Van commandant van duizend man tot eenzame wolf

De dood van de Tsjetsjeense krijgsheer Roeslan Gelajev (39) levert stof voor weemoedige heldenliederen. Deze week werd zijn lichaam bij het Dagestaanse dorp Bezjta gevonden, naast twee dode Russische grenswachters. Met een geweer, een handgranaat, een dolk en een religieus traktaat wandelde Gelajev zaterdag in zijn eentje door de bergen toen hij op het duo stuitte. Hij schoot ze neer, maar verwondde zijn onderarm. Waarschijnlijk stierf hij door bloedverlies terwijl hij die arm amputeerde. Ooit commandant van duizend strijders, nu een eenzame wolf.

Gelajev onderscheidde zich in de Tsjetsjeense opstand van 1994-1996 en ging zijn eigen gang toen daarna een burgeroorlog losbarstte tussen de religieuze wahabieten en de nationalisten van president Maschadov. Een eenvoudige man, koppig en onafhankelijk, zo heette het.

Bij de tweede Russische inval in Tsjetsjenië (1999) bleek Gelajev een prima veldcommandant, maar een waardeloze strateeg. Zo hielp hij de Russen door zich in de winter van 2000 op eigen houtje uit de hoofdstad Grozny terug te trekken. In maart 2000 negeerde hij een bevel om vanuit de bergen guerrilla te voeren en trok met duizend man naar zijn geboortedorp Komsomolskoje. Prompt werden zijn strijders in de pan gehakt en werd zijn dorp verwoest. Gelajev trok zich met vierhonderd getrouwen gedemoraliseerd terug in de wetteloze Pankisi-vallei in buurland Georgië.

Het Tsjetsjeense opperbevel beschuldigde hem van lafheid en ontsloeg hem, een loos gebaar. De Russen probeerden Gelajev vergeefs tot desertie te bewegen, de sluwe Georgische president Sjevardnadze had ook zo zijn plannen met de stuurloze krijgsheer, die hij `een nobel krijger' noemde.

In de zomer van 2001 stond Georgië onder zware Russische druk om Gelajev uit de Pankisi-vallei te verjagen. Georgische legertrucks verhuisden zijn strijders in oktober naar de Kodor-kloof in Abchazië, dat zich bloedig van Georgië had afgescheiden. Door de lastige Tsjetsjenen bij hun aartsvijanden te dumpen, hoopten de Georgiërs wellicht twee vliegen in één klap te slaan. Moskou kon Gelajev uiteraard niet tolereren in Kodor, drie dagmarsen van Poetins favoriete badplaats Sotsji. De Abchaziërs sloegen Gelajev met hulp van Russische vliegtuigen terug.

In de Pankisi-vallei viel Gelajev ook niet langer te handhaven. Moskou dreigde in de herfst van 2002 met een invasie, Washington stelde dat Al-Qaeda er vrij spel had. Georgië stuurde zijn troepen de vallei in, waarna Gelajev met 150 man naar West-Tsjetsjenië terugkeerde. Het Russische leger onderschepte hem: in een veldslag bij het dorp Galasjki werd zijn strijdmacht vernietigd. Gelajev zwierf daarna als opgejaagd wild door de bergen. Afgelopen december trachtte hij weer naar Georgië uit te breken, nu via Dagestan. Zijn gevolg bestond nog maar uit dertig man. Ze doodden negen grenswachters, namen gijzelaars, werden uiteen geslagen. Gelajev zou zijn omgekomen in een lawine, maar dat bleek later onwaar.

Radoejev, Barajev, Chattab, Jandarbijev, Gelajev: Rusland kan weer een naam afstrepen van het lijstje krijgsheren die het land in 1996 vernederden. Verloopt de Tsjetsjeense guerrilla in de `stenen zak' van het hooggebergte? Tsjetsjeense bronnen zijn sceptisch: Gelajev had zichzelf gemarginaliseerd.