Top bouw wist van fraude

Topfunctionarissen uit de bouwwereld waren precies op de hoogte van de illegale prijs- en werkverdeling in die sector en deden er zelf aan mee. Dat zou blijken uit een registratie van illegale afspraken zoals die vanmorgen is gepubliceerd door de Volkskrant.

De registratie betreft illegale afspraken uit de jaren tachtig. In die tijd was vooroverleg, voorafgaand aan officiële aanbestedingsvergaderingen, wettelijk nog toegestaan. De bouwers kwamen echter ook bijeen in een zogeheten voor-vooroverleg, hetgeen ook in die tijd verboden was.

In de registratie worden als deelnemers aan het illegale voor-vooroverleg de namen genoemd van zes prominente functionarissen in de bouwwereld. Een van hen is D. van Well, bestuursvoorzitter van de Dura Vermeer Groep, in de jaren tachtig directeur van Dura Bouwgroep. Een woordvoerder van Dura Vermeer zegt ,,geen mededelingen'' te kunnen doen over de betrokkenheid van Van Well.

Het bouwbedrijf meldt geen gegevens meer te hebben uit de jaren tachtig. Dura Vermeer zegt het in hoge mate te betreuren ,,dat in het verleden bij een aantal aanbestedingen de mededingingsregelgeving niet is nageleefd.''

Andere bouwers die worden genoemd zijn onder meer oud-directeuren van Ballast-Nedam, Vermeer en HBG. Ze zouden onder meer over de bouw van het gebouw van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heimelijk overlegd hebben.

De informatie over de betrokkenheid van de top van de bouwwereld staat tegenover de verklaringen van bestuurders en directeuren tijdens de parlementaire enquête Bouwnijverheid. Topfunctionarissen zeiden toen niet te hebben geweten van de foute praktijken.

De Tweede Kamer wil binnenkort het debat over de bouwfraude heropenen. De Kamer wil overleg met de ministers Donner (Justitie) en Brinkhorst (Economische Zaken) over bouwbedrijven die niet vervolgd zouden worden als ze zelf foute praktijken bij de mededingingsautoriteit NMa melden. Volgens de NMa maken ,,diverse bouwbedrijven'' gebruik van de clementieregeling. Hoeveel dat er precies zijn, wil de dienst niet zeggen.