Dagboek van een belegger

Iedere burger met één aandeel van een beursgenoteerde onderneming mag het al doen: naar de aandeelhoudersvergadering. Veel leuker dan de Keukenhof.

Op de aandeelhoudersvergadering kan je de raad van bestuur en commissarissen ontmoeten, vaak bekend van de televisie. Miljonair of vakkenvuller, ieder mag zijn vragen stellen, ieder mag zijn zegje doen. Geen beperking van de spreektijd. En als het meezit gratis broodjes en bij vertrek een presentje van de onderneming.

Nederland kent misschien de meest toegankelijke aandeelhoudersvergaderingen ter wereld. Ahold toonde deze week nog eens de keerzijde hiervan. Op een zes uur durende bijeenkomst in Den Haag was het uitstekend betaalde bestuur van een supermarktconcern in crisis zeker de helft van zijn tijd kwijt aan `maatschappelijk werk': vragenstellers helpen met het formuleren van zinnen, het afremmen van paranoïde bezoekers of het sussen van schreeuwers. En dan waren er nog de stamgasten, de bezoekers die straks ook op de vergadering aanwezig zijn van Unilever, van Koninklijke Olie en van al die andere grote bedrijven. De stamgasten geven uitgebreid hun visie op de wereld, een visie die zij thuis kennelijk niet voldoende kwijt kunnen.

Ook de grote pensioenfondsen waren woensdag aanwezig bij Ahold, aangespoord door de commissie Tabaksblat. Bijvoorbeeld de directeur beleggingen van PGGM, het op een na grootste pensioenfonds van Nederland. Met een verantwoordelijkheid voor de financiële toekomst van 1,7 miljoen inwoners en de verantwoordelijkheid voor 45 miljard euro belegd vermogen zat hij de volle zes uur uit. Hoe vaak zal hij dat weer doen?

De aandeelhoudersvergadering behoort het platform te zijn waarop bestuur en aandeelhouders elkaar ontmoeten. De institutionele beleggers zijn het verplicht aan hun achterban – verzekerden, pensioendeelnemers, zegeltjesspaarders – om op deze plaats de dialoog met de directies aan te gaan. De commissie Peters adviseerde het in 1997, de commissie Tabaksblat in 2003.

Mooie theorie, weinig praktijk. Want het niveau van de vergaderingen zelf staat nauwelijks ter discussie, juist de reden waarom veel professionals wegblijven. Is het wel verantwoord voor een directeur van een pensioenfonds om zes arbeidsuren te verliezen aan één vergadering van bedenkelijk niveau?

Een-tweetjes tussen beroepsbeleggers en bedrijfsdirecties moesten verdwijnen, van Peters, van Tabaksblat. Zolang de opzet van aandeelhoudersvergaderingen niet verandert, kun je de professie zulke onderonsjes moeilijk kwalijk nemen.