De koksmaat keek toe

Het lijkt zo eenvoudig: je slaat een geschiedenisboek open, speurt naar een intrigerende getuige van een dramatische gebeurtenis en maakt hem tot hoofdpersoon van je verhaal. Waarschijnlijk dacht ook de Amerikaanse thrillerschrijver Robert Alexander zo, toen hij een roman wilde schrijven over de laatste dagen van tsaar Nicolaas II. Tijdens zijn onderzoek moet hij gefascineerd zijn geraakt door een dagboekaantekening van de tsarina van 16 juli 1918, waarin ze zich zorgen maakt over het plotselinge vertrek van een keukenjongen. Was deze Leonid Sednyov echt naar zijn oom gegaan, zoals haar werd verteld? En kwam hij nog wel terug? De tsarina zou het nooit te weten komen, omdat ze enkele uren later samen met haar man en vijf kinderen door de bolsjewieken werd geëxecuteerd. Van die Sednyov heeft overigens niemand meer iets gehoord.

Alexander heeft hem echter van een voetnoot in de geschiedenis tot de held van zijn roman De keukenjongen gepromoveerd. Tot zover is er niets aan de hand. Sednyov ontwikkelt zich op overtuigende wijze van nederig koksmaatje tot hulpje van een groep monarchisten die de tsaar en zijn familie wil bevrijden uit hun bolsjewistische gevangenschap – een plan dat in werkelijkheid overigens nooit heeft bestaan. En uiteindelijk is hij ook degene die op het beslissende moment een fatale fout maakt, waarmee de ondergang van de tsarenfamilie wordt bespoedigd.

Aan het begin van het verhaal blikt Sednyov terug op zijn leven. Hij is inmiddels een oude baas van vierennegentig die net zijn vrouw verloren heeft. Sinds zijn ontsnapping uit Rusland in 1918 woont hij als miljonair in Amerika. Niemand weet iets van zijn verleden af. Om schoon schip te maken spreekt hij zijn verborgen geschiedenis in op een cassettebandje dat na zijn dood aan zijn nietsvermoedende kleindochter Katja, zijn enige nazaat, moet worden gegeven.

`Ik ben de enige die weet wat er werkelijk is gebeurd tijdens die verschrikkelijke nacht,' zegt hij. Bij iemand die een beetje op de hoogte is van de Russische geschiedenis gaat nu het alarm af. Want hadden de tsarina en haar dochters niet een fortuin aan juwelen in hun korsetten verborgen toen ze werden geëxecuteerd? En zou Sednyov ermee van door zijn gegaan? Pas aan het eind van het boek, dat zich in het moderne Sint Petersburg afspeelt, blijkt er echter iets heel anders te zijn gebeurd.

Als een ervaren thrillerschrijver weet Alexander de spanning er goed in te houden. Jammer is alleen dat de grote hoeveelheid historische feiten die hij voortdurend opdist de soepele ontwikkeling van het verhaal belemmert. In plaats van een roman denk je daardoor soms eerder een populair geschiedenisboek te lezen. Storend zijn ook de Russische zinnetjes die de personages in De keukenjongen uitspreken, waardoor ze iets van cowboys krijgen in nagesynchroniseerde westerns op de Duitse televisie. Alexander heeft zich duidelijk niet los durven maken van de feiten. Je ziet zoiets wel vaker bij historische romans die leunen op een overbekende gebeurtenis: ze moeten wedijveren met een werkelijkheid die op zichzelf al zo spannend is en zich door niets en niemand laat evenaren.

Robert Alexander: De keukenjongen. Vertaald door Hans Verbeek. Van Buuren, 264 blz. €19,–