Slowakije moffelt zijn Roma weg

De Roma (zigeuners) van Slowakije zijn kwaad. Geen werk, geen opleiding, geen fatsoenlijk huis en veel, veel discriminatie – en nu gaat ook nog de bijstand naar beneden, en niet zo weinig ook. Een gezin van vijf personen moet nu rondkomen van 56 euro per maand. Ook niet-Roma geven toe: ,,Het beleid is onvolmaakt.''

In een andere wereld, in een andere tijd zou de familie Holub een voorbeeldig gezinnetje zijn geweest. Leergierige kinderen, liefdevolle moeder, verantwoordelijke vader. Maar de vijf Holubs zijn Roma (zigeuners). Daarom wonen ze in Lunik IX, een buitenwijk van Slowakije's tweede stad Košice. Het is het grootste Romagetto van het land, en na 1 mei van de hele Europese Unie.

Robert Holub is eigenlijk metselaar. Maar hij zit nu al een jaar werkloos thuis. Hij neemt de hele dag Slowaakse nieuwsprogramma's op met de videorecorder. De volle cassettes geeft hij mee aan buitenlanders. ,,Want de buitenwereld moet weten wat hier, in Slowakije, gebeurt.''

Slowakije was afgelopen week toneel van hevige Roma-protesten. Soms leidde de onrust tot plunderingen. Aanleiding was de verlaging van de uitkeringen, een maatregel die de Roma-minderheid het hardst treft. Bratislava wilde werklozen aanmoedigen om werk te zoeken, maar heeft vooral paniek gezaaid. Duizenden politiemannen en soldaten zijn naar het oosten van het land gestuurd, waar de Roma zijn geconcentreerd. Die patrouilleren nu in Lunik IX, te midden van sleeënde en sneeuwballen gooiende kinderen.

Holub laat een stapeltje betalingsbewijzen en afschriften zien. Tot nu toe kreeg zijn gezin 12.130 kroon (300 euro) per maand. Vanaf deze maand is dat 3410 kroon, een daling van 72 procent. Ter compensatie is een bonussysteem ingevoerd. Als Holub per week tien uur voor de gemeente werkt, krijgt hij 1500 kroon extra. Per kind krijgt hij ook nog wat. Na aftrek van de huur houdt zijn gezin 2270 kroon over, 56 euro, om van te leven.

Het nieuwe sociale beleid van de regering is onuitvoerbaar, erkent Milan Zimerman schoorvoetend. Zimerman is burgemeester van Vtáckovce, een dorpje vlakbij Košice met bijna negentig procent Roma. Hijzelf is geen Rom, maar ze hebben tot tweemaal toe op hem gestemd, omdat hij altijd goed voor de Roma is geweest. Van zijn zeven wethouders komen er vijf uit Roma-kringen. Als lid van regeringspartij SDKU wil hij graag loyaal blijven aan de regering. Zimerman zegt: ,,In principe ga ik akkoord met het beleid: werklozen moeten worden gestimuleerd.'' Hij zegt ook voorzichtig: ,,Het beleid is onvolmaakt.''

Vtáckovce telt ongeveer driehonderd werkloze zigeuners. Willen zij de bonus van 1500 kroon verdienen, dan moeten ze gemeentelijke klusjes doen, zoals grasmaaien, slootjes uitgraven en muurtjes repareren. ,,Er is enorm veel belangstelling'', zegt Zimerman. ,,Maar ik kan hooguit zestig mensen wat aanbieden. De regering houdt geen enkele rekening met de specifieke situatie in dorpen.'' Rondom Košice zijn tientallen dorpjes als Vtáckovce. En dat zijn dan dorpjes. In Lunik IX zitten vijfduizend Roma op elkaar gepakt.

De Roma-buurt van Vtáckovce ligt op driehonderd meter van het `blanke' deel van het dorp. Kinderen spelen er ijshockey, op sneeuw, met van takken gemaakte sticks en een rubberen balletje. Mannen lopen met emmertjes naar de centrale waterkraan, vrouwen hangen de was te drogen in de winterzon. Burgemeester Zimerman wordt vriendelijk begroet door de Roma, hij maakt links en rechts een praatje. Maar de stemming slaat om: de Roma eisen werk, onderwijs, kleren voor hun kinderen, een waterleiding, een riolering. De sfeer blijkt, zoals overal in Oost-Slowakije, om te snijden. Zimerman kijkt bedrukt. ,,Wilt u nog steeds verder lopen'', vraagt hij.

De regering legt de verantwoordelijkheid voor het lot van de Roma vooral bij de Roma zelf: ze willen niet werken, ze zijn verslaafd aan uitkeringen, ze maken ruzie, ze wurgen elkaar met woekerleningen, ze zijn onaangepast, ze plunderen. Maar volgens Kristína Magdolenová, journaliste van de Roma Press Agency, werkt de overheid de Roma al jaren tegen. Lunik IX is het bewijs.

Vroeger woonden er in het historische centrum van Košice Roma. Maar die zijn vanaf 1995 verdreven naar Lunik IX, dat sindsdien een getto is. In diezelfde periode werd de binnenstad prachtig gerenoveerd. ,,De korting op de uitkeringen vormde de druppel'', zegt Magdolenová. ,,Ook zonder dat zou het tot een uitbarsting zijn gekomen.'' Onder het communisme was er weliswaar een politiek van gedwongen assimilatie (het rondtrekken als nomaden werd verboden), maar er was werk en onderwijs. Na 1989 werden de zigeuners als eersten ontslagen. Werkgevers zijn nauwelijks bereid ze weer in dienst te nemen. ,,Er wordt een systematische politiek gevoerd om de Roma weg te moffelen'', zegt Magdolenová. ,,Formeel niet, maar in de praktijk komt het daar op neer.''

President Rudolf Schuster werpt zich al dagen op als Roma-beschermer. Het regeringsbeleid is neoliberaal en asociaal, zegt hij. Zondag zei hij na een gesprek met Roma-leiders in Košice dat tientallen Roma die zijn gearresteerd op vrije voeten moeten worden gesteld. Maar Magdolenová vindt Schuster ronduit cynisch. Want de president was vroeger burgemeester van Košice. ,,Hij is de geestelijk vader van Lunik IX.'' Schuster is vooral bezig met de presidentsverkiezingen van 3 april, waarvoor hij kandidaat is. Zigeuners zijn altijd een geliefd onderwerp van politici, als mikpunt van kritiek of als mikpunt van liefde.

Ildiko Holub, de vrouw van Robert Holub, zet koffie. De kamer waar ze wonen komt uit op een keuken, die gedeeld wordt met twee andere families. De Holubs leven op tien vierkante meter. De ruimte wordt vrijwel helemaal ingenomen door een klapbank, waar ze met z'n vijven op slapen.

Te midden van deze omstandigheden prijst Robert Holub zich gelukkig. Want er is ook een kleinere groep van 120.000 Roma, ongeveer eenderde van de hele minderheid, die in modderige nederzettingen woont, zonder goed dak boven het hoofd, écht afgesneden van de buitenwereld. ,,Die zijn er nog veel erger aan toe.'' Zij waren het die vorige week aan het plunderen sloegen. ,,Ik ben het daar niet mee eens'', zegt Holub. ,,Maar ik heb er begrip voor. Ze kunnen niet anders. En ik sluit niet uit dat wij dat straks ook niet kunnen.''