Voorzichtig met gentechnologie...

Greenpeace zou liever kinderen blind laten worden dan stoppen met protesteren tegen gentechnologie, stond zaterdag op deze pagina. In dit artikel beweert Patrick Moore, oud-oprichter van Greenpeace, dat de milieubeweging ten onrechte actie voert tegen gentechnologie. Hij voert hiervoor tal van emotionele en onheuse argumenten aan. Maar Greenpeace heeft wel degelijk goede redenen om kritisch tegenover deze technologie te staan en milieurisico's aan de kaak te stellen.

De chemische industrie claimt dat gentechnologie milieuproblemen, ziekten en zelfs ondervoeding oplost. Bedrijven bieden talloze beloften, maar geven prioriteit aan de ontwikkeling van genetisch gemanipuleerde gewassen die in het Westen veel geld opleveren. Het paradepaardje van de gentechindustrie is Gouden Rijst. Dit gewas met een kunstmatig verhoogd vitamine A-gehalte moet een oplossing bieden voor de blindheid van ondervoede kinderen. Een dure, kortzichtige visie. Want alleen met een gevarieerd dieet kan het lichaam voedingsstoffen uit voedsel ook daadwerkelijk opnemen. Zelfs al zou het lichaam voldoende vitamine A uit de dure genetisch gemanipuleerde rijst kunnen halen, dan is het een tijdelijke oplossing.

Het is effectiever mensen te helpen aan een gevarieerd dieet, vindt ook de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). Als snelle oplossing hanteert zij het uitdelen van voedingssupplementen. Tegelijkertijd stimuleert de organisatie het lokaal verbouwen van groenten en fruit. Dit is een goedkopere en structurelere oplossing dan de kostbare ontwikkeling van Gouden Rijst. Sinds de WHO begon met deze aanpak, is het aantal blinde kinderen door ondervoeding flink gedaald.

Kunstmest was net zo'n technologische belofte die een einde zou maken aan de honger in de wereld. De grootschalige toepassing sinds de jaren '60 heeft inderdaad de wereldvoedselproductie opgestuwd. Toch is honger de wereld niet uit. Er is voedsel genoeg, grote groepen mensen lijden zelfs aan welvaartziekten. Het grootste probleem is een eerlijke verdeling.

De gentechindustrie heeft meer loze beloften gedaan. Zo begon Argentinië, overtuigd door de reclame van multinational Monsanto, in 1996 enthousiast met de grootschalige teelt van genetisch gemanipuleerde soja. Doordat de planten resistent zijn tegen het bestrijdingsmiddel van hetzelfde bedrijf, konden boeren ruimhartig spuiten zonder angst voor hun gewas. Dat voordeel bleek eveneens het belangrijkste nadeel. Alleen Monsanto-soja gedijt nog. Lokale gewassen als linzen, maïs en tomaten zijn verdwenen en de biodiversiteit verarmt.

Een ander, schrijnend gevolg van de biotechnologie: normaal bewaren boeren een deel van hun oogst als zaaigoed, maar met de gepatenteerde gmo-gewassen mag dat niet. De laatste jaren gingen veel kleine boeren failliet door de hoge kosten van zaaigoed en bestrijdingsmiddelen. De helft van de Argentijnse bevolking leeft momenteel onder het bestaansminimum, ondanks – of dankzij gentechnologie.

Genetische manipulatie staat nog in de kinderschoenen. Wetenschappers zijn nog steeds bezig te doorgronden hoe het reguleren van erfelijke eigenschappen precies werkt. En zolang we niet weten wat de gevolgen zijn van genetische manipulatie, vindt Greenpeace dat we dit soort experimenten binnen het laboratorium moeten houden. Experimenteren in het open veld betekent immers dat fouten nooit meer terug te draaien zijn. Eenmaal uitgezaaid kan een gewas zich voortplanten tot ver buiten het bereik van de oogstmachines. Zo zijn in Mexico, bakermat van de maïs, wilde Mexicaanse maïssoorten besmet geraakt door genetisch gemanipuleerde varianten. Dit soort oorspronkelijke maïssoorten zijn nodig om een antwoord te vinden wanneer nieuwe plagen opdoemen in de landbouw.

Greenpeace vindt, samen met erkende wetenschappers, dat nieuwe technieken pas na grondig onderzoek mogen worden toegepast. Bij het vasthouden aan dit voorzorgprincipe zijn we allemaal gebaat. Het voordeel van genetische manipulatie – de winst – komt per slot bij de gentechbedrijven terecht. Met hun slimme vinding zijn ze verzekerd van afname van zaaigoed en bestrijdingsmiddelen. Nadelen als milieuvervuiling, armoede en gezondheidsrisico's komen op het bordje van de maatschappij. Want of de lukraak geplaatste genen inderdaad voor onaangename verrassingen zullen zorgen, kan niemand voorspellen. Wel lijden Zuid-Amerikaanse boeren nu al onder de wurgcontracten van de leveranciers van genetisch gemanipuleerd zaad.

De chemische bedrijven hebben met hun futuristische beloften overheden overgehaald miljarden belastinggeld te steken in een techniek waarvan de gevolgen op de lange termijn onduidelijk zijn. De problemen die gentechnologie belooft op te lossen, kunnen met de huidige technologie al eenvoudiger en goedkoper worden aangepakt. En met minder risico voor mens en milieu. Zolang het voordeel van gentechnologie slechts voor weinigen is bestemd en de milieurisico's velen betreffen, blijft Greenpeace kritisch.

Dr. Sandra Schalk is campagneleider gentechnologie van Greenpeace Nederland.