De mannen van Venus

Eigenlijk is het een godswonder dat in het Louvre, ruim twee meter hoog en duizend kilo zwaar, de Venus van Milo staat. Want er is om deze dame, in 1820 blootgelegd door een boer op het Griekse eiland Melos, veel strijd geleverd. Franse zeelieden, Russische matrozen, een geslepen diplomaat uit Constantinopel, een boosaardige Turkse monnik – elke heer die bij geruchte van de opgraving wist, maakte jacht op haar.

De geslepen diplomaat trok aan het langste eind. Hij betaalde 750 Franse francs, verscheepte het beeld in drie stukken naar Frankrijk, en liet de `oppergodin' benedendeks zoveel schade oplopen dat Louvre-restauratoren er flink aan moesten knutselen. Een eenvoudig transport was de Venus wèl, vergeleken met de plundertochten waar de Fransen zich eerder onder Napoleon al in hadden bekwaamd.

In De Vrouw van Marmer heeft de Amerikaanse journalist Gregory Curtis de ontdekking, aankoop, ontvangst, restauratie en toeschrijving van Venus tot in de finesses gereconstrueerd. Zijn boek is een negentiende-eeuws `tableaux de la troupe' van bureaucraten, restaurateurs en oudheidkenners. Tussendoor schetst Curtis de zeden, gewoonten en machtsverhoudingen van die tijd, in Parijs en in de Levant. En om de wederwaardigheden van de levenloze Venus op te fleuren laat hij ons kennismaken met leven en libido van de belangrijkste betrokkenen.

Eenmaal in het Louvre verdween het beeld in 1821 direct naar een atelier om er de afgebroken heupfragmenten met gips aan te zetten. En bij die gelegenheid gebeurde datgene waar het hele boek in wezen om draait: men liet Venus' voetstuk verdwijnen, met een inscriptie die menigeen onwelgevallig was. Want wie was die daarop vermelde beeldhouwer `Alexandros' nou helemaal? Een nobody en daar viel geen eer mee te behalen. En hoe kon het beeld in het West-Turkse Antiochia zijn gemaakt, dat pas in 270 was gesticht, een eeuw na de klassieke Griekse periode waarin verreweg de meest begerenswaardige sculpturen moeten zijn gemaakt?

Londen had in 1802 de Elgin Marbles verworven en dat zat Parijs al lange tijd niet lekker. De Fransen wilden sindsdien maar al te graag een equivalent binnenslepen en daarom moest `Alexandros' plaatsmaken voor de signatuur van Praxitiles, wèl een groots beeldhouwer uit de klassieke periode, van wie, overigens net als van zijn collega's, nooit een sculptuur is teruggevonden. Twijfelen aan het auteurschap van Praxitiles was een doodzonde. Pas een halve eeuw later durfde Félix Ravaisson, filosoof en Louvre-conservator, de toeschrijving ter discussie te stellen. Door stom toeval was er namelijk een tekening van die `verdwenen' inscriptie bewaard gebleven. Vreemd ook dat Praxitiles zijn Venus uit drie stukken marmer had gecomponeerd, terwijl hij toch met gemak over één brok had kunnen beschikken. En was Venus de godin Venus wel; rustte haar linker arm misschien ooit op de beeldschone Mars, en zo ja, waar is dat godenbeeld dan gebleven?

De Vrouw in marmer leest als een thriller, waarvan de afloop hier beter verzwegen kan worden. Wie de Venus wanneer, waar en hoe heeft gemaakt, en in welke houding zij haar armen ooit hield, is nu tot op de bodem uitgezocht. Over Venus was weliswaar al veel bekend, maar deze biografie intrigeert toch door dat curieuze mannennetwerk, driftig in de weer om haar herkomst te versluieren, om elkaar onderuit te halen en om uiteindelijk de waarheid boven tafel te krijgen.

Gregory Curtis: De vrouw van marmer. Het verhaal van de Venus van Milo. De Bezige Bij, 283 blz. geïll. €24,90