Asielzoekers zijn geen goede immigranten

Voor een dubbeltje op de eerste rij én een goed geweten. Welke Nederlander zou zo'n combinatie afwijzen? Toelaten dus, die 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers. Geert Mak schetst in deze krant van 24 februari (`Uitzetbeleid is schadelijk voor onszelf') de voordelen. Veel asielzoekers zijn hoogopgeleid, ze zijn al geïntegreerd, ze spreken soms goed Nederlands, ze kunnen zelden worden teruggestuurd naar een veilig gebied en onze buurlanden fronsen de wenkbrauwen bij het gedwongen uitzetten van zoveel mensen.

Bovendien hebben ze door hun jarenlange verblijf in Nederland een gezicht gekregen, hun en onze kinderen spelen samen voetbal op straat en gaan naar dezelfde school. Hun gedwongen vertrek raakt je. Door ze maar hier te laten, kun je er zelfs aan verdienen. De bevolking van ons land krimpt immers en dat brengt onze verzorgingsstaat in gevaar. Alleen immigranten kunnen dat probleem oplossen en zo zou je de asielzoekers toch ook kunnen noemen? Gauw een verblijfsvergunning geven, want anders doen we niet alleen hen, maar ook onszelf tekort.

Was het maar waar. Financieel slaat Mak de plank volledig mis. Het Centraal Planbureau heeft in een uitvoerig rapport aangetoond dat het toelaten van niet-westerse immigranten handen vol gemeenschapsgeld kost. Hoewel een deel van de erkende asielzoekers een baan vindt, betalen alle asielzoekers samen veel te weinig belastingen en premies om de aan hen gespendeerde subsidies en uitkeringen te compenseren.

Dat is ook helemaal niet nodig, want asielzoekers laat je toe, omdat ze hulp en bescherming nodig hebben. Slagen ze op er op den duur in om financieel hun eigen broek op te houden, dan is dat meegenomen. Maar als het tegenzit, moeten we de erkende asielzoekers hun leven lang een minimuminkomen garanderen en eventueel ook hun kinderen en kleinkinderen. Die kosten vormen de verklaring voor het feit dat we zo streng zijn bij het toelaten en zo snel bij het terugsturen.

Die toelating is trouwens niet alleen financieel nadelig. Ook in moreel opzicht is er veel op aan te merken. De opvang in Nederland dwingt ons veel geld uit te geven aan heel weinig mensen en dat zijn niet eens de allerzieligsten. Onderzoek na onderzoek toont aan dat meer dan 80 procent van de asielaanvragers in de EU grote bedragen heeft betaald aan mensensmokkelaars. Daarom vormen de asielzoekers géén afspiegeling van de bevolking van het land van herkomst. Het zijn meestal jongens en mannen in de kracht van hun leven, vaak met een goede opleiding. Die worden toch niet harder getroffen door oorlogen, onlusten en honger dan ouden van dagen, vrouwen en ongeschoolden? Die laatste categorie is helemaal niet in staat om naar Nederland te vluchten, maar blijft waar ze is of trekt naar een nabijgelegen opvangkamp. Die komt nooit bij ons in de straat wonen.

De vloeiend Nederlands sprekende Tsjetsjeense ingenieur, met wie Mak ons uitzettingsbeleid aan de kaak stelt, vormt inderdaad het bewijs van wat er fout is met de opvang in ons land, maar op een heel andere manier dan de auteur ons wil doen geloven. Met het geld dat we voor zijn levensonderhoud en studie in Delft betaalden, hadden we vele honderden vluchtelingen in de regio kunnen helpen. Daar is onze asieleuro veel meer waard en net als Groot-Britannië zouden we ons moeten oriënteren op de mogelijkheid om toekomstige asielaanvragers alleen dáár op te vangen. Natuurlijk heeft elk voordeel zijn nadeel en de opvangkampen zijn verre van ideaal, maar de UNHCR van Ruud Lubbers weet miljoenen vluchtelingen te helpen met een budget dat niet groter is dan dat van minister Verdonk.

Met Mak ben ik van mening dat immigratie in de toekomst onontkoombaar is om ons dure stelsel van sociale zekerheid overeind te houden. De selectie en toelating van arbeidsmigranten dienen we echter te scheiden van onze drang om goed te doen. Legaal laat Nederland alleen erkende asielzoekers, gezinsherenigers en Antillanen toe en dat zijn meestal geen `nettobetalers' die meer in onze gemeenschappelijke portemonnee stoppen dan ze eruit halen.

Om weer van immigratie te profiteren, moeten we een einde maken aan de huidige paradox dat legale immigranten ons meestal geld kosten en illegale immigranten ons geld opleveren.

P.C.Emmer is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de Europese expansie en de daarmee verbonden migratie aan de Universiteit Leiden.