`Ingrijpen moet wel effectief zijn'

Sinds een maand werkt de regering-Godett op de Nederlandse Antillen eindelijk mee werken aan hervormingen, vindt minister De Graaf (Koninkrijksrelaties). Maar gerust is hij nog niet.

Minister Thom de Graaf (D66, Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties) heeft sinds zijn aantreden negen moeizame maanden gekend met de Antillen. Hij gaf het kabinet Godett sinds een half jaar laatste waarschuwingen en zette de gelden voor armoedebestrijding stop. De Antillen verkeren op rand van bankroet en onbestuurbaarheid, maar er kwam geen medewerking aan hervorming van de bestuurlijke en financiële verhoudingen. Vanuit de Tweede Kamer klinkt al enkele maanden de roep om direct Nederlands ingrijpen op de Antillen.

Maar er is een omslag gekomen, zegt De Graaf. Kort na de kabinetscrisis in Willemstad begin dit jaar stuurde de Antilliaanse regering een brief aan Den Haag. Het gereconstrueerde kabinet Godett wil investeren in een goede relatie met Nederland, zo las De Graaf. ,,Op zichzelf positief'', zegt hij, ,,maar ik sluit mijn ogen niet voor wat er is gebeurd en voor wat aan de orde is, de financieel-economische problemen, het geweld, de `drugseconomie'. Beloften zijn er vaker geweest. Ik heb liever concrete stappen.''

Sinds een maand beginnen die te komen, ,,en in de richting die ik wil''. Zo zijn er nu de eerste afspraken gemaakt over een structurele armoedebestrijding, programma's begonnen om non-gouvermentele organisaties op de afzonderlijke eilanden te betrekken bij Nederlandse ontwikkelingshulp. Het kabinet-Godett heeft na lang aandringen financieel-economische doelstellingen geformuleerd – begrotingsevenwicht in 2008, privatisering en flexibilisering van de arbeidsmarkt. Positief, zegt De Graaf. Nu nog ,,de cijfermatige onderbouwing'' en ,,concrete plannen''. ,,Nederland wil best een bijdrage leveren, maar wij willen eerst forse maatregelen zien.''

Vannacht is een nieuwe ,,doorbraak'' bereikt. Het kabinet-Godett heeft na maanden onderhandeling ingestemd met een `werkgroep bestuurlijke en financiële verhoudingen'. Uiterlijk 1 oktober moet die werkgroep voorstellen doen om te voorkomen dat de laatste voormalige koloniale gebieden binnen het Koninkrijk der Nederlanden onbestuurbaar worden. Net op tijd. Het is nu vijftig jaar geleden dat de verhoudingen tussen Nederland en de – toen nog zes – eilanden in de Caraïbische Zee werden vastgelegd in het Koninkrijkstatuut. Sinds Aruba in de jaren tachtig de status aparte kreeg, is daarin geen beweging geweest, ondanks Nederlandse pogingen daartoe, onder meer tijdens een mislukte Ronde Tafelconferentie in 1992. In de werkgroep die nu wel moet slagen zitten oud-GroenLinks-leider Rosenmöller, burgemeester Dales van Leeuwarden en oud-werkgeversvoorzitter Blankert. Voorzitter is oud-gevolmachtigd minister van de Antillen `Papi' Jesurun.

Vanwaar uw vertrouwen dat het nu wel zal lukken?

,,Ik ben er ook niet gerust op, ik ben niet zo'n rasoptimist als het gaat om de Antillen. Tot vorige maand was er gewoon geen doorkomen aan. Ook de druk van de afzonderlijke eilanden is toegenomen. Wat vroeger deels theoretische exercities waren, is nu een kwestie van: als je dit door laat gaan, onder deze financiële en bestuurlijke verhoudingen, zakt het als een pudding in elkaar. Dat besef is overal doorgedrongen. Dat is geen garantie dat het nu allemaal fantastisch gaat lopen, maar het belangrijkste voor mij is dat nu mensen bij elkaar aan tafel zitten die vertrouwen genieten, met vertegenwoordigers van alle eilanden. Dat is niet eerder vertoond. Tot nu toe spraken de Nederlandse regering alleen met de Antilliaanse regering, dat is altijd moeizaam en beladen met prestige.''

Duurt weer een commissie niet te lang voor een failliet land?

,,Ik heb ook wel eens de neiging om te denken: wat kúnnen wij? Maar interveniëren kan op basis van het Statuut – wat ook nog hoger is dan de Grondwet – alleen als er een crisis van zo'n omvang uitbreekt dat je echt moet spreken van totale taakverwaarlozing. En ingrijpen moet ook effectief zijn, als zaad op vruchtbare bodem vallen. Ik ben niet een soort burgemeester van een aantal eilanden, of de besturende minister van overzeese gebiedsdelen – die hebben we ook niet. Onze mantra is bekend: cruciale verantwoordelijkheden voor het Koninkrijk, minimale verantwoordelijkheden voor het land, maximale verantwoordelijkheden voor de eilanden, naar hun mogelijkheden.''

Kan er ook iets anders uit de werkgroep komen dan wat Nederland wil?

,,Het is niet verboden, maar ik acht het betrekkelijk ondenkbaar dat er uit zou komen dat de Antillen een provincie of vijf gemeenten van Nederland zouden worden. Dat is geen optie. Ik acht het ook uitgesloten dat het blijft zoals het nu is, omdat ik niemand ken die meent dat dat kan. Wel goed mogelijk is dat de relaties met Nederland straks per eiland anders zullen zijn. Het ene eiland wil een soort koninkrijkseiland worden, het andere eiland wil een grotere mate van autonomie. Eigenlijk is de opdracht voor de werkgroep: kijk of wat iedereen wil ook verenigbaar is. Daarbij zijn geen oplossingen bij voorbaat uitgesloten, maar Nederland hecht wel aan een vorm van gemeenschappelijkheid. De vraag is: als de eilanden meer eigen identiteit hebben, hoe zorg je er dan voor dat belangrijke waarborgen die thans door de Antillen als land worden vormgegeven, behouden blijven. Wat voor structuren zijn denkbaar voor wetgeving, recht, monetaire politiek, de centrale bank? We kunnen niet alléén maar zeggen: we schaffen het land af.''

Is het denkbaar dat rechtshandhaving níet een aangelegenheid van het Koninkrijk wordt, gezien ook de Amerikaanse druk op drugsbestrijding?

,,Ik vind het geen rare gedachte als in de toekomst de rechtspleging en ook de rechtshandhaving niet alleen een kwestie van samenwerking, maar ook een koninkrijksverantwoordelijkheid zijn. Met de gevolgen van de drugshandel wordt niet alleen Nederland geconfronteerd, het is ook in het belang van de Antillen dat we de illegale lijnen tussen die landen samen aanpakken. Dat is niet een opdracht aan de werkgroep, wel een stap naar het leggen van de cruciale verantwoordelijkheden bij het koninkrijk. De werkgroep is niet het ultieme antwoord op alles. De Nederlandse regering zal in de contacten met de Antilliaanse en Arubaanse regering steeds rechtshandhaving centraal stellen. Wat betreft Amerika: wij snappen ook dat Nederland als deel van het koninkrijk wordt aangesproken op samenwerking voor de drugsbestrijding. En dat doen we dan ook, met marine, kustwacht en recherchesamenwerking, in het kader van allerlei verdragen in de openbare en territoriale wateren. Het is voor mij ook een belangrijke reden om de rechtshandhaving deels verantwoordelijkheid van het Koninkrijk te maken.

Is zo'n hervormingswerkgroep niet het moment om eens te zeggen: we willen van de Antillen af?

,,Nee, ik geloof dat dat niet reëel is. Als een van de eilanden of alle eilanden zeggen: wij willen onafhankelijk zijn, dan zullen wij dat volledig faciliteren. Dat is bekend, dat hoort bij het zelfbeschikkingsrecht van alle eilanden. Als Nederland het helemaal mag zeggen, ben ik ook niet op voorhand tegen onafhankelijkheid. Maar ik ben een pragmaticus. Ten eerste zie ik het niet gebeuren. Vergeet niet dat Caraïbische eilanden die een relatie onderhouden met het moederland, economisch beter af zijn. Ten tweede zal de internationale wereld toch steeds kijken naar de drie samengestelde delen. Ten derde hebben we ervaringen gehad die niet zo positief zijn, met Suriname. Maar ik wil zorgen dat zolang er geen onafhankelijkheid is, de huisregels van het Koninkrijk worden nageleefd. Wat niet kan is in Koninkrijk zitten en vervolgens doen alsof het niet bestaat.

U stuurt toch aan op fragmentarisering?

,,Wat ik doe is de feitelijke fragmentarisering gebruiken om een duurzame structuur te maken, die voor alle eilanden houdbaar is. Je merkt dat naarmate de tijd voortschrijdt, er een steeds minder een intens gevoelde koninkrijksband is. Kleine eilanden als Saba zijn oranjegezinder dan menig Nederlands dorp, maar dat heeft ook te maken met de eigenheid van dat eiland ten opzichte van Curaçao en Sint Maarten. Ik denk wel dat het gevolgen moet hebben voor het Statuut als de gemeenschappelijke instituties veranderen en er andere relaties komen tussen de eilanden en Nederland. Maar we moeten niet de fout maken om eerst naar het Statuut te kijken. Je moet eerst draagvlak hebben voor de richting van de oplossingen. Als je dat hebt, is wijziging van het Statuut geen probleem meer.''