Chinese boer houdt hand op de knip

Verhoging van de welvaart op het platteland heeft de hoogste prioriteit, zei de Chinese premier Wen vandaag op het Volkscongres. De boeren moeten het eerst zien.

Op de markt van Baigou is van alles te koop: van schriftjes, klerenhangers en sokken tot mobiele telefoontoestellen van papier. Die kun je verbranden als offer aan je overleden familieleden, zodat die in hun volgende leven ook weer een mobieltje bij de hand hebben. Maar bij geen van de stalletjes is het erg druk, want de boeren op wie de markt zich richt houden hun hand de laatste tijd stevig op de knip. ,,Begin jaren negentig zag het hier zwart van de mensen. Toen gaven ook de boeren veel makkelijker geld uit, maar inmiddels durven ze dat niet meer'', zegt een wetenschapper uit Peking die het gebied goed kent.

Dat de boeren zo zuinig zijn baart ook de Chinese premier Wen Jiabao veel zorgen. Bij de toespraak die hij vandaag heeft gehouden tijdens de opening van het Nationale Volkscongres (NPC), het goeddeels machteloze Chinese `parlement' dat de komende dagen in Peking vergadert, noemde hij verhoging van de welvaart op het platteland opnieuw een van de hoogste prioriteiten van het nieuwe Chinese leiderschap, dat nu ongeveer een jaar in functie is. Ook moet de consumptie op het platteland een belangrijker rol gaan spelen in de Chinese economie.

Waarom geven de boeren eigenlijk niet meer uit? Hun inkomsten zijn de laatste jaren toch ook toegenomen, zij het veel minder snel dan die van de stedelingen? ,,Je moet niet alleen naar hun inkomsten kijken, maar ook naar hun uitgaven. Ziekenzorg en onderwijs zijn heel duur geworden, en de boeren moeten sparen voor hun oude dag. Ze hebben vaak wel spaargeld, maar ze durven het niet uit te geven. Ze weten namelijk niet met welke kosten ze morgen worden geconfronteerd, en dat maakt ze heel voorzichtig'', aldus de wetenschapper, die wijst naar de verlaten stalletjes op de markt.

Premier Wen heeft er vanaf zijn aantreden steeds de nadruk op gelegd dat het in China niet alleen gaat om snelle economische groei, maar dat het ook essentieel is de kloof tussen stad en platteland en tussen arm en rijk te verkleinen. Volgens een recent onderzoek van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, een van de belangrijkste Chinese denktanks, verdienden stedelingen in 2002 al drie keer zoveel als boeren. In werkelijkheid is de ongelijkheid nog veel groter: omdat boeren veel meer kosten zelf moeten betalen, lag het vergelijkbare inkomen in feite maar op eenzesde van dat van stadsbewoners, aldus Li Shi, de man die het onderzoek leidde. Wen wil de inkomensongelijkheid vooral terugbrengen door verlaging van belastingen en heffingen op het platteland.

Toch betekent de nadruk die Wen op de plattelandsontwikkeling legt niet dat de nieuwe klasse van Chinese privé-ondernemers zich nu in de kou gezet hoeft te voelen: het NPC zal tijdens deze zitting de grondwet op een belangrijk punt wijzigen: de bescherming van het privé-bezit wordt voor het eerst wettelijk verankerd, zij het dat de staat het recht houdt privé-bezit indien nodig tegen een vergoeding te onteigenen. Ook de bescherming van de mensenrechten wordt voor het eerst in de grondwet opgenomen.

De grondwetswijzigingen zullen zeker niet meteen leiden tot grote veranderingen in de dagelijkse Chinese praktijk, maar het zijn allemaal wel stappen die passen in het streven van de Chinese overheid om te komen tot een maatschappij waarin de rechtsbescherming van burgers en hun bedrijven beter is geregeld. Wel zonder China's ondemocratische eenpartijstelsel ter discussie te willen stellen. De communistische partij blijft ondanks de hervormingen duidelijk niet bereid de uiteindelijke regie over de maatschappij met welke andere groep dan ook te delen.