek aan Minardi; zijn vorige werkgever staat stil bij de 300ste race in zijn bestaan. Zoals gebruikelijk voor een race eet de Spanjaard een bord pasta met tomatensaus, en even later vertrekt hij van pole-position. Alleen tijdens z'n eerste pitstop moet hij de leiding even uit handen geven, aan Raikkonen. Alonso wint de Grote Prijs van Hongarije wint, na onder anderen Michael Schumacher op een ronde achterstand te hebben gezet. Als eerste Spanjaard wint hij een Formule I-race, en hij is de jongste Grand-Prixwinnaar ooit: 22 jaar en 26 dagen. Ter vergelijking: Michael Schumacher was bij zijn eerste zege (Spa, 1992) 23 jaar en 240 dagen oud. Troy Ruttman is recordhouder: hij was 22 jaar en 80 dagen toen hij in 1952 de 500 Mijl van Indianapolis won. Er reden daar bijna alleen Amerikanen mee, maar de race telde wel mee voor het WK Formule 1.

Vanzelfsprekend stonden de Spaanse sportkranten, zoals Marca en AS, vol met de historische overwinning van hun landgenoot. En wat te denken van de `kwaliteitskrant' El Pais. Kleurenfoto met bericht op de voorpagina en nog eens vijf pagina's binnenin. Alonso es el hombre del año, kopte de krant: Alonso is de man van het jaar. Volgens de verslaggever had Alonso de race gewonnen ,,met een verpletterende autoriteit en met de vroegrijpheid van genieën''. Zijn conclusie: de toekomst van Fernando Alonso kent geen grenzen.

Asturië vierde feest. In het bijzonder in Oviedo, de stad waar Alonso vandaan komt. Twaalfhonderd `aficionados' hadden in een hotel in de stad samen naar de race gekeken. De aanhangers van het `alonsismo' richtten feestmalen aan in de geboortestreek van de coureur, met espicha, een Asturisch gerecht.

Zijn vader, José Luis Alonso, was er in Boedapest getuige van geweest hoe Alonso zijn race had gewonnen. De rest van de familie, onder wie zijn moeder Ana, zijn oudere zus Lorena en zijn oma Luisa, die hij beloofd had de race te zullen winnen, zat thuis voor de televisie. Zijn ouders, voor wie hij een mooi huis kocht, hadden zo vaak langs de kant gestaan sinds Fernando in 1984 begon met karten. Hij was toen drie jaar oud en reed in de kart die zijn vader voor zijn zus had gemaakt. Vier jaar later werd hij in zijn leeftijdscategorie kartkampioen van Asturië. Als karter verzamelde Alonso zes nationale titels, in 1996 werd hij gekroond tot wereldkampioen bij de junioren. In die tijd leerde hij zijn huidige manager kennen, Adrián Campos. Drie jaar later stapte Alonso over naar de autosport. Via de Formule Nissan (kampioen in '99), die hij met karten combineerde, en de Formule 3000 (zege in Spa, 2000) belandde Alonso in 2001 in de Formule 1. Eerst bij Minardi, in 2002 als testrijder bij Renault. Zo kon hij ervaring opdoen, zonder de druk te voelen van een debutant in een topteam.

Van de gemotoriseerde sporten doen traditioneel autorally en motorsport de harten sneller kloppen van Spaanse sportliefhebbers. En dat terwijl er jaren zijn geweest dat Spanje twee Formule 1-races per jaar had, bij Barcelona en Jerez. Bijzonder is dat de Formule 1 koning Juan Carlos tot zijn grootste fans mag rekenen. Regelmatig verschijnt hij op het podium om de prijzen uit te reiken. Het staatshoofd was een van de eersten die de coureur (telefonisch) feliciteerde met diens overwinning in Boedapest.

Hoewel in Spanje Formule 1-races worden gehouden sinds 1951 (Pedralbes, bij Barcelona), zijn Spaanse coureurs dun gezaaid in de Formule 1. En als ze er al waren, speelden ze een marginale rol. De eerste was Francesco Godia, die met zijn Maserati in '51 en '54 slechts aan de races in eigen land meereed. Beste prestatie uit in totaal dertien GP's: vierde plaatsen in 1956, in Duitsland en Italië. De laatste in het korte rijtje Spanjaarden, vóór Alonso, was Pedro de la Rosa, bij Arrows (1999-2000) en Jaguar (2001-2002). Die reed van alle Spanjaarden de meeste GP's, Alonso scoorde de meeste WK-punten: 55 uit 33 races, één race minder dan landgenoot Marc Gené, nu testrijder bij het team van Williams. Gené en De la Rosa maakten de Formule 1 populairder in Spanje, Alonso, tot en met 2005 onder contract bij Renault, maakt Spanje gek. Hij waarschuwde voor te hoog gespannen verwachtingen. ,,Ik kan wel een paar races winnen, maar voor de titel is het dit jaar wellicht nog te vroeg.''