Gemankeerd concern

En weer zijn toplieden in het bedrijfsleven opgestapt na fouten in de boeken. Dit keer is het Shell dat schoon schip maakt. De hoogste baas en een directeur die verantwoordelijk is voor de exploratie en productie bij het olieconcern vertrekken voordat hun bestuurstermijn is afgelopen. Het is een juist en wijs besluit, dat evenwel te laat genomen is. Dat kunnen behalve de directbetrokkenen ook de commissarissen zich aantrekken, onder wie sinds vorig jaar de Nederlandse oud-premier Wim Kok. Een boekhoudschandaal mocht de vermindering van de bewezen oliereserves van de Koninklijke/Shell Groep niet worden genoemd. Maar de volkomen onverwachte afboeking van toekomstig winbare olievoorraden kostte begin dit jaar de aandeelhouders wél tien miljard euro door koersdalingen. De eerste man van Shell, de Brit Sir Philip Watts, kwam met recht onder vuur te liggen. Tijdens de presentatie van de jaarcijfers ging hij deemoedig door het stof, maar overigens bleef hij zitten waar hij zat.

Shell liet zich, stelde het bedrijf met zoveel woorden, niet gek maken door analisten en beleggers die in de media om Watts' vertrek riepen. De zaak bleef onnodig lang doorzieken, tastte het imago van Shell als degelijke onderneming aan en deed de aandelenkoers geen goed. Tot overm9l.aat van ramp kondigden de Amerikaanse beursautoriteiten een onderzoek aan naar de kwestie van de oliereserves. Deze ontwikkelingen kan niemand negeren, ook de onaantastbaar geachte Shell-top niet. Exit Watts. Zijn opvolger is de Nederlander Jeroen van der Veer, de man die jaren geleden naam maakte als directeur van het gerenoveerde petrochemische complex van Shell in Pernis.

Van der Veer treft een gemankeerd wereldconcern aan. Het grootste vraagstuk is nog onopgehelderd: hoe staat het precies met de oliereserves? Dan, zo luidt het verwijt, zou Shell door zijn dubbele structuur (het Nederlands-Britse eigendom) te ingewikkeld zijn om snel en slagvaardig te kunnen opereren. Shell zou de laatste jaren bovendien zijn `vergroend' en meer oog voor de milieulobby hebben dan voor de winst en de aandeelhouders. Het management zou te hoog te paard zitten en nauwelijks communiceren met de beleggers. Afgezet tegen de concurrenten British Petroleum en Exxon zou Shell het bovendien op tal van gebieden slechter doen. In al deze verwijten zit een kern van waarheid, hoewel een enkel misschien te ver gaat. Het Nederlands-Britse eigendom houdt met dank aan Sir Henri Deterding al bijna een eeuw succesvol stand. Een beetje tegenwind is nog geen reden om de structuur ineens ingrijpend te wijzigen. Feit is wel dat door de `dubbelhoofdigheid' de bureaucratie te groot is. Feit is dat de aandelen Koninklijke Olie en Shell Transport and Trading Company het gemiddeld slechter doen dan die van de concurrentie. Feit is ook dat Shell minder slagvaardig overkomt dan sommige andere bedrijven.

Het is nu zaak het vertrouwen en de geloofwaardigheid te herstellen. Gezien de lange lijst punten die beter moeten, zal het wel niet blijven bij de vervanging van een enkele topfunctionaris. De organisatie bij Shell moet op de schop. De belangen zijn immens; het concern vormt een economie op zichzelf die het leven en de financiën van tallozen beïnvloedt. De markt, onbarmhartig mechanisme, reageerde verheugd op Watts' vertrek. De aandelenkoers schoot omhoog. Dat is een opsteker voor Van der Veer, maar zijn werk begint nu pas.