Köhler vrijwel Duits president

De directeur van het Internationaal Monetair Fonds, Horst Köhler (CDU), gooit de hoogste ogen in de strijd om het ambt van bondspresident. Köhler is sinds vanochtend officieel de kandidaat van de oppositiepartijen CDU, CSU en FDP, die samen de keuze van een nieuw Duits staatshoofd naar hun hand kunnen zetten.

De roodgroene regeringscoalitie schoof vanochtend Gesine Schwan (SPD), de rector van de universiteit Viadrina in Frankfurt an der Oder, als kandidaat naar voren.

Het Duitse staatshoofd wordt gekozen in een vergadering van de zogeheten Bundesversammlung, een orgaan dat uitsluitend voor dat doel bijeenkomt. De drie oppositiepartijen hebben in die vergadering, die plaatsvindt op 23 mei, een meerderheid van 21 stemmen.

De bondspresident wordt aangewezen voor een termijn van vijf jaar. Zijn functie is uitsluitend representatief. Wel kan de president een grote bijdrage leveren aan het imago van Duitsland in het buitenland en het is gebruikelijk dat hij intervenieert in het maatschappelijke debat.

De huidige bondspresident Johannes Rau (SPD) mengde zich onlangs bijvoorbeeld in de discussie over het hoofddoekje, de hervorming van de verzorgingsstaat en het vermeend onethische gedrag van ondernemers.

Met de voordrachten van vanochtend dingen twee zeer verschillende kandidaten naar het hoogste ambt in Duitsland. Köhler (61) is een financieel expert met een grote internationale reputatie. Hij stond eerder aan het hoofd van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Hij is lid van de CDU, maar geldt als ongebonden specialist.

Onder kanselier Kohl was Köhler staatssecretaris van Financiën en belast met heikele klussen. Zo onderhandelde Köhler met de Russen over het vertrek van troepen uit Duitsland.

Hij organiseerde de Duitse financiële bijdrage aan de Golfoorlog en had een belangrijke stem in de onderhandelingen over Europese Stabiliteitspact. Köhler werd in 1943 geboren in Skierbieszow (Polen). Hij studeerde economie en politicologie aan de universiteit in Tübingen. In 2000 volgde hij, op voordracht van kanselier Gerhard Schröder, Michel Camdessus op bij het Internationale Monetaire Fonds.

De oppositiepartijen prezen hun kandidaat vanochtend aan als een man die meer begrip zou kunnen kweken voor de noodzakelijke sociaal-economische hervormingen in Duitsland. Köhler heeft Duitsland herhaaldelijk gemaand voort te maken met de sanering van de verzorgingsstaat.

Gesine Schwan (60) werd in Berlijn geboren en is onder andere gespecialiseerd in de geschiedenis van de Duitse sociaal-democratie. De politicologe staat te boek als vertegenwoordiger van de rechtervleugel in de SPD. Schwan staat sinds 1999 aan het hoofd van de nieuwe Viadrina Universtiteit in de Duits-Poolse grensstad Frankfurt aan de Oder.

Aan de voordracht van IMF-chef Köhler ging een dagenlange politieke strijd tussen de voorzitters van de drie oppositiepartijen CDU, CSU en FDP vooraf. De drie konden het niet eens worden over een gezamenlijke kandidatuur van voormalig CDU-voorzitter Wolfgang Schäuble, die maandenlang als favoriet boven de markt hing maar uiteindelijk tijdens nachtelijk beraad door de kleine FDP werd afgewezen.

Even leek daarop Annette Schavan, christen-democratisch minister voor Cultuur in Baden-Württemberg een goede kans te maken, totdat gisteravond Köhler kwam bovendrijven.

Boulevardkrant Bild Zeitung nam het sneldraaiende namencircus vanochtend op de hak door zelf nog een aantal suggesties te doen: Kermit, Bart Simpson en Ernie & Bert.

Voor kanselier Schröder was de openlijke twist in het oppositiekamp een gemakkelijke prooi. De gang van zaken rond Schäuble ,,zegt iets over de omgang met politiek en mensen in het algemeen”, aldus Schröder vanochtend.

De Bundesversammlung wordt samengesteld uit leden van de Bondsdag en afgevaardigden die worden aangewezen door de zestien deelstaatparlementen.

De opvolger van Johannes Rau wordt de negende president van de Bondsrepubliek. Vóór de sociaal-democraat Rau werd het ambt bekleed door Theodor Heuss (FDP), Heinrich Lübke (CDU), Gustav Heinemann (SPD), Walter Scheel (FDP), Karl Carstens (CDU), Richard von Weizsäcker en Roman Herzog (CDU).