Slappe Surinaamse vlag in een mist van rancune

De Surinaamse president Venetiaan zette de afgelopen dagen de relatie met Nederland weer eens op scherp. Wat drijft het Surinaamse staatshoofd?

Voor het Amsterdamse Hilton-hotel hingen ze er maar slapjes bij: de speciaal voor de gelegenheid opgehangen Surinaamse en Nederlandse vlaggen. Maar het was een illustratief beeld. Want `slapjes' is zo langzamerhand de meest positieve kwalificatie voor de betrekkingen tussen de voormalige kolonie en het moederland.

De Surinaamse president, Ronald Venetiaan, die op doorreis vanuit China met zijn gevolg enkele dagen in Nederland was neergestreken, gooide gistermorgen in het Amsterdamse vijfsterrenhotel nog wat olie op het vuur. Maandagavond had hij tijdens een bijeenkomst met Nederlandse Surinamers in Rotterdam al een scherpe speech gehouden, gistermorgen deed hij dat op een persconferentie nog eens dunnetjes over.

Nu zijn kritische geluiden van Surinaamse gezagsdragers aan Nederlands adres geen unicum. Maar Venetiaan, tenslotte het staatshoofd van de republiek, ging dezer dagen in opsomming en toonzetting van onderwerpen heel ver. Net als enkele weken geleden suggereerde hij maandagavond Nederlandse betrokkenheid bij de militaire coup van 1980. Gisteren kleurde hij die opmerking nog wat in door te stellen dat er na 1980 ,,in het wilde weg'' 500 miljoen gulden ,,beschikbaar was gesteld aan het militair regime''.

Ook de ontwikkelingsrelatie moest het weer eens ontgelden: ,,Als we alleen naar de negatieve ervaringen in de geschiedenis kijken, dan hadden we geen voortzetting van de verdragsrelatie met Nederland'', aldus Venetiaan, die in dat kader met een nieuwe aantijging kwam. Volgens hem worden zijn politieke tegenstanders door Nederland geholpen, ,,onder het mom van steun aan het maatschappelijk middenveld''.

Venetiaan doelde op donaties aan niet-gouvermentele organsiaties (NGO's), waaronder het adviesbureau Nikos van Marten Schalkwijk, dat mede gefinancierd wordt door de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Cordaid. Schalkwijk is tevens politiek actief, onder meer binnen het Surinaamse DOE (Democratie en Ontwikkeling in Eenheid). Deze kleine buitenparlementaire politieke partij staat zeer kritisch tegenover de `oude politiek', waartoe ook Venetiaans partij behoort en pleit al jaren voor een nieuwe bestuurscultuur in Suriname.

Venetiaans opmerking slaat terug op een fundamenteel probleem. De ontwikkelingshulp aan Suriname loopt van oudsher via de overheid. Maar de laatste jaren gaat er, zij het op kleine schaal, steeds meer geld naar NGO's. Steeds vaker wordt duidelijk dat de effecten van die hulp via NGO's tastbaarder en positievere resultaten opleveren dan kapitaalinjecties via het vermolmde Surinaamse overheidsapparaat. Juist dit aspect, meer hulp via NGO's, was een belangrijk discussiepunt in het onlangs gepresenteerde gezamenlijke Nederlands-Surinaamse rapport (`lessons learned') over 25 jaar ontwikkelingsrelatie. Daarin werd een uiterst somber beeld geschetst van de effecten van de Nederlandse ontwikkelingshulp in Suriname. Veel geld is verdwenen in grote projecten die zelden afgemaakt werden.

Het rapport, dat de passende ondertitel `Een belaste relatie' draagt, heeft al voor veel irritatie achter de schermen gezorgd. Vanuit Nederland is geklaagd dat Suriname de studie te lang ophield, omdat Venetiaan enkele kritische conclusies niet naar buiten wilde hebben. De president op zijn beurt meent dat hij is ,,geschoffeerd'' omdat hij van manipulatie is beticht. De afgelopen dagen sprak hij wederom op denigrerende toon over lessons learned: hij had het rapport ,,bewust nog niet gelezen'' en omschreef de inhoud als ,,een aanval die geopend is''.

Venetiaan concludeerde gisteren ook quasi-verbaasd dat hij gedurende zijn verblijf in Amsterdam niets had gehoord over een eventuele ontmoeting met de Nederlandse regering. Suriname zelf had daar zelf ook niet op aangedrongen (,,wij zijn bescheiden''), maar wel ,,het signaal'' gegeven dat men aanwezig was.

Vraag blijft wat het Surinaamse staatshoofd voor politiek signaal heeft willen afgeven met al zijn scherpe opmerkingen. Zijn het de verkiezingen van 2005 die alvast de schaduw vooruit werpen? Of is het een voorzet voor nieuwe onderhandelingen over de ontwikkelingshulp?

Van de ruim drie miljard gulden die Suriname na de onafhankelijkheid in 1975 door Nederland kreeg toegezegd, is het einde bijna in zicht. Volgens het verdrag uit 1975 moet er ook daarna worden gekeken hoe het verder moet met de hulp. Het lessons learned-rapport was juist bedoeld als vertrekpunt voor onder meer die politieke discussie. De Nederlandse regering had het vorige maand nog over ,,conclusies die de randvoorwaarden schetsen waaraan de toekomstige relatie moet voldoen''.

Maar Venetiaan denkt er blijkbaar anders over. De situatie had niet beter kunnen worden gekarakteriseerd dan zoals in de laatste zin van het rapport, waar wordt gesproken over een ,,onduidelijke, belaste relatie waarin onzakelijke motieven en verwachtingen de kwaliteit van de hulp wazig maken in een mist van verwijt en rancune''.