Tweede carrière na pensioen impopulair

Wat zijn de arbeidsmarktperspectieven van ouderen? Met welke problemen krijgen zij op de werkvloer te maken? Is hun werk na al die jaren nog steeds aantrekkelijk? Deel 2 van een korte serie over oudere werknemers. Vandaag: werken na je pensioen. ,,Ik ben niet het type om alleen op ziekenbezoek te gaan.''

Geer Verbiezen is 57, maar hij jobhopt nog als een jonge vent. Hij heeft onlangs een onderzoeksproject voor de Nederlandse Museumvereniging afgerond en is nu bezig met een studie naar de samenwerking tussen enkele vrouwenorganisaties die hun ledental zien afkalven. Verbiezen, tot een paar jaar geleden global account director bij Compaq, werkt bijna fulltime. En dat terwijl hij al ruim twee jaar met vervroegd pensioen is. Toen Compaq werd overgenomen door Hewlett-Packard vertrok hij, met een financiële regeling. ,,Nóg een fusie zag ik niet zitten.''

Maar aan ,,luieren'' was hij nog niet toe. Verbiezen schreef zich in bij de Sesam Academie in Apeldoorn, een organisatie die vorig jaar werd opgericht en leergangen aan senioren met leidinggevende ervaring in het bedrijfsleven aanbiedt. De jongste deelnemer is 52, de oudste 74. Na een korte opleiding en een stage gaan ze als vrijwilliger aan de slag bij maatschappelijke instellingen, zoals de Landelijke Organisatie van Ouders van Drugsverslaafden en de wereldwinkel. Marian Geling, directeur van de Sesam Academie: ,,De motivatie van onze vrijwilligers is steeds dezelfde. Ze willen graag maatschappelijk bezig zijn, hun kennis en ervaring gebruiken, maar niet jarenlang gebonden zijn in een bestuurlijke functie.''

Geer Verbiezen heeft onlangs weer een nieuwe taak op zich genomen. Hij is nu betrokken bij de oprichting van de stichting Tante Lenie, die een vakantiehotel wil opzetten voor gezinnen met een chronisch ziek kind. ,,Sponsors zoeken, subsidies aanvragen, de organisatie op poten zetten, daar adviseer ik bij.'' Verbiezen moet er nog niet aan denken alleen maar te fietsen of het gras te maaien. ,,Het is heel prettig om af en toe een vergadering te leiden of een verslag te maken. Ik sluit niet uit dat ik nog eens een commerciële adviesklus ga doen, maar voorlopig haal ik hier veel voldoening uit. Het voelt niet anders dan betaald werk.''

Verbiezen behoort tot de zeer beperkte groep vroeg gepensioneerden die doorwerkt. In 1992 had circa 4,5 procent van de 65- tot 74-jarigen een betaalde werkkring, in 2001 was dit percentage gedaald tot 2,7 procent, volgens het CBS. Bijna driekwart van de mensen die na hun 65ste actief zijn op de arbeidsmarkt is werkzaam als zelfstandige. Uit het rapport Bevolkingsvraagstukken in Nederland anno 2003 van het Werkverband Periodieke Rapportages Bevolkingsvraagstukken blijkt dat slechts 6 procent van de werknemers door wil werken tot zijn of haar 65ste. Aan doorwerken na hun 65ste moeten de meesten al helemáál niet denken. Toch lijkt Nederland er meer en meer aan gewend te raken dat AOW-gerechtigden doorwerken, volgens Kène Henkens van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Was in 1986 slechts 56 procent van de Nederlanders van mening dat 65-plussers nog goed in staat zijn arbeid te verrichten, in 1990 was dat gestegen tot 61 procent en in 2000 tot 76 procent. Als gevolg van de recessie zakte dat percentage vorig jaar echter weer naar 55 procent.

Hoewel in de jaren negentig 60 procent van de werkende bevolking voor het zestigste levensjaar met VUT of pensioen ging, zijn ouderen niet actiever geworden, zegt Kees Knipscheer, hoogleraar sociale gerontologie aan de VU. Hij doet al tien jaar onderzoek onder ouderen: wat doen ze na hun (vervroegde) pensionering en hoe zijn ze er geestelijk aan toe?

Knipscheer, die zelf 63 is, nog drie dagen per week aan de universiteit verbonden is en daarnaast een adviesbureau over ouderen en welzijn heeft, is niet vrolijk geworden van zijn bevindingen in de aselecte groep 65-jarigen. ,,De negatieve kanten vallen me veel meer op dan de positieve. Veel mensen beginnen actief in de tuin, maar kunnen die tuin na verloop van tijd niet meer zien. Ze gaan zitten kniezen, maken zich alleen nog druk om hun financiën en lopen een goede kans op een depressie.'' Volgens Knipscheer is 30 procent van de vroeg gepensioneerden er na enkele jaren ,,niet goed'' aan toe. ,,Landelijk gezien is dat 15 tot 20 procent van alle 60-plussers.'' Mensen die echt iets nieuws beginnen en het ook zo benoemen, zijn schaars, volgens Knipscheer.

Gerard Aarts (67) is zo'n gepensioneerde die opnieuw begon. Hij is ,,helemaal opgeknapt'' sinds hij weer twee dagen per week werkt. Toen hij 57,5 jaar was, mocht hij met de VUT van de vastgoedmaatschappij waar hij al dertig jaar werkte. ,,Tot mijn 65ste heb ik niets gedaan. Ik heb me niet verveeld, want ik had hobby's en vrijwilligerswerk.'' Maar toch. Sinds hij twee jaar geleden via Uitzendbureau 65+ werk vond als opzichter bij een woningcorporatie in Vught, gaat het een stuk beter met hem dan in de jaren daarvoor. ,,Ik ben weer nuttig, ik ben de gelijke van mijn collega's en kan jongeren iets leren.''

Tegenover de ouderen die weinig meer doen, staan de ouderen die veel reizen, studeren en al dan niet betaald doorwerken. Die groep is ongeveer net zo groot, volgens Knipscheer. ,,Daar tussenin zit een grote massa mensen met een kleine vrijwilligerstaak.'' Dat gepensioneerd Nederland niet actiever wordt 90 procent is gezond is mede een imagokwestie, meent Knipscheer. ,,Het beeld blijft: als je gestopt bent met werken, heb je je taak volbracht en mag je vervolgens nog twintig tot dertig jaar in de marge leven. De samenleving doet ook nauwelijks een beroep op deze mensen.''

Gerdie Ponsen-Claessen (67) moest twee jaar geleden heel wat moeite doen om door te mogen werken. Volgens haar CAO móést Ponsen, chemisch analist en sinds 1980 als `bloedprikker' werkzaam bij een artsenlaboratorium annex trombosedienst, met pensioen. ,,Ik vond het vreselijk om het contact met collega's en patiënten te moeten missen.'' Totdat Ponsen op een dag twee ouderen bij de artsendienst zag werken. Werknemers via Uitzendbureau 65+, zo bleek. Ze schreef zich meteen in en bleef op uitzendbasis hetzelfde werk doen. ,,Ik werk nog steeds twee tot drie ochtenden per week en in de vakanties vijf.'' Zo lang ze kan, blijft ze werken. ,,Het werk is gewoon te leuk, vooral de huisbezoeken. Die oude mensen die al klaar zitten met een kopje koffie – ik heb elke dag een verhaal als ik thuiskom.''

Maar weinig bedrijven zitten momenteel te springen om ouderen, aldus Michal van Dantzig van Uitzendbureau 65+. ,,Het gaat niet heel slecht, maar we moeten wel veel moeite doen om bedrijven te interesseren voor ouderen. Een paar jaar geleden grepen bedrijven elke kans aan om aan goed personeel te komen. Nu is er vooral vraag naar toezichthoudend personeel, in musea, op scholen en bij examens.''

Slechts een enkele gepensioneerde begint nog aan een tweede carrière, is de ervaring van Ronald van Rooijen. Hij geeft de cursus `Pensioen in zicht' aan ouderen in het bedrijfsleven. ,,Zo'n 10 procent van de cursisten stort zich op vrijwilligerswerk, soms met een heel project eromheen. Ik ken iemand die een stichting in het leven riep en zijn netwerk gebruikte om kosteloos een ziekenhuis in Cuba in te richten.''

Ook advieswerk, bijvoorbeeld aan startende ondernemers of bedrijven in de Derde Wereld, komt regelmatig voor. ,,Maar een aantal mensen denkt niet verder dan `er op uit met de caravan'. Dan leg ik uit dat dat twee of drie maanden leuk is, maar dat er dan nog negen maanden over blijven. Op den duur is ook het tuinpad opnieuw aangelegd en zijn de muren wel geverfd. Die mensen leren we om na te denken over wat waardevol was in hun werk en wat ze daarvan willen behouden. En hoe ze alsnog kunnen doen wat ze hebben gemist. Anders wordt het leven zo leeg.''

Van lege dagen heeft Hanske Evenhuis-Van Essen weinig last. Op haar 82ste is ze nog bijna fulltime aan het werk. Van 1977 tot 1986 was ze lid van de Tweede Kamer voor het CDA. In die periode was ze de eerste voorzitter van het Kamerbreed Vrouwenoverleg. Na haar Kamerlidmaatschap werd ze, op haar 64ste, lid van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken en Kroonlid van de Sociale Verzekeringsbank. Vlak vóór haar 70ste legde ze die functie neer, uit protest, omdat ze op haar 70ste móést stoppen.

Ze werd vice-voorzitter van Effatha, het instituut voor doven en slechthorenden, en bleef dat tot ze 78 was. Vorig jaar zette ze met een neef die werkzaam was bij Unesco in Senegal een scholingsproject op voor doven. Ze heeft een column in Nestor, het blad voor oud-Kamerleden, schreef voor Verkeer en Waterstaat een rapport over telewerken en is bezig met een project rond de Levensloopregeling.

,,Blijven werken wordt door de samenleving niet als gewoon ervaren'', weet ze. ,,En ook niet geëntameerd.'' Maar Evenhuis zou niet anders kunnen. ,,Het zit in mijn aard. Ik ben niet het type om alleen op ziekenbezoek te gaan. Als het werk niet wordt aangereikt, bedenk ik het zelf.''